De vrouw die de goede zeden bedreigde

De strenge vrouw in mantelpak die overdag bij een uitgever werkte, schaafde ’s nachts aan een ‘schandalig’ boek. Zij nam er ook huiveringwekkende brieven in op.

Angie David: Dominique Aury. Éditions Léo Scheer, 557 blz. € 25,–.

Op foto’s heeft ze de ingetogenheid van een vrouw, wier voornaamste bijdrage aan de literatuur, tot kort voor haar dood in 1998, de samenstelling van een Anthologie van de Franse religieuze poëzie heette te zijn. Maar achter dat strenge mantelpakje en die strak naar achter gekamde haren van de nijvere redactie-secretaris van uitgeverij Gallimard schuilde ‘Pauline Réage’, auteur van een van de meest geruchtmakende erotische boeken uit de vorige eeuw: Histoire d’O.

Een klein gezelschap heeft steeds geweten dat Dominique Aury (op zich al een pseudoniem van de in 1907 geboren Anne Desclos) de auteur was deze sadomasochistische roman. De eerste onder hen was Jean Paulhan, uitgever en schrijver, voor wie het in 1954 gepubliceerde boek geschreven was. Aury had met Paulhan decennia lang een verhouding, die geheim moest blijven omdat Paulhan getrouwd was. Overdag werkten ze samen bij de uitgeverij, waar Paulhan de scepter zwaaide. Hun amoureuze contacten beperkten zich tot drie ontmoetingen per week in een hotel, en nimmer in weekeinde of vakantie.

Aury gunde de primeur over haar auteurschap van Histoire d’O in 1994 aan een verslaggever van het Amerikaanse weekblad The New Yorker. Na haar dood bleek er ook nog een televisie-interview te bestaan, waarin ze onthulde hoe ze Histoire d’O had geschreven: ’s nachts eenzaam in bed, in het huis waar ze woonde met haar zoon uit een kortstondig huwelijk en met haar bejaarde ouders. Paulhan wilde zijn vrouw, die de ziekte van Parkinson had, niet in de steek laten. En ze moest toch iets doen om hem aan zich te binden, vertelt Aury met veel gevoel voor ironie.

Paulhan liet het voor hem geschreven boek uitgeven – niet bij de keurige uitgeverij Gallimard waar ze beiden werkten, maar bij die van Jean-Jacques Pauvert, die wel meer erotica in zijn fonds had. Paulhan schreef er een bewonderende inleiding bij, ‘Le bonheur dans l’esclavage’ (Het geluk in slavernij). Dat leidde ertoe dat hij zelf vaak voor de auteur ‘Pauline Réage’ werd aangezien.

Histoire d’O kwam aanvankelijk uit in een bibliofiele editie en was een groot succes onder de toonbank. De faam van het boek verspreidde zich en toen er een normale editie uitkwam begon ook het schandaal. Voor- en tegenstanders kruisten in de pers de degens – vooral de suggestie dat een vrouw iets dergelijks had kunnen schrijven bleek een steen des aanstoots. Er werd aangifte gedaan wegens ‘aanslag op de goede zeden’, maar dankzij de goede contacten die Paulhan had in het establishment, en meer in het bijzonder met de zittende minister van Justitie kwam het niet tot een proces.

Emmanuelle

Histoire d’O is een pornografisch boek, maar niet geschreven in ordinaire prikkeltaal. Wie het alleen kent van de platte, door de auteur verafschuwde film die Just Jaeckin (bekend van de Emmanuelle-serie) er in 1975 van maakte, heeft van het werk een verkeerde indruk. Het is duidelijk een literaire tekst die sierlijkheid paart aan een zeer precieze beschrijving van al hetgeen de immer beschikbare O zich laat welgevallen, uit liefde voor haar minnaar René. Steeds met haar instemming stelt René haar ter beschikking van steeds nieuwe sadisten van beiderlei kunne. Op den duur verliest O de liefde van René. Zij ontwikkelt zich tot een werktuig, dat overwegingen van geluk en ongeluk voorbij is.

In zijn voorwoord schreef Paulhan dat er een slothoofdstuk heeft bestaan waarin O, inmiddels fulltime seksueel object, overlijdt. Dat hoofdstuk, schrijft hij, is weggelaten. Biografe Angie David, net als haar onderwerp werkzaam op een literaire uitgeverij als redactie-secretaris, heeft uitgevonden dat het inderdaad heeft bestaan, maar dat het is weggelaten omdat Paulhan en Audry achteraf vonden dat zo’n ontknoping als slot een beetje goedkoop was.

