‘Hij blijft toch beetje van de werkgevers’

Oud-werkgeversvoorman Alexander Rinnooy Kanis vandaag in Den Haag geïnstalleerd als voorzitter van adviesorgaan de Sociaal-Economische Raad.

Voor de vakbeweging was het niet meteen een uitgemaakte zaak dat oud-werkgeversvoorman Alexander Rinnooy Kan de nieuwe voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) zou worden, het tripartiete overlegplatform van de sociale partners en onafhankelijke, door de kroon benoemde leden.

FNV-voorzitter Agnes Jongerius refereerde er vanochtend nog even aan, in een toespraak bij zijn installatie. Wat volgens haar de doorslag gaf? „Het komt omdat de kroonleden, toch vooral economen en juristen, instinctief een mateloos respect hebben voor wiskundigen die cum laude zijn afgestudeerd. En het komt omdat de werkgevers denken dat je nog steeds een van de hunnen blijft. En ten slotte komt het ook omdat de vakbeweging het, zoals altijd, beter weet.”

Rinnooy Kan, die bekendstaat als een intellectueel begaafde diplomaat, is zich zeer bewust van het mandaat dat hij heeft gekregen.

Hij hoopt een bindende rol te kunnen spelen, maar zegt tegelijkertijd: „Concensus is een middel, geen doel. Een levendige, scherpe overlegcultuur kan ook niet zonder periodes van fundamenteel conflict. De kunst is om niet in zo’n conflictsituatie vastgeketend te raken.” Zeer binnenkort, naar verwachting volgende week al, kan Rinnooy Kan een eerste proeve van zijn bindende voorzitterschap laten zien. Dan komt het langverwachte advies aan het volgende kabinet over het sociaal-economisch beleid op middellange termijn naar buiten.

FNV Bondgenoten en MKB Nederland klapten vanochtend al uit de school over het standpunt dat de SER inneemt in de discussie over de AOW. Echt nieuw was dat standpunt niet, maar toch trok het de aandacht, in het licht van de komende verkiezingen.

Rinnooy Kan zelf wilde er niets over zeggen. Het enige tipje van de sluier dat hij, en ook Jongerius, oplichtten, is dat in het advies zal worden gepleit voor vergroting van de arbeidsparticipatie en meer aandacht voor scholing. Rinnooy Kan maakt zich zorgen over de onzekerheid en ontevredenheid in Nederland. „Het is een gevaarlijke combinatie”, zei hij. Hij verwees naar de rellen in Franse voorsteden, waar allochtone jongeren hun woede over hun sociale uitsluiting uitten. „Er is geen enkel automatisme dat Nederland bij voorbaat vrijwaart van vergelijkbare explosies.”

De nieuwe SER-voorzitter hoopt dat de ‘nationale participatiestrategie’ die in het advies staat, gehoor zal vinden bij het volgende kabinet. Het primaat van de politiek staat wat hem betreft niet ter discussie. Maar wat hij wel vraagt, is „respect voor de inspanningen die achter een unaniem advies schuil gaan”. Aan het het advies is meer dan een jaar gewerkt. Zijn verzoek: niet selectief winkelen in het advies, zoals eerder volgens de vakbeweging wel gebeurde met het advies over de WAO. Rinnooy Kan is er wel gerust op. Uit onderzoek blijkt dat 80 tot 90 procent van de SER-adviezen worden gevolgd door het kabinet.

Minister De Geus, die de voorzitter installeerde, gaf hem gelijk. „De SER heeft een uitstekende reputatie”, zei hij. „Zijn adviezen zijn kwalitatief van zo’n hoog niveau dat ze doorgaans een vanzelfsprekende doorwerking hebben in beleidsvoornemens van het kabinet”.