Hoe de Duitse critici een ui pellen

Grass’ late bekentenis over zijn korte diensttijd bij de Waffen SS heeft het debat over Beim Häuten der Zwiebel in Duitsland weliswaar gedomineerd, maar veel recensenten herkennen in het autobiografische werk ook een meesterlijke verhalenverteller. Een bloemlezing uit de Duitse recensies.

‘Er gebeurt iets wonderbaarlijks dat Beim Häuten der Zwiebel tot een belangrijk, een gelukkig geslaagd boek maakt. Hem, de meesterlijke verteller, lukt wat men in de natuurkunde een „dubbele helix” noemt: in steeds nieuwe bochten, uitrondingen, lussen presenteert hij de zwerende wond Schande.

Het boek is ook een dagboek, precies en authentiek. Het geeft zonder schaamte, maar bedachtzaam, de loopbaan van een nietsnut weer – en het ontstaan van een kunstenaar.

Eén ding kun je bij Grass niet, onberoerd blijven. Hij is een uitdaging. Met dit boek heeft hij zichzelf uitgedaagd, zichzelf gevild.’

Fritz J. Raddatz in Die Zeit

‘Wie zijn leven opschrijft moet twee beslissingen nemen. Hoe wil ik me herinneren. Aan wie wil ik me herinneren. Voor het „Hoe” heeft Grass het beeld van de ui gekozen. Een geniale metafoor die er geen twijfel over laat bestaan: het wordt vermoeiend. Aan wie of wat wil hij zich herinneren? Aan iets dat, volgens een tweede geslaagde metafoor, in barnsteen is ingekapseld, in elk geval iets dat in vroeger jaren verzwegen werd.

Al naar gelang hoe men over de schrijver denkt, hem goed of kwaad toewenst, zal men of het niets ontziende pellen van zijn ui met haar borende oprechtheid bewonderen, of dezelfde als ontsporingen afboeken, waarvan men liever geen kennis had genomen. In elk geval haalt de lezer opgelucht adem als hij eindelijk ook op passages stuit die zich opwerken tot verhalende verdichtingen, die toch het belangrijkste talent van deze schrijver zijn.’

Tilman Krause in Die Welt

‘Je kunt Grass niet verwijten dat hij zich niet gekweld heeft. Maar het vlijtige herinneren in de hoofdstukken over jeugd, Arbeitsdienst en dan in de Waffen SS kwelt ook vaak de lezer. Het leidt af van de verteller Grass die ook in dit boek weer meeslepende verhalen vertelt.’

Volker Corsten in Welt am Sonntag

‘Verreweg het mooiste aan de autobiografie van Grass zijn de tedere, liefdevolle portretten van zijn ouders, van de warme moeder en de zwakke vader die Grass niet mocht. Je ruikt bijkans de verstikkende lucht van dergelijke kleinburgerlijke verhoudingen – en begrijpt iets van de fascinatie van de anti- burgerlijke pleidooien die van „Hitlers Volksstaat” uitging.’

Gustav Seibt in de Süddeutsche Zeitung

‘Grass, zo blijkt al meteen bij eerste lezing, heeft in elk geval al lang niet meer zo levendig verteld als in Beim Häuten der Zwiebel, een boek waarvan men alleen maar kan wensen dat de keur aan vertellingen zal ontkomen aan het schandaal.’

Gregor Dotzauer in Der Tagesspiegel

‘Wie leest ziet zich met een probleem geconfronteerd: met het feit dat het geschreven woord zich weet te impregneren tegen het geklets. De literaire tekst tegen de literatuur-talk. Het boek tegen de ruis van de boekenwereld. Ook critici van Grass moeten inzien dat de pijniging van het geheugen de herinneringen niet opgeruimd hebben, maar de noodzaak tot biechten plausibel maakt.’

Christian Thomas in de Frankfurter Rundschau