Chirac bezweert twijfels over Franse rol in UNIFIL

Volgens president Jacques Chirac is Frankrijk steeds van plan geweest om niet 400 maar 2.000 militairen in Libanon te stationeren. Er is weinig begrip voor de Franse diplomatie.

Een dag nadat de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni in Parijs op bezoek was geweest, reserveerde president Chirac gisteren zendtijd op televisie om te zeggen dat Frankrijk toch meer troepen stuurt om in Zuid-Libanon de vrede te handhaven onder VN-vlag. Van 400 naar 2.000. Precies op tijd voor het Europese overleg met VN-secretaris-generaal Kofi Annan over de bijdrages aan het versterkte UNIFIL, vandaag in Brussel. Precies op tijd ook om Italië te pareren, dat tot 3.000 militairen ter beschikking wil stellen en zich heeft aangeboden om het commando te voeren.

De timing was geen toeval. Niet alleen Livni had in Parijs nog eens aangedrongen op haast. Haar bezoek was ook om een andere reden van belang. Frankrijk ziet niet uit naar het perspectief dat de UNIFIL-troepen in Zuid-Libanon mogelijk tegenover Israëlische militairen komen te staan tijdens een nieuwe militaire expeditie. Juist in dat opzicht noemden Franse diplomaten de gesprekken die Livni in Parijs voerde „geruststellend”. Chirac verklaarde gisteravond, zonder in details te treden, van Israël, evenals van Libanon, de verzekering te hebben gekregen dat de UNIFIL-macht in staat zal zijn haar missie in Zuid-Libanon te vervullen.

Maar met de grotere troepenbijdrage zijn niet alle vragen opgelost die de Franse diplomatie de afgelopen weken heeft opgeroepen.

Chiracs aankondiging komt na veel internationale kritiek. Verrassing en teleurstelling domineerden toen Parijs vorige week aankondigde niet meer dan 200 extra militairen ter beschikking te stellen voor UNIFIL. Juist van Frankrijk werd een leidende rol verwacht, nadat Chirac het initiatief had genomen tot de VN-resolutie die heeft geleid tot het bestand in Zuid-Libanon, waaraan Israël en Hezbollah zich houden.

Wilde Frankrijk ineens niet meer, vroegen betrokkenen zich af, of was sprake van diplomatieke onhandigheid waarmee het land het opgebouwde krediet dreigde te verspelen.

Het was diplomatie, maar geen onhandige. Dat was, samengevat, het impliciete antwoord dat Chirac gisteravond gaf. Frankrijk was steeds van plan geweest zijn rol te vervullen, verzekerde hij. Maar voordat zijn land troepen beloofde, moest nu eenmaal eerst aan alle Franse voorwaarden voldaan worden. Nu dat eenmaal is gebeurd, is er geen vuiltje meer aan de lucht.

Diplomatie Militairen wilden liever niet onder VN-vlag

VN-chef Annan heeft al verzekerd dat Frankrijk het versterkte UNIFIL zal leiden, in elk geval tot eind februari, als het mandaat van de huidige commandant, de Franse generaal Pellegrini, afloopt. Frankrijk zal intensief samenwerken met Italië. Chirac wil een „eerlijke verdeling” van de troepenbijdrage. En hij riep ook de andere permanente leden van de Veiligheidsraad op „zich ter plekke te engageren.”

In feite wordt het Franse diplomatieke optreden verklaard door bezorgdheid over de onzekere situatie waarin UNIFIL terecht kan komen. Meer dan tijdens eerdere missies lopen de VN-soldaten het risico zelf deel van de strijd te worden. Syrië, geregeerd door een regime dat Chirac onlangs nog „slecht verenigbaar met vrede en veiligheid” noemde, heeft de Libanese regering al gezegd dat het voor Beiroet kiezen wordt: Parijs of Damascus. Syrië heeft eerder laten weten dat het geen UNIFIL-troepen langs zijn grenzen wenst.

Dat maakt voor Parijs goede afspraken in de VN en zo veel mogelijk internationale betrokkenheid extra belangrijk. Chirac verwees gisteren niet alleen naar Israël en Libanon, maar ook naar de Verenigde Naties, die de „noodzakelijke opheldering” gegeven hebben over de commandostructuur (namelijk: „eenvoudig”) en over de geweldsinstructies. Deze moeten garanderen dat de UNIFIL-macht vrij kan circuleren in de zones aan de grenzen met Israël en Syrië, en in actie kan komen in „vijandige situaties”.

Vanuit New York lieten zegslieden van de VN al dagen blijken dat alle Franse eisen waren ingewilligd. Bovendien was het mandaat van de UNIFIL-troepen al omschreven in de VN-resolutie die Frankrijk zelf met de Verenigde Staten heeft opgesteld. De UNIFIL-troepen zijn niet verantwoordelijk voor het ontwapenen van Hezbollah-milities. Daarbij assisteren ze alleen het Libanese leger. Ze zien er op toe dat partijen elkaars territoriale integriteit in het gebied respecteren. Aan die voorwaarden is bij het opstellen van de geweldsinstructies wezenlijk niets veranderd.

De problemen lagen deels in Frankrijk zelf. Duidelijk is dat er reserves waren bij het Franse leger voor een nieuwe operatie onder VN-mandaat. Aanvankelijk circuleerden berichten dat de Franse bijdrage kon uitkomen tussen de 2.000 en 4.000 militairen.

Libanese ministers meenden te hebben gehoord dat minister van Buitenlandse Zaken Douste-Blazy van 3.000 militairen had gesproken. Zijn woordvoerder ontkende dat. Maar dat er interne onenigheid was in Parijs is duidelijk.

Een strijd „niet tussen militairen en politici, maar misschien wel tussen militairen en diplomaten”, gaf minister van Defensie Alliot-Marie vanmorgen in dagblad Le Figaro toe. Bij eerdere missies in Bosnië en in Libanon werd „de VN-bureaucratie” door Franse militairen aangewezen als een belangrijke hinderpaal voor effectief optreden.

De vrees om in een machteloze positie terecht te komen tussen strijdende partijen blijft levensgroot, zeker in Zuid-Libanon.