Bestuurder met het meeste talent van de wereld

Informatiemakelaar VNU heeft een nieuwe topman. Het is de voormalige kroonprins van een van de grootste conglomeraten ter wereld: General Electric.

De vraag over de nieuwe bestuursvoorzitter van makelaar in zakelijke informatie VNU is niet of hij ruimschoots ervaring heeft in zijn nieuwe sector – die heeft hij niet. De vraag is: stippelt David Calhoun zijn eigen carrière uit, of overkomt zijn loopbaan hem zomaar?

Na de bekendmaking van zijn benoeming stuurde hij gisteren een e-mail rond. „Ik weet dat velen verwachtten dat ik General Electric zou verlaten om een grote beursgenoteerde onderneming te leiden. Maar dat heeft me nooit getrokken. Grootte is niet belangrijk. Ik heb al een aanzienlijk deel van het grootste en beste beursgenoteerde concern ter wereld, GE, bestuurd.” Hij had 85.000 werknemers onder zich en zijn omzet was 40 miljard dollar (ruim 30 miljard euro).

Nu dus VNU, het bedrijf dat een paar jaar geleden nog uitgever van Donald Duck en dagblad De Gelderlander was, daarna het hoofdkantoor naar New York verplaatste en in de VS bekendheid kreeg als eigenaar van Nielsen Media Research en het vaktijdschrift Billboard. Na een mislukte overname van de Amerikaanse handelaar in farmaceutische informatie IMS Health, vorig jaar, en een daaropvolgende aandeelhoudersrevolte, moest VNU’s topman Rob van den Bergh vertrekken. Inmiddels is het bedrijf gekocht door zes investeringsmaatschappijen die zich verenigden als Valcon Acquisition.

Afgaand op de Amerikaanse zakenmedia heeft VNU een grote slag geslagen. Afgelopen februari riep tijdschrift Fortune op basis van vooraanstaande headhunters Calhoun (49) uit tot de bestuurder met het meeste talent. Ter wereld. „Een superster in wording.” „Staat bovenaan de lijst.” „Heeft het allemaal.” Eerder had The Wall Street Journal Calhoun al geroemd om „zijn agressieve verkooptechnieken, zijn talent om strategisch risico’s te nemen en zijn bestuurlijke gewiekstheid”.

Headhunters lopen met hem weg om zijn „extreem indrukwekkende en met zorg opgebouwde cv”. Calhoun had steeds andersoortige divisies onder zich: treinlocomotieven, vliegtuigmotoren, gloeilampen. Zijn klanten liepen uiteen van een consumentenbedrijf (lampen) tot een divisie met de militaire markt als afnemer (de motoren). Hij stond daarnaast aan het hoofd van de verzekeringspoot van General Electric en werkte in Singapore voor GE Plastics.

Zijn nieuwe collega’s bij VNU kunnen zich opmaken voor „simpele” vragen. „Dat is je grootste kracht. Binnen een jaar ben je als ingewijde op zoek naar die blik van buiten.” Calhoun wordt geroemd om zijn gepassioneerd praten en zijn enthousiasme voor GE. Vraag hem naar zijn hobby’s, en hij zegt als eerste ‘werk’. Pas later volgen de skivakanties met zijn vrouw en vier kinderen.

Het conglomeraat waar Calhoun sinds zijn afstuderen werkte, dreigde in 2001 uiteen te vallen toen ‘Mr GE’, Jack Welch, vertrok. Calhoun werd, als een van de velen, ten onrechte genoemd als kroonprins. In plaats daarvan werd zijn carrière strategisch gebruikt. Slechts een van de bestuurders van de drie grootste GE-divisies zou Welch opvolgen, de andere twee zouden opstappen, zo was het idee. Daarom moesten alle drie afdelingen sterke plaatsvervangende bestuurders krijgen, die het roer zouden kunnen overnemen. Calhoun werd een van die drie.

Vorig jaar werd Calhouns naam veelvuldig genoemd als nieuwe topman van vliegtuigfabrikant Boeing. Weer ten onrechte. Maar het voedde wel de angst van General Electric dat Calhoun gedesillusioneerd weg wilde, en GE promoveerde hem tot vicevoorzitter. Duidelijk was al die tijd wel dat hij GE nooit zou gaan leiden, de huidige bestuursvoorzitter Immelt is slechts één jaar ouder.

In 1997 hield hij een toespraak voor afstuderende studenten van zijn alma mater, de Virginia Polytechnic Institute. „Door mijn moeder werd ik vroeg in de richting van deze universiteit geduwd”, zei de zoon van een cementondernemer. „Ze haalde de hele familie naar ons huis om dat te bewerkstelligen.”

Ook na zijn studie boekhouden was de keuze voor zijn tot gisteren enige werkgever niet al te doordacht. „Die dagen kon ik niet verder kijken dan het puntje van mijn neus.” Het was de streek waar GE gevestigd was die hem aansprak. „Ik heb nooit een idee gehad wat ik met mijn carrière wilde, hoe hoog ik wilde komen”, zei hij zeven jaar geleden. „Twintig jaar lang heeft GE me elke paar jaar gevraagd iets nieuws en anders te doen.” En, zei hij toen, „van elke nieuwe baan verwacht ik dat deze voor het leven is. Dat is nu ook niet anders.”