Handen af van Pluto

Voor de planeet Pluto is donderdag 24 augustus 2006, vandaag dus, de belangrijkste dag in zijn bestaan. Althans, bezien vanaf de Aarde. Wetenschappers van de Internationale Astronomische Unie, bijeen op een congres in Praag, moeten zich vandaag uitspreken over de definitie van het begrip planeet. In de loop der jaren is daar verwarring over ontstaan. Allereerst door de ontdekking in 1930 van Pluto zelf. Menig astronoom beweert inmiddels dat deze verre planeet door zijn scheve, elleptische baan en zijn geringe omvang helemaal geen planeet is, maar een ferme ijsbal zoals er zoveel worden vermoed. Verwarring wekt ook het feit dat intussen in de zogeheten Kuipergordel steeds meer van dit soort verre objecten worden ontdekt die om de zon draaien; ijswerelden voorbij de baan van Neptunus met soms een doorsnee groter dan die van Pluto.

De vraag luidde: zijn dat dan ook planeten? Bevestiging of ontkenning daarvan staat of valt met de begipsbepaling. De afgelopen weken vlogen de astronomen over deze existentiële kwestie elkaar in Praag op niveau in de haren. Pluto’s bestaan als planeet dreigde in gevaar te komen. Met het oude lijstje van negen planeten – Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto – zijn generaties groot geworden. Dan is het slikken als er één dreigt af te vallen.

Maar zo’n vaart zal het hopelijk niet lopen. De lobbygroep die Pluto als planeet wil afschaffen, lijkt het af te leggen tegen de concurrentie die met een goed voorstel voor de definitie van planeet een compromis heeft gevonden dat de belangen van zowel het publiek als de wetenschap dient. Planeten, zo luidt de definitie waarover vandaag wordt gestemd, zijn hemellichamen die rond een ster draaien zonder zelf een ster te zijn. Bovendien, en dat is nieuw, moeten ze over zoveel massa beschikken dat ze onder hun eigen gewicht vrijwel bolvormig blijven. Aan beide voorwaarden voldoet Pluto, dat hiermee als planeet is ‘gered’. Als de definitie wordt aangenomen tenminste.

Dit ruikt naar politiek, en dat is maar goed ook. Pluto is van iedereen, en afgezien van de vraag of deze sympathieke planeet zijn aanduiding waard is, is het een mooie gedachte dat er een paar nieuwe planeten bij komen die ook aan de criteria voldoen: Charon (Pluto’s maan), Xena (een pas ontdekte ijswereld), Ceres (de grootste planetoïde). De lijst van negen wordt minstens een lijst van twaalf. Dat prikkelt de verbeelding, zoals het hoort met ruimtezaken. En bij die twaalf zal het wel niet blijven. Achter Pluto, ruim 5,7 miljard kilometer van de aarde verwijderd, valt nog een universum aan ijsdwergen te ontdekken.

Laat desnoods duizend planeten ontstaan, volgens deze definitie. Het zou van wijsheid getuigen als ze met ingang van vandaag geldig wordt verklaard. Dan heeft het gepolder in de ruimte, waarmee ‘Praag’ zich in essentie bezig heeft gehouden, veel opgeleverd.