Apekop die ik ben!

Sinds woensdagavond weet ik niet meer zo zeker of het credo ‘sport is emotie’ nog wel opgaat. Vooral over Ajax heb ik mijn twijfels. Na afloop van de zeperd tegen FC Kopenhagen had ik tranen verwacht, woede, blinde ergernis. Maar ik kreeg Jaap Stam. Hij oordeelde met grimmige blik: „Je mag zoiets niet weggeven.” Nee, me dunkt. Een in Denemarken behaalde 2-1 voorsprong in de Arena weer verspelen, dat mag je weggeven noemen. Al komt het woord verkwanselen meer in de richting. Het nuchtere ‘weggeven’ illustreerde exact waaraan het mij als televisiekijker ontbrak. Het gevoel dat er iets verschrikkelijks was gebeurd.

De dooddoener waarmee Stam zijn wedstrijdanalyse besloot, „dat is voetbal”, gaf absoluut niet aan dat we hier te maken hadden met een ervaren topkracht die voor veel geld naar Amsterdam was gehaald om de verdediging te organiseren. „Ik schaam me dood voor de gaten in de defensie vanavond”, was een mooie ontboezeming geweest. Plus: „Ze zullen wel spijt hebben dat ze me niet in Milaan hebben gelaten.”

Over Henk ten Cate hoorde ik eens dat hij een emotionele trainer is. Zo emotioneel dat hij jarenlang door de Nederlandse topclubs ongeschikt werd verklaard. Niks van gemerkt. Op kalme toon zei Ten Cate dat hij erg teleurgesteld was, en dat leek mij veel te rationeel voor een coach onder wiens verantwoordelijkheid zojuist de goudkust van de Champions League was misgelopen. „Apekop die ik ben”, was treffend geweest, want: „Laat ik de falende Maduro staan, schept hij de aanleiding voor een volkomen onnodige tegengoal. En wat deed ik toen de nood het hoogste was? In plaats van de ervaren middenvelder Lindenbergh liet ik het groentje Vertonghen invallen.” Daarna had ik graag gezien dat Ten Cate zichzelf publiekelijk voor het hoofd had geslagen.

Waar ik rekende op een vette dosis gêne en wrok moest ik het doen met een trainer die zijn leed al direct na het laatste fluitsignaal een plekje had gegeven. Ik was nog niet bekomen van de schrik of hij filosofeerde er alweer duchtig op los over de jeugdigheid van z’n spelers. Die misten door dit verlies de kans op ervaring in het Europese topvoetbal. Want zie, orakelde Ten Cate, zo’n jonkie als Emanuelson maakt twee fouten ‘en die worden genadeloos afgestraft’.

Helaas kreeg ik het grote lijden van de kleine Urby niet te zien. Wel dat van Heitinga, maar die had zijn shirt over het hoofd getrokken, en onzichtbaar verdriet is slechte televisie. Vermaelen betreurde zijn schot in eigen doel bij de middenstip. Overtuigend en behoorlijk lang, dat wel, maar waarom niet voor de microfoon?

Met die uitschakeling valt te leven, maar over het getoonde sentiment zeg ik: jongens, dat kunnen jullie veel beter.