Over wetenschap

In meerdere kranten trof ik het bericht dat je meer kans hebt op studiesucces als je bij een studentenvereniging zit. Ik, die een studie volbracht zonder dat `voordeeltje`, wou het naadje van de kous weten.

Op de homepage van de universiteit van Leiden prijkte een prominente link. Volgens het persbericht waren er vier dingen gebleken uit een onderzoek naar de samenhang tussen het lidmaatschap van een studentenvereniging en studiesucces.

Ten eerste waren er meer leden dan niet-leden afgestudeerd binnen zes jaar. Ten tweede bleek dat het effect na acht jaar zelfs nog groter was. Ten derde was een vergelijkbaar effect gevonden voor het propedeuserendement na twee jaar. En de vierde claim van het persbericht was dat niet-leden sneller stoppen met hun studie.

Nu zijn er in de wetenschap een aantal afspraken waaraan iedereen zich houdt. Eén van die afspraken is dat je toetst hoe groot de kans is dat een gevonden verschil op toeval berust. Voor de vierde claim, omtrent het aantal afhakers, vond ik in het rapport geen aanleiding die een statistische toets deden vermoeden. Twee van de drie verschillen die wel getoetst waren bleken niet significant. In de wetenschap gaan we in dan uit van geen verschil en dus geen effect.

In zijn toespraak aan het begin van de El Cid-week [de Leidse introductieweek, red.] vertelde de rector van de Leidse Universiteit dat de kans op studierendement groter is voor leden van een studentenvereniging. Hij gebruikt hiervoor nu juist de onderzoeksbevindingen die geen betrouwbaar effect lieten zien. Misschien moet de rector magnificus zelf, samen met de persvoorlichters, ook nog eens terug in de collegebanken om hierover na te denken.