Naar een Stadsrandprovincie

Vorm naast een Randstadprovincie een provincie waarin de landelijke gebieden rondom de Randstad hun belangen behartigen, bepleit Olaf Busch.

Opnieuw buigt de politiek zich over de bestuurlijke organisatie van de Randstad. En dat is hard nodig. Zie de Randstad Holland als een internationaal merk dat zich presenteert als hoogwaardige vestigingsplaats voor mensen, instituten en bedrijven en het kan niet anders dan dat je dit als één geheel bestuurt.

Net als bij eerdere pogingen, rond 1990, slaat de twijfel toe. Nu richt de discussie zich op de vraag of er één dan wel twee Randstadautoriteiten gevormd moeten worden: een Noord- en een Zuidvleugelprovincie. Het ideaal van een slagvaardig Randstadbestuur is echter niet gediend met een nieuwe opdeling.

De verleiding is voor sommigen groot om maar eens flink met de vuist op tafel te slaan en het gewoon te regelen. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Elk Statenlid heeft stemrecht en we weten inmiddels wat referenda tot stilstand kunnen brengen. Er zit niets anders op dan te luisteren naar de onderliggende emotie die het verzet tegen de vorming van één Randstadautoriteit aandrijft en een echte oplossing aan te dragen.

Het is niet vreemd dat het verzet wordt aangevoerd door Noord-Holland, dat zelf uit twee delen bestaat. In het zuidelijke stedelijke deel zijn Amsterdam, de Zaanstreek/Purmerend en het gebied Schiphol/Hoofddorp/Haarlem dominant. Het noordelijke deel is van een totaal andere orde. In de Kop van Noord-Holland beleef je dezelfde rust en ruimte als in Friesland. Hier kampt men ook met de problemen die typerend zijn voor het landelijk gebied.

Nu lukt het meestal nog om beide delen evenwichtig op de provinciale bestuurlijke agenda te krijgen. Maar wanneer Noord-Holland opgaat in een stedelijke Randstadprovincie van Den Helder tot Dordrecht, blijft er voor de landelijke helft geen positie te verdedigen. Al zullen sommigen in de Kop van Noord-Holland de ijdele hoop koesteren ooit mee te kunnen liften met de Randstad; het toetreden tot één Randstadprovincie met een stedelijke agenda en een stedelijke bestuursstijl betekent uiteindelijk dat men met de rug naar de Kop gaat staan en welk Statenlid wil die pijnlijke keuze maken? De vorming van één Randstadautoriteit kan daarom moeilijk zonder een oplossing voor een bestuurlijk huis voor de Kop van Noord-Holland of noem het West-Friesland. Een huis waarin het zijn eigen identiteit herkent en waarin de burger een bestuurlijke agenda kan inzien die gaat over zíjn leefomgeving en die oplossingen aandraagt voor zíjn problemen.

Er is nóg zo’n gebied, namelijk Oostelijk-Flevoland en de Noord-Oostpolder – de provincie Flevoland zonder Almere. Ook dit is grotendeels landelijk gebied met veel, heel veel toeristische potentie, niet in het minst door het omringende water, het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren. Net als West-Friesland dat hier de Noordzeekust aan toevoegt. En zijn Flevoland en de Wieringermeerpolder niet ooit op dezelfde manier uit het water gestampt?

Is het een rare gedachte om naast een nieuwe Randstadprovincie Holland over te gaan tot het vormen van een nieuwe Stadsrandprovincie, met misschien de werknaam Waterland? Met de huidige Kop van Noord-Holland, het gehele Marker-/IJsselmeer en Flevoland zonder Almere ontstaat een homogeen gebied met een boeiende bestuurlijke agenda waarin elke West-Fries en elke Flevolander zich kan herkennen: het beheer van het water, de reanimatie van het Markermeer, de herontwikkeling van de dijk Enkhuizen-Lelystad en de Afsluitdijk, het aanleggen van nieuwe randmeren, de omvorming van het agrarisch platteland samen met het vitaliseren van de provinciesteden.

En niet in de laatste plaats het verzilveren van de kansen op het gebied van toerisme, recreatie en landelijk wonen op een steenworp afstand van de dichtbevolkte Randstad, een Randstad met andere opgaven die vragen om andere oplossingen en een andere bestuursstijl.

Olaf Busch is planoloog. Hij werkte in de jaren ’80 en ’90 bij de gemeente Almere en het Regionaal Orgaan Amsterdam.