Engelen vervelen zich ook

Ola Mafaalani maakt een toneelbewerking van Wim Wenders’ film ‘Der Himmel über Berlin’. Toneelgroep Amsterdam werkt samen met het American Repertory Theatre uit Boston. Maar hoe vertolk je een engel op het toneel?

Een man staat op de ruïnes van de Gedächtniskirche in Berlijn. Zijn kalme blik zwerft omlaag, naar de tientallen mensen die over de straat lopen als over de bodem van een afgrond. De man heeft geen hoogtevrees, natuurlijk niet. Hij is een engel. Aan zijn schouders ontvouwen zich witte vleugels.

Deze man is acteur Bruno Ganz in de poëtische film Der Himmel über Berlin (1987) van de Duitse cineast Wim Wenders. Het beeld van de roerloze acteur bovenop de kerk is onvergetelijk. Vanaf een kruispunt kijkt een kind plotseling in de hoogte. Het meisje ontwaart de engel.

Alleen kinderen zien engelen. Volwassenen niet. Die zijn verwikkeld in hun eigen leven en denken dat ze geen engelen nodig hebben. De Oostenrijkse schrijver Peter Handke is samen met Wenders verantwoordelijk voor het scenario. De film is wereldwijd gelauwerd, in Cannes werd Wenders in 1987 bekroond als ‘beste regisseur’.

Maar hoe vertolk je een engel? Het is de vraag die zweeft boven de allereerste bijeenkomst op maandag 21 augustus van regisseur Ola Mafaalani, acteurs en ontwerpers van Toneelgroep Amsterdam die een toneelbewerking brengen van deze film. De première is over anderhalve maand. De ideeën zijn nog pril. De groep gaat repeteren in een studio in Duivendrecht, waar Mafaalani de beschikking krijgt over een ruimte die ‘even groot is als het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg’, aldus Mafaalani. De eerste kennismaking tussen alle betrokkenen heeft iets schoorvoetends. Hemel boven Berlijn of, zoals de Engelse titel luidt, Wings of Desire, is een samenwerking tussen Amsterdam en het American Repertory Theatre uit Boston. De spelers zijn nieuw voor elkaar. De voorstelling belooft een van de gewaagdste van het nieuwe seizoen te worden.

Als film is Der Himmel über Berlin onnavolgbaar, op verslavende wijze raadselachtig en niet na te vertellen. Hoe moet dat op toneel?

Twee engelen,

Damiel en Cassiel, gekleed in grijze trenchcoat, bewegen zich in Wenders’ film onzichtbaar door Berlijn waar de Muur nog is niet gevallen, waar de oorlog voortwoedt op elke straathoek. Hun aanwezigheid is troostrijk.

Ze staan een man bij die sterft na een aanrijding. Zijn laatste woorden zijn: „Mijn vader. Mijn moeder. Mijn vrouw. Mijn kind.” Filmacteurs Bruno Ganz en Otto Sander kijken met een liefdevolle blik naar de medemensen. Ze kunnen hun gedachten lezen. Ze leggen een hand op je schouder. Hun gezichtsexpressie is sereen, hemels, ondoorgrondelijk. Ze dragen geen vleugels, behalve even in het openingsbeeld van Bruno Ganz op de Gedächtniskirche.

„Maar”, zegt regisseur Mafaalani met klem, „engelen vervelen zich ook”.

Acteur Fedja van Huêt die de rol speelt van Damiel, de Bruno Ganz-engel, heeft zich vooral verdiept in de tekst. Hij zegt: „Ik heb geen studie verricht naar het gedrag van engelen. Bij het spelen van een engel heb je geen enkel houvast. Een rol van Shakespeare of Schiller kun je psychologisch duiden, maar een engel? Nee. Vandaag, tijdens de eerste repetitie, bedacht ik dat hulpeloosheid een belangrijk gegeven is. Engelen zijn niet gewelddadig of stoer. Met mijn Amerikaanse mede-engel, acteur Bernard White, zijn we voor de spelers onzichtbaar, maar niet voor het publiek. Je kunt je afvragen of engelen gelukkig zijn. Dag na dag, de eeuwigheid lang, weten zij alles van mensen, raden hun gevoelens. Ik vraag me af hoe het moet zijn om alles te weten. Dan is er geen verbazing meer.”