Helaas is deze omvangrijke biografie, die voornamelijk berust op de privé-correspondentie van Aury, een beetje onmatig uitgevallen. Uit de brieven wordt soms wel heel erg uitputtend geciteerd. Het boek wemelt ook van de doublures en bepaald ergerlijk is, vooral gezien de omvang, het ontbreken van een persoonsregister. Jammer is dat er geen foto’s in zijn opgenomen.

Maar er staat veel tegenover deze tekortkomingen: het beeld dat uit al die brieven oprijst is adembenemend – zowel in de schildering van een bepaald Parijs intellectueel milieu als in dat van de persoon Dominique Aury. En niet alleen in seksueel opzicht, gelukkig. Wat men na de oorlog vaak vergeten wilde was dat in de jaren dertig de intellectuele, literaire élite van Frankrijk niet politiek-links, maar eerder extreem-rechts was, gegroepeerd rond de beweging (en het blad) Action française. Met een van de kopstukken daarvan, de journalist Thierry Maulnier, had Aury een langdurige verhouding. Zonder blikken of blozen vertrouwden Aury en Paulhan tijdens de Duitse bezetting dan ook de door Gallimard uitgegeven Nouvelle Revue Française (NRF) toe aan de buitengewoon foute Drieu La Rochelle. Na de oorlog, toen het Franse literaire leven aanvankelijk onder communistische leiding werd gezuiverd, was dit natuurlijk een beetje pijnlijk, maar na een paar jaar, waarin de NRF niet mocht verschijnen, heelden de wonden.

Slavin

Histoire d’O is geen sleutelroman, zoals opgewonden lezers wel eens hebben vermoed of gehoopt. Het kasteel Roissy, waar O haar opvoeding tot slavin ondergaat, de geheimzinnige samenzwering van sadisten en masochisten waarin O terecht komt, als een soort onzichtbare parallel-samenleving – het is alles aan Aury’s verbeelding ontsproten. Dat neemt niet weg dat zij wel thema’s en gegevens uit haar eigen liefdesleven en maatschappelijke ervaring heeft verwerkt in de roman. Dat geldt voor bijna elke romanschrijver, alleen is het bij een pornografische roman pikanter om te weten hoe dat nu precies in zijn werk is gegaan.

David laat zien dat achter de vrouw met het knotje die bij haar ouders woonde, een gepassioneerde en libertijnse minnares schuil ging, die langdurige relaties met zowel mannen als vrouwen had, veelal tegelijkertijd. De laatste van deze beschreven liefdes is verreweg de meest interessante en voor Histoire d’O het meest relevant: die met Janine Aeply, vrouw van de schilder Jean Fautrier. In getourmenteerde brieven vertelt Aeply hoe het in haar leven toegaat: Fautrier schept er genoegen in – of zegt het nodig te hebben – dat zijn vrouw zich geeft aan zoveel mogelijk mannen, liefst onbekenden. Hij wil daar niet bij zijn, maar regelt het wel voor haar. Om deze levenswijze vol te houden, voert hij zijn vrouw consequent dronken, en neemt er zelf graag ook één. In de brieven die Aeply daarover aan Aury schreef, zijn lust en afkeer moeilijk van elkaar te onderscheiden en daarom alleen al fascinerende, en huiveringwekkende lectuur.

Aeply heeft, onder haar eigen naam, een aantal erotische romans geschreven, die bijna vergeten zijn. Nieuwsgierig, na die aangrijpende brieven, heb ik er eentje gelezen: Éros zéro uit 1972. Het is bijna onleesbaar – de even wijdlopige als verhullende beschrijvingen van seks met verschillende partners vervelen snel, en allerlei pretentieuze uitweidingen schieten hun doel voorbij.

Als je deze roman leest, begrijp je beter waarom Histoire d’O zo goed is. Juist dat heel concreet noemen van de dingen, en de gesoigneerde, bijna droge stijl maken van Histoire d’O een fabel over de liefde, die uitstijgt boven hetgeen er nu precies in wordt beschreven aan sadomasochistische praktijken. Waar sprake is van seks en liefde wordt de machtsvraag gesteld en wordt gewonnen en verloren. Dat hebben die miljoenen lezers in de hele wereld, die de vrouw met het knotje en haar nachtelijke schrijfwerk heeft bediend, uitstekend begrepen.