Spons voor Bauhaus en Dada

Kunstenaar Max Herman Maxy zette Roemenië internationaal op de kaart.

Door Maxy’s veelzijdigheid geeft de expositie een beeld van de hele jaren twintig.

Hij kende de Bauhaus-goeroes en de Roemeense koningin, het Parijse kunstcircuit en elke Europese constructivist: Max Herman Maxy (1895-1971) was kunstenaar en spil van het Roemeense culturele leven. In 1925 lanceerde hij met vrienden een Roemeense constructivistische beweging onder de noemer integralisme, compleet met pamflet en tijdschrift. Maar bovenal lijkt de term integralisme van toepassing op zijn eigen karakter: Maxy omarmde iedere Europese kunststroming en werkte in elk vakgebied – schilderkunst, grafiek, ontwerpen, hij kon alles.

In 1916 kwam Maxy in contact met de Roemeense dadaïsten Tristan Tzara en Marcel Janco waarna hij in Berlijnse Bauhauskringen belandde. Toch bleef hij nog romantische vijvers en portretten tekenen, hij bekeerde zich maar langzaam, via kubistische stillevens, tot de sobere stijl van zijn Bauhausidolen. In 1925 begon hij abstracte composities te maken. Op linoleumsnedes liet hij zwarte rechthoeken en cirkels de hoofdrollen vertolken. Deze constructies combineerde hij op affiches en tijdschriftomslagen met een hoekige, robuuste typografie, die invloeden verraadt van Bauhaus, De Stijl en Dada.

Nog tot en met eind september is voor het eerst in Nederland een solotentoonstelling te zien van Maxy, in de Kunsthal. De Kunsthal exposeert tientallen tekeningen, lino’s, brieven en objecten uit de jaren twintig, in een knalrood geverfde bovenverdieping – het revolutionaire rood van de avantgarde. Of toch niet? Als je langs de aquarellen en de vitrines met boekomslagen loopt, wankelt het beeld van de Roemeense constructivist. Ja, hij ontwierp strakke posters en zware abstracties, maar ook koperen boekenleggers, kandelaars en glanzende kussens met geometrische motiefjes. Zijn aquarellen tonen zwoel kijkende dandy’s en weelderige vrouwensilhouetten. Deze zijn weliswaar omlijst met geometrische vormen, maar die ogen eerder koket dan streng. Misschien is het rood van de muren toch meer de kleur van het pluche en velours van Klein Parijs, zoals het mondaine Boekarest in die jaren genoemd werd.

Het lukte Maxy om Roemenië op de internationale kunstkaart te zetten. Hij reisde, regelde en correspondeerde – je vraagt je af of hij ooit sliep. De man was een cultureel ondernemer avant la lettre. Kort nadat de komst van het integralisme werd gevierd, werd hij benoemd tot directeur van de Academie van Decoratieve Kunsten van Boekarest, dat hij deels zou omtoveren tot een kunstmuseum. Let wel, decoratieve kunsten. Want Maxy wilde alles vormgeven, het hele leven. Tapijten, kandelaars, zelfs poëzietijdschriften gaf hij uit. Hij had een werkelijk integraal te noemen kunstopvatting. Toch is het opmerkelijk dat hij die term koos: het integralisme was in die jaren ook de benaming van een internationale streng-katholieke beweging die niet vies was van het fascisme. Dat moet Maxy als man van de wereld geweten hebben. Maar opvattingen van dien aard vind je niet in zijn kunst of in de geëxposeerde brieven.

De meester van het Roemeense constructivisme was meer een kameleon, een omnivoor, dan een constructivist pur sang. Als een spons nam hij constructivisme, Bauhaus en Dada op en met zijn luxegoederen borduurde hij voort op kunstnijverheidstradities die in Europa waren blijven bestaan. Het mooie van deze tentoonstelling is dat Maxy’s veelzijdigheid een beeld lijkt te geven van de héle jaren twintig: een tijd van vooruitgang, pamfletten, avantgarde en luxe. Maar een eigen artistieke stijl van Maxy is moeilijk te vinden. Sommige tekeningen hebben wél iets eigens, maar vooral zie je een bewonderaar van meesters die groter waren dan hijzelf.

Tentoonstelling: M.H. Maxy t/m 24 september in de Kunsthal, Rotterdam www.kunsthal.nl