Vreemde wespendief

Jaarlijks zijn honderden vrijwilligers in touw om nestbomen van roofvogels te turven, poepstrepen te spotten en vliegbanen in kaart te brengen voor SOVON Vogelonderzoek Nederland. Het beeld verandert voortdurend, zegt roofvogelonderzoeker Jan Schoppers.

Hoe staat het met onze roofvogels?

Schoppers: „Het beeld wisselt nogal. De buizerd bijvoorbeeld blijft een succesnummer. Vanuit de hogere zandgronden breidt hij zich steeds meer uit naar West-Nederland en nu ook naar stedelijk gebied. Een jonge buizerd die opgroeit in het Amsterdamse bos, raakt vanzelf aan mensen gewend. Maar een soort als de torenvalk neemt juist overal in aantal af.”

Hoezo?

„De torenvalk is een specialist, die vooral muizen eet. Door de intensivering van de landbouw zijn die er steeds minder. De buizerd is veel meer een generalist. Hij houdt van muizen en konijnen, maar in een slecht muizenjaar zoekt hij ook mollen, regenwormen of aas. Dat laatste is trouwens riskant, want buizerds die doodgereden dieren van het wegdek plukken, worden zelf ook steeds vaker verkeersslachtoffer. In het voorjaar eten ze ook veel jonge doodgemaaide weidevogels en hazen, maar verder eenden, duiven, lijsters, kraaien en spreeuwen, ze zijn van alle markten thuis.

„Bij de kiekendieven is het beeld onduidelijk. De bruine kiek neemt in laag Nederland toe, maar op hogere gronden af. De blauwe kiekendief broedt alleen nog op de eilanden, op de grond. Maar er zijn steeds minder konijnen als voedsel, de duinen verruigen, er is verstoring door recreanten. Kortom, hij staat op uitsterven. Aan de vos kan het niet liggen, want andere grondbroeders zoals de lepelaars gaat het juist voor de wind sinds ze op de waddeneilanden zijn gaan broeden.”

Heeft u zelf een favoriet?

„De visarend en de zeearend zijn natuurlijk indrukwekkend, maar zelf vind ik de wespendief het leukst. Dat is een buitenbeentje, er is zelfs discussie over de vraag of het wel een echte roofvogel is. Hij gedraagt zich als een hoenderachtige, hij heeft ook zo’n kipachtige kop. Bij de wespendief zie je ook geen spectaculaire, actieve jachtpartijen. De wespendief zit gewoon urenlang aan de bosrand om naar de vluchtbewegingen van wespen te kijken. Zo probeert hij te achterhalen waar het wespennest zit en dat graaft hij dan uit door flink met zijn poten te krabben. Hij eet de larven uit de raten. Intussen wordt hij door een woedende zwerm wespen belaagd, maar daar kan hij blijkbaar tegen. Hij is goed bevederd en heeft een taaie huid. In slechte wespenjaren, als het voorjaar te droog of juist veel te nat is geweest, eet de wespendief meer kikkers.

Is dit trouwens een slecht wespenjaar?

Dat geloof ik wel, ik zie ze nauwelijks. Maar volgens collega’s valt het wel mee. Voor de wespendief is het geen slecht jaar geweest.”