Bevallen zonder pijn en bij volle bewustzijn

In twee ziekenhuizen wordt een nieuw middel gebruikt tegen pijn bij de bevalling.

Maar is die pijnbestrijding wel veilig genoeg?

Een nieuwe manier van pijnbestrijding tijdens de bevalling is in opmars in Nederland. De zwangere vrouw bedient zichzelf met een morfineachtige stof, en blijft haar bevalling bewust meemaken. Twee ziekenhuizen die met het middel experimenteerden, vinden de ervaringen met in totaal ruim driehonderd patiënten zo succesvol, dat zij deze methode als standaardtechniek aanbieden.

„Nederland is het eerste land waar deze manier van pijnbestrijding uit de experimenteerfase is”, zegt Gerald Woerlee, anesthesioloog van het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp, dat het middel in de Nederlandse verloskamer introduceerde. Ook het TweeSteden ziekenhuis in Tilburg heeft louter positieve ervaringen. „Dit is in Nederland heel populair aan het worden”, aldus medisch manager Addy Drogtrop van de afdeling gynaecologie en obstetrie van het TweeSteden ziekenhuis.

Maar het middel is niet onomstreden. Critici zeggen dat de veiligheid ervan nog niet is vastgesteld.

Het verdovende middel Remifentanil is niet nieuw, maar het werd nooit eerder in de verloskunde toegepast. Een vrouw die de barenspijnen te zwaar vindt, kan op een infuus worden aangesloten dat haar continu van het morfinepreparaat voorziet. Met een drukknop kan zij zichzelf een extra hoeveelheid toedienen, tot een door de computer vastgesteld maximum, om overdosering te voorkomen. Vrouwen helpen actief mee met de bevalling, waardoor het risico op ‘kunstverlossingen’ niet toeneemt, zoals wel gebeurt bij de ruggenprik.

Het middel werkt heel krachtig maar ook heel kort. De mogelijk nadelige invloed op moeder en kind zouden daarom beperkter zijn dan bij het traditionele opiaat Pethidine, dat tot nog toe het enige alternatief was voor de ruggenprik. Pethidine zal door de introductie van Remifentanil in onbruik raken, meent Woerlee. Van dat middel, dat met een injectie wordt toegediend, kunnen vrouwen duizelig, slaperig en verward raken. Ook het kind loopt risico versuft ter wereld te komen.

Nederland heeft speciale belangstelling voor deze vorm van pijnstilling omdat vrouwen in vergelijking met andere landen niet vaak een ruggenprik kunnen krijgen (slechts 15 procent, tegen bijvoorbeeld 70 procent in België). Anesthesiologen zijn niet op alle tijden van de dag beschikbaar voor barende vrouwen. Voordeel van de nieuwe methode van pijnstilling is dat daarbij geen anesthesioloog aan te pas hoeft te komen.

Kritiek op Remifentanil komt van onder anderen gynaecoloog Robert Verwey van het Bronovo ziekenhuis in Den Haag. Hij zegt dat Remifentanil „prima werkt” maar benadrukt dat „nog niet officieel is vastgesteld of het veilig is”. „Om die reden is het ook nog niet geregistreerd.’’ Bronovo doet wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van het middel. Verwey vindt dat ziekenhuizen die het als standaardtechniek hebben geïntroduceerd „een risico nemen”.

Het farmaceutische bedrijf GlaxoSmithKline dat Remifentanil in Nederland verkoopt, wil geen cijfers geven over de vraag naar het middel. Wel wil het kwijt dat „er onvoldoende gegevens zijn om Remifentanil aan te kunnen bevelen voor gebruik bij de bevalling en bij een keizersnede. Remifentanil passeert de placenta en kan bij kinderen ademhalingsdepressie veroorzaken”.

Gynaecoloog Paul Reuwer van het Sint Elizabeth ziekenhuis in Tilburg en auteur van het boek Preventive Support of Labour, plaatst andere kanttekeningen. „Pijnbestrijding wordt vaak gebruikt als substituut voor goede zorg. In plaats van een continue begeleiding van de barende vrouw en het streven dat iedere vrouw binnen tien uur spontaan bevalt, wordt het accent op pijnstilling gelegd. En dat terwijl de effecten op lange termijn volstrekt onbekend zijn. Als er echt pijnstilling nodig is, werkt een ruggenprik bovendien veel beter.” Gynaecoloog Drogtrop van het TweeSteden ziekenhuis vindt deze kritiek onterecht: „Het is volstrekt onmogelijk om te bewijzen of een middel veilig is. Hoe meer gegevens ziekenhuizen verzamelen, hoe beter.” Daarin krijgt hij steun van de Nederlandse Vereniging van Anesthesiologen (NVA). Hans Kerkkamp van de NVA vindt dat er nog te weinig onderzoek bestaat om te concluderen dat deze pijnbestrijding veilig is, maar zegt ook dat je ervaringen nodig hebt om meer kennis te verwerven. „Remifentanil lijkt geweldig. Maar het is nog te vroeg om dit het ei van Columbus te noemen.”

Het TweeSteden ziekenhuis erkent dat deze pijnstilling niet in alle ziekenhuizen mogelijk is en dat artsen terughoudend moeten zijn. „Vrouwen horen intensief te worden gecontroleerd en begeleid, door getraind personeel. Stoppen zij met ademen, moeten we hen met beademingstechnieken in leven houden. In ons ziekenhuis is dat mogelijk. Wij werken absoluut veilig”, zegt Drogtrop.

Ziekenhuis Bronovo doet momenteel vergelijkend onderzoek onder 240 vrouwen die met verschillende verdovende middelen zijn bevallen, waaronder Remifentanil. De eerste bevindingen zijn gunstig, bij nog geen enkele vrouw deden zich complicaties voor. Verwey verwacht dat als de veiligheid van het middel eenmaal bewezen is, het dan tot standaardtherapie wordt verheven.