Nederland trekt zich niet op de terpen terug

De Nederlandse politiek wil niet met de rug naar Europa staan, blijkt uit de partijprogramma’s voor de verkiezingen in november. Er is goed naar de kritische burger geluisterd. Europees maatwerk is vereist.

Wilmer Heck en

Michèle de Waard

Wie in Europa dacht niets meer aan Nederland te hebben na afwijzing van de Grondwet, kan wel eens bedrogen uitkomen. De verkiezingsprogramma’s van de belangrijkste gevestigde partijen slaan wat de Europese samenwerking betreft een realistische toon aan, waarbij ruimte is voor verdere Europese integratie. Nederland is nergens als het zich op de terpen terugtrekt, zo is de mening.

CDA, D66 en GroenLinks willen de EU juist versterken zodat deze democratischer wordt, internationaal invloedrijker en grensoverschrijdende problemen beter aanpakt. Maar ook de VVD vindt dat Nederland desnoods het vetorecht moet laten varen om Europa op gebieden als terreur- en criminaliteitsbestrijding en asielbeleid slagvaardiger te maken. De PvdA wil op deze gebieden ook meer samenwerken, maar laat nog in het midden of daarvoor vetorechten moeten worden opgegeven. Komt links aan de macht, dan is het wel afgelopen met Europese marktwerking in publieke diensten als de gezondheidszorg en de volkshuisvesting.

Na het ‘nee’ tegen de Grondwet is van een maatschappelijke discussie over Europa weinig terecht gekomen. Maar ruim een jaar ‘luisteren naar de burger’ heeft bij de politieke klasse wel geleid tot verscherping van de standpunten.

CDA, D66 en GroenLinks en de VVD kiezen voor een opvallende vlucht naar voren. ,,Wij willen het provincialisme tegengaan’’, zegt René Smit, voorzitter van de CDA-programmacommissie. Smit, tevens bestuursvoorzitter van de Vrije Universiteit in Amsterdam en van de christelijke hogeschool Windesheim in Zwolle,, presenteerde vorige week het CDA-verkiezingsprogramma. Voor het CDA is Europa veel meer dan alleen een open markt en een monetaire unie. Europese samenwerking mag niet alleen door de financiële bril worden bekeken.

,,Europa moet orde op zaken stellen’’, zegt Smit. ,,Die les hebben we getrokken. Wil de EU geloofwaardig blijven, dan moet ze op een aantal terreinen beter functioneren. Van zaken die landen beter zelf kunnen regelen, blijft ze af.’’ Europa moet maatwerk leveren.

De samenwerking moet volgens het CDA worden versterkt bij problemen die Nederland niet alleen kan oplossen. Het immigratiebeleid moet nodig geharmoniseerd worden. Ook is nauwere samenwerking vereist op het gebied van terrorismebestrijding, buitenlands beleid en energiepolitiek. Smit: ,,Als veto’s de samenwerking op deze drie terreinen blokkeren, moeten ze worden opgeheven. Dan lever je autonomie in, maar je krijgt er ook iets voor terug. Net als bij een huwelijk.’’

Ook de VVD wil dat, blijkt uit het Europadocument van de partijraad. De kern van ‘Nederland met de VVD in de Europese Voorhoede’ is opgenomen in het verkiezingsprogramma dat maandag wordt gepresenteerd. ,,Om Europa slagvaardiger te maken moet de besluitvorming verbeteren, bijvoorbeeld door meer besluiten te nemen met meerderheid’’, zegt Europawoordvoerder Hans van Baalen. Een Europese aanpak van asielbeleid, milieuproblemen, criminaliteit en veiligheid is onontkoombaar. Een volwaardige minister voor Europese Zaken zorgt voor een actiever Europabeleid. ,,Maar wát strafbaar wordt gesteld en hoe hoog straffen zijn, bepalen de lidstaten zelf.’’

Want de EU moet zich niet bezighouden met zaken die landen zelf beter kunnen regelen. PvdA, de SP en GroenLinks vinden dat de bemoeienis van de Unie nu al te ver gaat en willen paal en perk stellen aan de ontwikkeling van de interne markt – het hart van de EU. Het Europese verdrag moet worden veranderd zodat typisch Nederlandse privaat-publieke constructies op het gebied van sociale woningbouw, de arbeidsmarkt en de gezondsheidszorg worden uitgezonderd van de Europese concurrentiespelregels. ,,Als een virus krijgt de vrije markt in snel tempo vat op een deel van het publieke leven. Dat is ongewenst’’, zegt Harry van Bommel, Europawoordvoerder van de SP. Diensten die nationaal worden bekostigd moeten worden gevrijwaard van de Europese spelregels.

,,Er moet ruimte worden gelaten om op deze terreinen een eigen koers te varen’’, vindt ook Paul Depla, voorzitter van de programcommissie van de PvdA . En ontstaan tussen EU-landen te grote welvaartsverschillen, dan willen de de PvdA zelfs het vrije verkeer van personen beperken of stilleggen.

Dat Europa democratischer moet worden, is voor alle partijen zonneklaar. ,,Europarlement en nationale parlementen staan nu te vaak buiten spel, omdat de regeringsleiders op eigen houtje beslissingen nemen. Dat zien we bij de terrorismebestrijding keer op keer’’, zegt Europarlementariër Sophie in 't Veld (D66). CDA, D66 en GroenLinks zijn de enige partijen die de democratische controle ook op Europees niveau willen verbeteren door het Europees Parlement meer bevoegdheden te geven. Daarnaast zetten alle partijen in op versterking van de rol van de nationale parlementen. „De democratische legitimiteit ligt vooral in de lidstaten”, stelt de VVD. ,,Het Europees Parlement staat gewoon te ver van de mensen af”, zegt Depla. Fractievoorzitter André Rouvoet van de ChristenUnie: „Wij pleiten voor een ‘rode-kaart-procedure’ waarbij nationale parlementen EU-voorstellen kunnen tegenhouden.”

Wat betreft de grenzen van de Unie zijn de partijen helder en de verschillen klein. Alleen de ChristenUnie wil alsnog ‘nee’ tegen Turkije zeggen (‘te groot’, ‘te anders’). De andere partijen menen dat gedane beloften aan Bulgarije, Roemenië en Turkije moeten worden nagekomen, al gaat het CDA met landen op de westelijke Balkan (Kroatië, Servië) op korte termijn liever nauwe samenwerkingsverbanden aan dan dat wordt aangestuurd op snelle toetreding. ,,Wij sluiten principieel niemand uit’’, zegt VVD-er Van Baalen. Maar voorlopig zijn de grenzen getrokken, als het aan Nederlandse partijen ligt.

Met het ‘nee’ tegen de Grondwet heeft de bevolking aan de noodrem getrokken en duidelijk gemaakt: zij wil tijdig meepraten en schreeuwt om leiderschap. Zo luidde de conclusie van onderzoeker Hans Anker, die het Grondwetfiasco voor de regering onderzocht. Die boodschap hebben de partijen ter harte genomen blijkt uit de voorlopige verkiezingsprogramma’s, waarin de kritiek van de burger op het functioneren van Brussel duidelijk terugkomt. In de campagne moet blijken of de dringende oproep, die een Rotterdammer tijdens het onderzoek op een ansichtkaart schreef, daadwerkelijk wordt opgevolgd: ‘Wees eerlijk, vertel duidelijk hoe het in elkaar zit en luister naar het volk.’