In eerdere regies van Ola Mafaalani spelen engelen een belangrijke rol. In haar Romeo en Julia dwaalde een engel rond over het podium als symbool van het goede. Mafaalani: „Ik heb zoveel voorstellingen geënsceneerd met dood en pijn erin, dat ik nu een voorstelling wil zonder geweld.”

Mafaalani deed eerder het extreem gewelddadige stuk A Clockwork Orange en, in Duitsland, Shakespeares giftige jaloeziedrama Othello. „Dat waren voorstellingen waaruit een groot ‘nee’ spreekt”, zegt ze. „Het was een ontkenning van vrede, van harmonie. In het toneel leeft de overtuiging dat er alleen drama kan ontstaan met donkere krachten, zoals jaloezie, haat, dood, oorlog. Maar de tekst van Peter Handke heeft me ervan overtuigd dat theater juist ook een krachtig ‘ja’ nodig heeft, dat het Lebensbejahend kan zijn.” Op tafel ligt het omvangrijke tekstboek van Hemel boven Berlijn. Het is niet alleen tweetalig – Nederlands-Amerikaans – het bevat bovendien ruim vierduizend regieaanwijzingen van Wenders voor camerastandpunt, perspectief enzovoort. Er is een passage die voor Mafaalani de reden vertegenwoordigt dit stuk te ensceneren.

Zonder aarzelen vindt ze bladzijde 35. Eerst spreekt ze haar bewondering uit voor Handke: „Ik heb nooit eerder een script in handen gehad waarin zoveel wezenlijke vragen worden gesteld. Handke gaat nooit uit van het gemakzuchtige. Hij blijft vragen stellen, daarom is hij ook omstreden. De meeste mensen durven zijn vragen niet aan, ze zijn er bang voor. Wie heeft ooit nagedacht over engelen en beschermengelen? Hun tragiek ook, hun drama? Want Hemel boven Berlijn is beslist een groot dramatisch toneelstuk.”

Peter Handke introduceert

de oeroude, mythische schrijver Homeros, in de film gespeeld door Curt Bois en bij Toneelgroep Amsterdam vertolkt door Frieda Pittoors. Hij is bijna blind. Hijzelf is de aartsvader van alle dichters. Homeros zegt in het toneelstuk: „Mijn helden zijn niet meer de strijders en de koningen maar de dingen van de vrede, de één zo goed als de andere. Maar nog niemand is het gelukt een Epos van de vrede aan te heffen. Wat is het toch met de Vrede dat die op den duur mensen niet bezielt en dat zich over hem nauwelijks vertellen laat. Moet ik nu opgeven? Als ik opgeef, dan zal de mensheid haar verteller verliezen. En heeft de mensheid eenmaal haar verteller verloren, dan heeft ze ook haar kindheid verloren.”

Mafaalani benadrukt nog eens: „Het is voor het eerst dat een toneelschrijver vrede noemt als vliegwiel voor een drama. Ik stel me voor dat de engelen na de val van De Muur op 9 november 1989 Berlijn hebben verlaten en in Amsterdam zijn geland. Engelen vervelen zich omdat wij hen niet om hulp vragen. Dat is de kern van Handkes tekst. Hij spreekt over liefde voor de mens. Al die naamloze mensen overal ter wereld koesteren allemaal dromen, ze hebben allemaal hun onzekerheden, angsten en verwarringen. Dat zijn de werkelijke, vaak onzichtbare drama’s van het leven. Handke en Wenders halen die verborgen wereld naar boven. Ik ga niet uit van realistische engelen met vleugels. Een engel kan ook je innerlijke stem zijn, de stem die je zegt wat je moet doen, welke beslissing je moet nemen. Een engel is je ziel, je intuïtie. Ik zie de voorstelling voor me, hoe beschouwend de tekst ook is. Ik ervaar Hemel boven Berlijn als energiek, explosief emotioneel. Ik regisseer het vredelievende, levensomarmende ‘ja’ van Handke met de kracht van een zwart Shakespeareaans drama.

