Ik zei blij: vandaag word ik Nederlandse O ja? zei ze en gaf me een rekening van 80 gulden

Zonder volkslied, zonder ceremonie kreeg Nilgün Yerli haar Nederlandse paspoort.

Zo ging het tot nu toe altijd.

Op de boulevard in Izmir geniet ik op mijn Nederlandse fiets van de Turkse zee, zon en wind. Tegelijkertijd besef ik dat de zee, de zon en de wind geen nationaliteit kennen.

Voel jij je Nederlandse of Turkse?

Een onnozele vraag die mij bijna tienduizend keer is gesteld tijdens mijn nu 26-jarige verblijf in Nederland.

Een vraag waarbij het antwoord er niet toe doet. Een gevoel heeft geen nationaliteit. Omdat gevoel net zo veranderlijk is als de zee, de zon en de wind. Een gevoel kent ook geen kleur, geloof of ras.

Daarom was en is mijn antwoord: ‘Ik voel me goed.’

Alleen: ík voelde mij wel goed, maar mijn Turkse paspoort deed het in veel landen minder goed. Daarmee ben je niet overal welkom. Vaak bepaalt een visum het tijdstip van je komst en van je vertrek.

Op mijn 18de schreef ik een brief aan de koningin met het verzoek de Nederlandse nationaliteit te krijgen. Voor een paspoort moest ik aan allerlei voorwaarden voldoen. Al vijf jaar in Nederland wonen, de taal beheersen en – het allerbelangrijkste – geen strafblad hebben.

Ik wist dat ik aan deze voorwaarden voldeed. Maar er waren zoveel wachtenden voor mij dat het de vraag was of het ooit zou lukken.

Na drie maanden werd ik uitgenodigd om naar het gemeentehuis te komen. Ze wilden met mij praten om mijn Nederlands te testen. Dat kon geen probleem zijn, ik woonde hier immers al acht jaar. Mijn taalkennis werd dan ook goedgekeurd. Spoedig zou ik weer van hen horen.

Na 386 dagen wachten ontving ik een brief met de mededeling dat mijn verzoek tot naturalisatie ingewilligd was. De brief was getekend namens de koningin.

Met die brief en twee pasfoto’s moest ik naar de gemeente voor mijn paspoort. Op het gemeentehuis trok ik een nummer, een prettig systeem dat irritaties voorkomt. Ik had nummertje 23 (verkleinwoorden hebben ondanks hun zuinigheid ook iets troostends). Binnen 25 minuten was ik aan de beurt. Half opgewonden, half nerveus, half blij, half Turks, half Nederlands gaf ik de brief aan de dame achter de balie.

„Vandaag word ik Nederlandse”, zei ik enthousiast.

„O ja?” zei ze en gaf me een rekening van 80 gulden. „Als je daar aan de kassa hebt betaald en terugkomt met het betalingsbewijs, zorg ik dat de formulieren in orde komen.”

Bij de kassa stond een lange rij. Maar na 386 dagen wachten was geen minuut, zelfs geen uur te lang.

Met het betalingsbewijs liep ik even later terug naar de balie, waar ik weer twintig minuten in de rij moest staan. Maar niets kon mijn humeur bederven, want vandaag werd ik Nederlandse.

De dame gaf mij mijn Nederlandse paspoort. Ik was zo blij, dit betekende zoveel voor mij. Het betekende vrijheid, het betekende erbij horen, het betekende ‘welkom’, maar bovenal betekende het dat ik Nederland waardig was en na al die dagen en maanden wachten door de koningin was goedgekeurd.

De dame achter de balie zei „welkom”. Daarna drukte ze op de nummerknop voor de volgende klant.

Maar was dit het dan? Had ik hier zo lang op gewacht?

Dat woord ‘welkom’ prikkelde wel mijn gevoelssnaren, maar ik had meer nodig. Ik had graag van de koningin willen horen dat ik welkom was, wat Nederlander zijn betekent, wat mijn rechten en plichten waren. Ik had de koningin willen bedanken voor deze eer, ik had de Nederlandse vlag willen vasthouden, samen met haar het Wilhelmus willen zingen, ik had haar willen omhelzen, ik had… zoveel.

Toch was dit alles.

Pas later ontdekte ik dat ik alles wat ik meer wilde al in handen had: de rijkdom van het Nederlandse paspoort. Wellicht bedoelde die dame achter de balie dat ook. Opeens was ik overal WELKOM!!!!

Vanuit een telefooncel belde ik naar mijn tante in Turkije om te vertellen dat ik nu Nederlandse was. Ik wilde mijn blijdschap met haar delen.

Mijn tante was helemaal niet zo blij. „Ze zeggen welkom, maar hoe welkom ben je nu eigenlijk? Je bent pas echt welkom als je gastvrij, feestelijk en groots ontvangen wordt. Vergeet nooit dat je een Turkse bent, ook al heb je een Nederlandse paspoort om gemakkelijk te kunnen reizen. Van binnen ben je een Turkse. Wees daar trots op.”

Trots zijn op je afkomst? Dat zal ik nooit begrijpen. Volgens mij kan je alleen trots zijn op je prestaties. Geboren zijn in een land is geen keuze. Een nationaliteit aanvragen is wél een keuze. En als die aanvraag wordt toegekend, is dat een prestatie die gevierd moet worden.

Ik fietste als Turks meisje naar het gemeentehuis en reed terug als Nederlandse.

En nu, 18 jaar later, fiets ik hier in Turkije, met mijn Nederlandse paspoort en mijn Turkse wortels. Beide landen zijn me lief. Net zoals de zee, de zon en de wind.

Nilgün Yerli is cabaretière en columniste. Haar bekendste boek heet De Garnalenpelster. Haar laatste bundel heet ‘Mezelf geworden’.