De meest begeerde munt

Alison Frankel: The Epic Story of the World’s Most Valuable Coin. W.W. Norton, 320 blz. € 25,50.

De ‘Double Eagle’, een gouden Amerikaanse munt van 20 dollar, geldt als de mooiste Amerikaanse munt ooit geslagen. Hij werd in opdracht van president Theodore Roosevelt in 1906 ontworpen door Augustus Saint- Gaudens, zoon van een Franse immigrant, destijds een gevierd beeldhouwer in Amerika. In 1933 schafte een andere president Roosevelt – Franklin Delano – de ‘gouden standaard’ af. Alle ‘dubbele adelaars’, symbool van de imperiale Amerikaanse macht, die dat jaar waren geslagen, moesten vernietigd worden, op twee na die werden geschonken aan het Smithsonian Insititute in Washington. Maar bij de United States Mint in Philadelphia was iets fout gegaan – een klein maar onbekend aantal ‘Double Eagles’ was gestolen. Prompt werden alle in 1933 geslagen munten tot staatseigendom verklaard: wie ze behield beging een misdaad. De Secret Service, ooit opgericht om valsemunterij en andere geldfraudes te bestrijden, spoorde veel verdwenen munten op, maar niet alle. Dat was het begin van een ruim 70 jaar durende saga over solide en frauduleuze munthandelaren, rijke verzamelaars, geheime en schimmige transacties, hardnekkige overheidsdiensten, langdurige rechtszaken en een koning, Farouk van Egypte. Deze puissant rijke maar machteloze prins uit een oosters sprookje – de Britten deelden in Egypte de lakens uit – had een gigantische collectie munten, deels aangekocht via Hans Schulman, een Nederlandse immigrant die in New York naam had verworven als een betrouwbare handelaar. Farouk kocht een 1933 Double Eagle via een andere handelaar, en kreeg, enkele weken voor het besluit dat alle 1933-munten vernietigd moesten worden, vergunning om de munt uit de VS uit te voeren. In 1952 werd Farouk afgezet, het land uitgejaagd, en zijn schatten, inclusief de muntencollectie, werden twee jaar later op een veiling verkocht. Maar zijn fameuze Double Eagle was er niet bij en leek in het niets te zijn verdwenen.

Farouks gouden munt kwam pas veertig jaar later boven water. In 1995 meldde een zekere Hassan zich met het unieke geldstuk bij de solide Londonse munthandelaar Stephen Fenton. Hassan die al eerder munten uit Farouks verzameling aan Fenton had verkocht, vroeg 325.000 dollar voor de enige ‘legale’ 1933 Double Eagle waarvan men het bestaan wist (afgezien van de twee in het Smitsonian Institute). Na enig loven en bieden betaalde Fenton uiteindelijk 220.000 dollar voor Farouk’s Double Eagle plus nog enkele andere gouden munten. Hij legde vervolgens contact met een bekende Amerikaanse munthandelaar die een ‘klant’ vond, Jack Moore, een voormalige vrachtautochauffeur die zichzelf had omgeschoold tot muntexpert. Moore werkte voor een Texaanse multimiljonair, John Groendyke, die een collectie wilde aanleggen van alle jaargangen Double Eagles die waren aangemaakt. De munt uit het jaar 1933 ontbrak uiteraard. Moore dacht slim te zijn. Hij nam contact op met de politie, die de Secret Service en justitie inschakelde. Toen de transactie in het Waldorf Astoria hotel in New York zou plaatsvinden, viel de Secret Service binnen, en Fenton werd gearresteerd en formeel beschuldigd van ontvreemding van staatseigendom. De geschokte Engelsman (‘ik wilde alleen een munt verkopen’) had geluk: hij vond een eigenzinnige advocaat die ‘in de meest absurde zaak die ik ken’ met tomeloze energie de strijd aanging met een al even hardnekkige officier van justitie. De zaak liep uit op een compromis: de munt zou op een veiling worden verkocht en de opbrengst zou gedeeld worden. Fenton die al een klein fortuin had uitgegeven, stemde toe. Op de veiling van Sotheby’s, op 30 juli 2002 in New York, werd Farouk’s 1933 Double Eagle verkocht voor het het ongehoorde bedrag van 7.590.000 dollar en werd daarmee de duurste munt ter wereld. De koper was een ‘financier uit de Bahama’s’ die anoniem bleef en zijn munt permanent uitleende aan de American Numismatic Society in New York, waar hij te zien is.

Met Moore, de munthandelaar die de politie inschakelde, liep het slecht af: hij kreeg 7500 dollar aan zilverlingen voor wat in de wereld van verzamelaars en door de opgelichte Groendyke als verraad werd gezien en hij verloor alles wat hij bezat.

De auteur van dit epos, Alison Frankel, twintig jaar reporter en ‘senior writer’ van The American Lawyer, schrijft in haar nawoord: ‘Nooit eerder heb ik het wonder van de journalistiek zo gewaardeerd als bij de research voor dit boek’. Dat is terecht, de research is voorbeeldig, het verhaal, geschikt als scenario voor een spannende film, is helder opgeschreven, met begrip voor de soms alle grenzen overstijgende hartstochten van handelaars en verzamelaars. Frankel geeft ook een instructief inzicht in de Amerikaanse justitiële praktijken. De epiloog biedt een laatste, passende verrassing: in 2005 werden in een oude, rommelige winkel van een al lang overleden munthandelaar in Philadelphia nog eens tien Double Eagles uit 1933 aangetroffen, nog in hun originele verpakking.