„Als ik met mijn regie op de toeschouwer het besef kan overdragen dat er altijd een engel is die naast je staat, dat hij woorden in je hand legt, dat hij je schouder aanraakt en begeleidt, dan ben ik geslaagd”, vervolgt ze.

Het zijn grote woorden die samengaan met heftige toneelemoties. Getuige haar voorstellingen deinst Mafaalani daar niet voor terug. Destijds maakte ze Romeo en Julia met tangodansers, en het werd een aangrijpende liefdesvoorstelling. In Der Himmel über Berlin bezoekt Damiel een nachtclub waar Nick Cave optreedt met zijn band The Bad Seeds. Van alles heeft Mafaalani geprobeerd om Nick Cave voor de voorstellingen naar Nederland te krijgen. Het is helaas niet gelukt. Wel heeft ze een van de beste trapezeacrobaten kunnen contracteren, de Amerikaanse Mam Smith.

In het origineel heet zij Marion. Zij vervult een cruciale rol. Als trapeziste zweeft zij tussen hemel en aarde. Engel Damiel wordt verliefd op haar. Hij bezoekt het concert van Nick Cave en staart haar aan, nog steeds onzichtbaar. Zij danst.

„Mijn engel”, zegt Fedja van Huêt, „wil mens worden. Dat is zijn tragiek. Hij is moe van het engel zijn, hij wil meemaken hoe het werkelijk is om lief te hebben, iemand aan te raken, om de huid van een vrouw te voelen. Engelen zijn onsterfelijk maar mijn engel zoekt de sterfelijkheid. Pas als hij de mensgeworden engel is, beseft hij dat er bloed door zijn aderen stroomt en dat alles in de wereld een kleur heeft. Hij is een zoekend iemand. Daarmee zet hij zijn vriendschap op het spel met de andere engel.”

Van Huêt laat zich bij zijn rol leiden door het gedicht van Handke, dat aan de film voorafgaat. Het is een beschrijving van de kindertijd: „Toen het kind nog kind was, wist het niet, dat het kind was. (...) Toen het kind nog kind was, had het over niets nog een mening, had het geen gewendheid.” Het is vooral de nieuwsgierigheid van het kind die een leidraad is voor de rol van engel. Aan het slot zegt de engel, Fedja van Huêt dus en twintig jaar geleden Bruno Ganz: „Ik weet nu wat geen engel weet.”

Dat is pure tragiek: de engel wil mens worden en daarmee roept hij sterfelijkheid over zich af. Maar deze engel nu heeft kennis verworven van wat de mens beweegt. Wat liefde is. Wat menselijk geluk is. En natuurlijk ook ongeluk. De engel heeft kennis van leven en dood.

Volgens Ola Mafaalani heb je

het perspectief nodig van de engel of van een vogel – in de film wemelt het van vogels en ook vliegtuigen – om de mensheid te begrijpen: „Voor mij is Hemel boven Berlijn een loflied op de mensheid. De engelen vertegenwoordigen de sensibiliteit van menselijke vermogens als aanraken, liefhebben, zelfs het openvouwen van een paraplu. Dat is misschien een onbetekenend detail. Voor mij niet. In het lot van een mens weerspiegelt zich de mensheid.”

Om het drama aan te jagen heeft Damiel een ex-engel nodig die hem de weg naar de aarde wijst. In de film is dat de acteur Peter Falk alias inspecteur Columbo. Nu is het de Amerikaanse acteur Stephen Payne die met een stem, zwaar en rauw, Damiel ertoe overhaalt naar omlaag af te dalen. Paynes dictie klinkt als die van Tom Waits.

Nadat Mafaalani zijn stem voor het eerst hoorde, wist ze zeker: „Dit is de ex-engel. Hij kent de vrede van de hemel en wil nu het gevaar, de verleiding en de sterfelijkheid van de aarde.”

‘Hemel boven Berlijn/ Wings of Desire’ door Toneelgroep Amsterdam en American Repertory Theatre. Première: 8 oktober, Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 9 nov. Inl.: www.toneelgroepamsterdam.nl