Europa levert volop schepen, maar geen laarzen

De landen van de Europese Unie willen morgen hun bijdrage bepalen aan de VN-troepen-macht voor Zuid-Libanon. Achter de schermen is de formatie in volle gang, maar voorzichtigheid is troef.

Jeroen van der Kris

Het wordt druk voor de kust van Libanon. Denemarken stelde gisteren drie schepen beschikbaar voor de VN-vredesmacht die het broze bestand tussen Israël en Hezbollah moet gaan bewaken. Tegelijkertijd kwam ook Griekenland met een helikopter en een fregat. Groot-Brittannië bood al eerder een schip aan, Duitsland „een compacte marineformatie”. En Nederland denkt na over een fregat.

„We hebben geen schepen nodig, maar soldatenlaarzen”, zei een diplomaat gisteren in de International Herald Tribune. Maar een vergadering van vertegenwoordigers van de 25 landen van de Europese Unie, later op de dag in Brussel, leverde geen concrete resultaten op. Alleen Italië, dat zich bereid heeft verklaard de operatie in Libanon te leiden, heeft een substantiële bijdrage toegezegd van 2.000 tot 3.000 man. Mits Israël toezegt het staakt-het-vuren strikt na te leven – een garantie die allerminst vaststaat.

Ondertussen waren er verschillende incidenten langs de grens van Israël en Libanon. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni riep op haast te maken. „De tijd werkt tegen diegenen die graag willen dat de resolutie wordt nageleefd.”

In tal van hoofdsteden wordt er wel druk overlegd. Livni sprak gisteren in Parijs met haar Franse ambtgenoot Philippe Douste-Blazy. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Karel de Gucht, stopte even in Parijs om met beiden te praten, voordat hij doorreisde naar Tel Aviv en Beiroet. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Dora Bakoyannis, was in Libanon. Abdullah Gul, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, reisde ook rond door de regio. Enzovoorts, enzovoorts. Javier Solana, de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, is met vakantie. Maar aan de telefoon praat hij met „iedereen”, zegt zijn woordvoerder.

„Er is geen tijd om stil te zitten”, stelde de Deense minister van Buitenlandse Zaken Per Stig Moeller gisteren in een interview. „Dit gaat over de geloofwaardigheid van Europa op het terrein van buitenlands beleid en veiligheid.” Maar ergens anders zei de Deense minister van Defensie Soeren Gade: „Ik heb niet de ambitie om grondtroepen naar Libanon te sturen. De reden is dat we die gewoon niet meer hebben.”

Behalve dat soort praktische problemen, heeft Europa zorgen over de taakomschrijving van de VN-macht in Libanon. Een conceptversie van de zogeheten geweldinstructies, opgesteld door de VN, vermeldt dat soldaten van de vredesmacht geweld mogen gebruiken om zichzelf en burgers te beschermen. Maar ze zouden niet tussenbeide mogen komen wanneer partijen opnieuw slaags raken. Ook zouden ze niet worden belast met de ontwapening van Hezbollah in Zuid-Libanon. Een bepaling die menig potentiële troepenleverancier niet lekker zit.

Een van de weinige Europese landen die een stevige bijdrage zouden kunnen leveren aan het vredesleger is Frankrijk. Maar dat land zegde tot nu toe slechts 200 soldaten toe. In Brussel wordt gehoopt dat de Franse president Jacques Chirac vanavond tijdens een speciale tv-rede een royaler aanbod zal doen. „De Fransen zijn op zich bereid slachtoffers te nemen”, zegt een EU-diplomaat die anoniem wil blijven. „Ze zijn ook bereid om te vechten, kijk maar naar wat ze doen in Ivoorkust. Maar dan willen ze ook echt vechten, en niet met twee handen op de rug gebonden zijn.”

De komende dagen moet er vooruitgang worden geboekt in het diplomatieke overleg. Tussen landen en de Verenigde Naties zal verder worden onderhandeld over de geweldsinstructies en de uiteindelijke omvang van de vredesmacht. Het maximum ligt op 15.000 VN-blauwhelmen, maar met minder kan wellicht ook worden volstaan.

Vrijdagmiddag is in Brussel een spoedvergadering gepland van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken. „Wie kan wat en wanneer leveren? Daar draait het om”, aldus de woordvoerder van EU-voorzitter Finland. Ook Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, zal daar bij zijn. Een aantal landen zei gisteren de besluitvorming over een bijdrage dan mogelijk te hebben afgerond: Spanje, Portugal en België.

„Europese burgers die de afgelopen weken de gruwelijke beelden op tv zagen, verwachten dat Europa wat doet”, zegt Mark Leonard, medewerker het Centre for European Reform, een pro-Europese denktank. „We hebben de morele plicht wat te doen”, vindt hij. Maar de vredesmacht moet een stevig mandaat krijgen, zegt hij, want als de operatie mislukt dan zal dat vertrouwen van burgers in Europa opnieuw schenden. „Ik begrijp dat landen voorzichtig zijn.”