Patat of heekfilet

De twee universiteiten van Amsterdam hebben een andere achtergrond en een andere sfeer.

Maar lang niet alle clichés zijn waar.

Wie zegt „ik studeer in Amsterdam”, hoeft nooit lang op de wedervraag te wachten. „UvA of VU?” De hoofdstad heeft twee universiteiten: de openbare Universiteit van Amsterdam en de ‘bijzondere’ Vrije Universiteit. Er zijn twee introductieweken. De Intree-week voor UvA-eerstejaars (begint maandag), de Idee-week voor VU-eerstejaars (vandaag afgelopen). Intree-begeleiders fietsen in gele shirts door de stad, Idee-begeleiders in blauwe. Waarom heeft de hoofdstad, die, op wereldschaal bekeken, niet meer dan een fiks dorp is, twee universiteiten? En welke is beter, de UvA of de VU?

Amsterdam dankt haar tweede universiteit aan het geloof. Sinds 1632 konden jonge Amsterdammers aan het door het stadsbestuur gestichte Athenaeum Illustre (later UvA) studeren. De eerste hoogleraren waren Barlaeus en Vossius, die aan de universiteit van Leiden niet langer mochten doceren, omdat ze te vrijzinnig waren. In 1880 richtte de zeker niet vrijzinnige Abraham Kuyper, die Nederland ook de gereformeerde kerk schonk, de VU op. Gelovigen moesten hun kinderen naar een universiteit kunnen sturen waar genoeg aandacht was voor de kerkelijke vakken. Als particuliere instelling was de VU tot 1970 (deels) afhankelijk van giften. Mensen spaarden in busjes met Kuypers beeltenis stuivers en centen voor de VU.

De christelijke grondslag van de VU staat tegenwoordig rond de tiende plaats van redenen die studenten noemen om voor de universiteit te kiezen. De goede bereikbaarheid met trein, metro en auto scoort beter. „We zijn geen gereformeerde universiteit, maar een universiteit op levensbeschouwelijke grondslag”, zegt Erik Boer, directeur communicatie van de VU. „Er is hier ruimte om welke religie dan ook uit te oefenen naast je studie. Moslimstudenten zeggen het te waarderen dat we ze niet belemmeren hun religie uit te dragen. Maar we zijn geen gelovige universiteit.”

Een ander cliché waar Boer van af wil is dat VU-studenten saai zouden zijn. „Ze kunnen echt wel een feestje bouwen.” Maar: „Een student die voor de VU kiest blijft vaak in het eerste jaar thuis wonen en neemt studeren serieus. Een student die heel zelfstandig is, wil genieten van de vrijheid na de middelbare school en lekker wil feesten, kiest voor de UvA”, zegt Boer. „Wij hebben bij rechten en economie nu een bindend studieadvies. Als studenten in hun eerste jaar minder dan de helft van de punten hebben gehaald, moeten ze weg”, zegt Godfried Jansen, woordvoerder van de UvA. Niet alleen feest dus.

Nog een paar clichés. De VU zou beter georganiseerd zijn. De UvA is vrijer en chaotischer. De UvA zou internationaler zijn. Wat is waar? Aan de VU studeerden in 2005 519 internationale studenten, 498 VU-studenten studeerden in het buitenland. Aan de UvA studeerden 2.500 internationale studenten, 650 UvA-studenten in het buitenland. Vorige maand noemden UvA-medewerkers in NRC Handelsblad de administratieve chaos op hun universiteit ‘pervers’. Jansen: „Studenten hebben daar niets van gemerkt en het is nu opgelost.”

Serena Eek (20) zit in de mensa van de UvA op het Binnengasthuisterrein. Voor haar staat een dienblad met lege schaaltjes. „Heekfilet met saus, spinazie en gekookte aardappelen. Op de menukaart zag het er lekkerder uit”, zegt ze. Serena is derdejaars algemene cultuurwetenschappen. Ze heeft al haar tentamens tot nu toe gehaald. „De VU is in een uithoek en het gebouw stootte me af. Waar ik woon heb ik ook VU-vrienden gemaakt en die zijn niet saaier. De administratieve rompslomp op de UvA valt mee. Ik declareerde een studiereis en dat ging veel soepeler dan ik had verwacht. Tussen colleges door kan ik even over het Waterlooplein struinen, dat is zo relaxed. Ik heb een heel Amsterdamse opa en die zei altijd ‘als je op de Oudemanhuispoort studeert, dat is pas het echte Amsterdamse studentenleven’.”

„De UvA schijnt heel gezellig te zijn, maar dan komt er niet zo veel terecht van je studie”, zegt Mirjam Wijnschenk (22). Ze is vierdejaars kunstgeschiedenis aan de VU. In de mensa aan de Boelelaan eet ze een patatje met. „Op de VU heerst meer discipline en dat heb ik wel nodig. Ik heb lang niet alles gehaald. Ik ga wel eens wat drinken met medestudenten. Niet in de stad, maar hier in het VU-café. Ik vind het lekker overzichtelijk dat alles op één plek zit. Ik snap wel dat mensen van buiten Amsterdam graag in het centrum studeren, maar ik ben Amsterdamse, dus ik ken de stad al. Iedereen zegt altijd dat het gebouw zo lelijk is. Ach, het verdient geen schoonheidsprijs.”

UvA of VU? Studenten en de communicatiemannen zeggen hetzelfde. Het gaat erom wat het beste bij je past. En ja, dat is ook een cliché.