Het is groen en het stinkt

In het centrum van Amsterdam staan 32 ‘krullen’: donkergroene, ijzeren pissoirs uit de dagen van de Amsterdamse School. Ondanks hun soms ondraaglijke stank behoudt de gemeente ze. Er zijn te veel wildplassers.

Door Arnoud Veilbrief

Als het groene gebouwtje in zicht komt, weet mijn nichtje wat haar te doen staat: neus dichtknijpen en adem inhouden. Soms ook, als de wind ongunstig staat, pakt ze mijn hand en lopen we er samen met een grote bocht omheen. Het is een onwelriekend obstakel tussen haar school en huis. Het urinoir bij politiebureau Marnixstraat.

Eén kennismaking met deze bekende Amsterdamse voorziening was voor haar voldoende. Zelf heb ik, door eigen schuld, vaker leergeld betaald. Niet dat ik er ooit een voet binnen heb gezet. Maar ook als voorbijganger ben je niet veilig voor de chemische ‘fall-out’ van de urinoirs. Denk je er voorbij te zijn en weer vrij te kunnen ademhalen, komt er nog zo’n vlaag. Hem ruiken is al vies, een regelrechte aanranding is het als je mond openstaat. De weerzinwekkende smaak, de rijpe oogst van tientallen jaren herenbezoek, hecht zich aan tong en verhemelte. Kokhalsneigingen. Blazend ademhalen. Naar de dichtstbijzijnde tabakszaak rennen voor een pakje kauwgom.

‘IJzeren krullen’ heten ze. Het centrum van Amsterdam telt 32 exemplaren, en vijftien ervan worden dezer dagen gerenoveerd. Ze zijn er in twee varianten: de enkele en de dubbele krul. Wat ze gemeen hebben is het donkergroene, met kruisjes geperforeerde plaatwerk, en de ronde krulvorm. Lelijk zijn ze niet. Het ontwerp is van J.M. van der Mey, een leerling van Cuypers, en stamt uit 1916. De jaren van de Amsterdamse School, de beelden van Krop en de aanleg van Plan Zuid. Functionaliteit moest samengaan met zorg voor esthetiek. Dat gold voor de nieuwe arbeiderswijken, voor utiliteitsgebouwen als transformatorhuisjes, en voor urinoirs. Verheffing was het credo in die jaren, ook bij ruimtes die dienden voor de lagere behoeften.

Aart Bastmeijer is beleidsmedewerker bij de Reinigingsdienst Stadsdeel Centrum, en kenner van het Amsterdamse pissoir. Hij kent ze allemaal. De meeste krullen zijn van het enkel-model. De reinigingsdienst, verantwoordelijk voor het onderhoud, maakt ze iedere dag schoon. „Dat moet ook wel”, zegt Bastmeijer, „want ze zijn ontzettend vies.” De meeste klachten komen binnen over de krul op de hoek Elandsgracht-Prinsengracht: inderdaad een zeldzaam gore krul, en een dagelijks te nemen horde voor veel Amsterdammers.

Het vreemde is dat je niet vaak iemand van een krul gebruik ziet maken. Eerder dan een bevrijdend toevluchtsoord lijkt het een krachtige anti-magneet, een onzichtbare doch dwingende kracht die de baan van iedere passant afbuigt. Wordt er nog veel geplast in de krullen? Jazeker, zegt Bastmeijer, anders zouden ze niet vies worden.

Sinds de jaren vijftig zijn er heel wat krullen verwijderd. Hier en daar wordt geëxperimenteerd met eigentijdsere en schonere noodvoorzieningen. Zo is er sinds de jaren negentig het ‘plaskruis’, een witte, verplaatsbare zuil. Het ding heeft – waarschijnlijk onbedoelde - erotische connotaties: de vorm van het gat lijkt op een vagina. Op de rand van het Leidseplein, net in Stadsdeel Oud-West, staat het meest luxueuze model: een donkergroen huisje in zuilvorm, dat na ieder gebruik van binnen wordt gereinigd. Er moet voor betaald worden, maar dan plas je wel smetteloos schoon. Op het Rembrandtplein staat een in de grond verzinkbaar model. Een uitkomst, maar er liggen zoveel kabels en buizen onder het Amsterdams plaveisel dat het volgens Bastmeijer onmogelijk is om er veel stuks van te plaatsen. Een stad als Den Bosch heeft wel verzinkbare toiletten. Zouden daar minder kabels onder de grond liggen?

Ondanks de soms vernietigende stank is de krul springlevend. Van weghalen kan volgens Bastmeijer geen sprake zijn: er zijn te veel wildplassers. Eigenlijk een merkwaardige redenering. Want waarom vervuilen die wildplassers de grachten, vergrijpen zij zich aan gevels van eeuwenoude panden, in plaats van hun behoefte in een van de krullen te doen? Toch houdt de krul stand. Sterker nog, er komen er een aantal terug. Drie exemplaren die uit de roulatie waren, worden weer teruggeplaatst, zodat het totaal binnenkort weer 35 zal bedragen.

De krul is een relict uit het verleden. Maar wie in Amsterdam woont, zal ermee moeten leren leven.