Terreurvliegtuig kan worden neergehaald

Nederland kan een terreurvliegtuig in het uiterste geval uit de lucht schieten. Daar was gisteren in het geval van het toestel van Northwest Airlines niet nodig.

Een vliegtuig dat mogelijk gebruikt zal worden als terroristisch wapen kan in het uiterste geval boven Nederlands grondgebied uit de lucht worden geschoten. Minister Donner (Justitie, CDA) heeft de bevoegdheid om die opdracht te geven.

Dat heeft een woordvoerder van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding bevestigd. Tussen de ministers van Defensie en Justitie zijn in 2005 afspraken gemaakt over de procedures die in zo’n geval gehanteerd worden. Die zijn vastgelegd in de ‘Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme’. De krijgsmacht verleent dan bijstand die ter beschikking wordt gesteld aan de minister van Justitie.

Niet alleen de minister van Justitie, ook de NAVO en het Air Operations Control Center van de Koninklijke Luchtmacht kunnen een civiel vliegtuig aanwijzen als een ‘terroristische dreiging uit de lucht’. De luchtmacht heeft dan de bevoegdheid om het vliegtuig te benaderen voor verificatie en informatie over het vliegtuig. Vanaf het moment dat zo’n vliegtuig daadwerkelijk wordt aangemerkt als een terroristische dreiging, geeft de minister van Justitie aanwijzingen aan de luchtmacht en is hij ook verantwoordelijk voor de daarop volgende inzet.

De minister van Justitie kan vervolgens opdracht geven om het vliegtuig te dwingen tot koerswijziging of landing zonder dat er gebruik wordt gemaakt van geweld. Maar er kan ook opdracht worden gegeven tot het lossen van waarschuwingsschoten of, in het uiterste geval, het geven van gericht vuur.

De criteria voor het vaststellen van een terroristische dreiging vanuit de lucht zijn in NAVO-verband ontwikkeld en vervolgens vastgelegd in nationale draaiboeken die alle lidstaten hanteren. De NAVO heeft geen bevoegdheid om daadwerkelijk in te grijpen, dat is voorbehouden aan de minister van Justitie, die overigens ook op grond van andere criteria dan die van de NAVO kan besluiten om een vliegtuig als terroristische dreiging aan te wijzen.

In oktober 2004 moest een Airbus van British Airways, op weg van Berlijn naar Londen, een noodlanding op Schiphol maken na een bommelding. Na waarschuwingen van de NAVO stegen, conform de procedures, twee F-16’s op om het vliegtuig te begeleiden. Donner gaf na dat incident in debat met de Tweede Kamer aan dat er sinds de aanslagen in de VS aparte procedures gelden als een vliegtuig mogelijk wordt gebruikt als terroristisch wapen. Nadat Justitie over het vliegtuig was geïnformeerd, duurde het tien minuten voordat besloten kon worden dat gebruikmaking van bijzondere bevoegdheden niet nodig was. Staatssecretaris Schultz Van Haegen (Verkeer en Waterstaat, VVD) gaf in het Kamerdebat aan dat de piloot mag beslissen om een noodlanding te maken als er explosiegevaar in de lucht dreigt, maar dat de minister van Justitie „over allerlei instrumenten” beschikt, tot en met zeer vergaande mogelijkheden, om het vliegtuig eerder uit de lucht te halen.