De mondiale ambities van Rusal

Oleg Deripaska is niet tevreden met het overheersen van de Russische aluminiumindustrie. De 38-jarige oligarch wil de hele mondiale aluminiumsector domineren.

De fusie waarover momenteel wordt gesproken tussen Deripaska’s Rusal-concern en Sual, Ruslands op één na grootste aluminiumconcern, zou de volgende stap moeten zijn in zijn plan. Niet alleen zou dit de feitelijke monopolisering van de Russische markt betekenen; het fusieconcern zou ieder jaar 3,75 miljoen ton aluminium produceren – meer dan Alcoa of Alcan, de twee huidige wereldmarktleiders.

De logica van een fusie lijkt tweevoudig te zijn. In de eerste plaats zou er sprake zijn van bezuinigingen dankzij de optimale benutting van de bauxietmijnen en aluminiumsmelterijen van beide concerns over de hele wereld. In de tweede plaats zou de uit een fusie voortvloeiende nationale kampioen groot genoeg zijn om een mondiale kampioen te worden. Die logica lijkt niet alleen Deripaska aan te spreken, maar ook het Kremlin.

De nauwe betrekkingen die Deripaska met het Kremlin onderhoudt, kunnen een troef zijn in zijn onderhandelingen met Viktor Vekselberg, de oligarch die de helft van Sual in zijn bezit heeft. Tenslotte kan Sual zijn eigen plan van een beursnotering in Londen niet doorzetten zonder de zegen van het Kremlin.

Niet dat de plannen van beide heren elkaar in de weg hoeven te zitten. Deripaska wil net zo graag een Londense beursnotering als Vekselberg, omdat dat hem de middelen in handen zou geven om nog meer transacties door te voeren. Voor het verwezenlijken van zijn uiteindelijke ambitie om de mondiale aluminiumindustrie te overheersen – met een jaarlijkse productie van meer dan 5 miljoen ton – zal hij waarschijnlijk extern kapitaal nodig hebben. En een van de beste manieren om Rusals kapitaalkosten terug te dringen zou een beursgang in Londen kunnen zijn.

Om dat voor elkaar te krijgen moet Rusal echter aantonen zijn financiën punctueel op orde te hebben en over een modern Anglo-Saksisch ondernemingsbestuur te beschikken. De beursgang van de Russische oliegigant Rosneft heeft laten zien dat het mogelijk is naar Londen te komen met een dubieus ondernemingsbestuur en het prospectus dat wemelt van de waarschuwingen. Maar Rosneft was daardoor gedwongen zijn heil te zoeken bij strategische in plaats van bij institutionele beleggers. Als Deripaska een serieus beroep wil doen op de mondiale kapitaalmarkten, moet hij daar zijn lessen uit trekken.

Hugo Dixon

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld