Ik haat antipolitiek in de kunst

Tom Lanoye, door zijn Shakespeare-bewerking Ten Oorlog bekend als drastisch vernieuwer van historische mythes, herschiep voor Het Toneelhuis in Antwerpen Klaus Manns roman Mephisto tot een adembenemende theaterparabel over kunst en politiek.

U schrijft: „Het toneel is een schouwburg in de hoofdstad.’’ Kan die schouwburg ook de Bourla in de stad Antwerpen zijn?

„Ik ben geïnspireerd door de intendant van de Bourla tijdens de Tweede Wereldoorlog, Joris Diels. Hij accepteerde dat zijn vrouw Ida Wasserman niet meer in dat theater mocht spelen. En dat zijn kledingontwerpers en decorontwerper, die ook joods waren, niet meer mochten werken. Maar het stuk gaat niet alleen over Diels. En ook niet alleen over Gustaf Gründgens, naar wie Mann de met de nazi’s collaborerende intendant in Mephisto modelleerde. Het gaat evengoed over mijzelf en over iedereen. Zou je het stuk heel expliciet in de jaren dertig in Duitsland zetten, dan duw je het te makkelijk van je weg.’’

Mann schreef Mephisto in 1936. Het boek eindigt ook rond die tijd. U trekt het verhaal tot na de oorlog door. Hoe dat zo?

„Ik eindig met de intrede van een Nieuwe Leider, die citaten van Stalin in de mond neemt. Ook onder dat regime viert Kurt Köpler, zoals de intendant in mijn stuk heet, triomfen. Het zou goedkoop zijn alleen extreem rechts op de korrel te nemen. Ik stel mezelf een universelere vraag: werk je mee met een bestel dat kunstenaars misbruikt? En zo niet, wat zijn dan je mogelijkheden?’’

Weet u het antwoord al?

„Köpler laat zich leiden door zelfbedrog. Hij maakt zichzelf wijs dat hij met zijn theater onder alle omstandigheden goed kan doen. Zo’n talent voor zelfbedrog is ook mij niet helemaal vreemd.’’

En wordt ú door het bestel misbruikt?

„Het zou zó kunnen gebeuren. Veel kunstenaars beseffen niet hoe zeldzaam het is dat zij door de politiek gefinancieerd worden en toch met rust worden gelaten. Ze zouden meer over kunst en politiek moeten nadenken. Ik haat alle antipolitiek in de kunst. Köpler is het prototype van de moderne kunstenaar. Hij is zo iemand die hooghartig zegt: ‘Ach, ik sta boven de politiek. De kunst staat boven het gewoel.’ Zo iemand die heel esthetiserend is.’’

Bedoelt u: kunst is politiek?

„Ik kan me geen kunst voorstellen die niet gevoed wordt door politiek. Samen met Euripides en Shakespeare geloof ik dat kunst op z’n minst in het verlengde van politiek ligt. Net als Arthur Miller geloof ik dat de huidige politiek eerder acteurs dan politici naar voren schuift. Miller zegt: ‘In order to govern politicians have to act.’ En dan, bij het bespelen van het publiek met taal, ligt het misbruik van die taal op de loer. Vandaar dat ik delen uit Goebbels’ speech met dat ‘Wollt ihr den totalen Krieg’ vlak achter een uitspraak uit een klassieke toneeltekst zet. Zo worden politiek en kunst met elkaar besmet.’’

Heeft Köpler dan gelijk als hij zegt dat echt theater over verscheurdheid gaat?

„Toneel moet over dilemma’s gaan. Ook met collaborateurs mag je deernis hebben. Sommige van hen zijn domweg in de val gelopen van hun overmoed. Manns roman eindigt bij de hybris van iemand die denkt dat hem niets kan gebeuren. Maar hybris zonder catharsis levert slecht toneel op. Daarom komt mijn hoofdpersoon tenslotte toch tot inzicht – al is het te laat. Want dat is de minder sombere kant van het verhaal en daar is toneel goed voor: om inzicht te verschaffen en nederigheid aan te leren. En dan niet vergeten het publiek een boeiende avond te bieden.’’

‘Mefisto for ever’ is van 13 oktober t/m 12 december in Nederland en Vlaanderen te zien. Inl.: www.toneelhuis.be en 0032-32248800.