Aussies huiverig voor ‘paradijseiland’

Bomaanslagen en drugsaffaires trekken een zware wissel op het toerisme op Bali, de paradijselijke achtertuin van Australië. Maar de Aussies zijn huiverig geworden.

De reclames op het vliegveld van Denpasar verspreiden de vertrouwde idylle: ondergaande zonnen, de groenste rijstterrassen, gastvrije glimlachen op het paradijseiland. Een paar kilometer ervandaan, in de toeristenkermis van Kuta, schreeuwen nieuwe winkelcentra om aandacht. Niet ver van de eerste discobom – niet ver ook van het ingetogen monument voor de 202 doden – staat een nieuwe, overdekte adrenalineattractie die het midden houdt tussen bungeejumpen en trampolinespringen.

Bali gaat door – dat is de boodschap van sympathieke vastberadenheid – twijfel verboden.

Maar de feestelijkheid bedriegt en het is niet alleen de taxichauffeur die met een druk op de knop („hoe gaan de zaken?”) een klaagzang aanheft. De voorzitter van de Bali Hotel Associatie, Michael Burchett, heeft het over een „moeilijke financiële situatie voor de toeristenbranche en voor de mensen op Bali in het algemeen”. Bijna de helft van de ruim drie miljoen inwoners van het eiland Bali leeft direct of indirect van het toerisme en Bali wil alsmaar niet herstellen van de klappen die het heeft opgelopen. Voor de inwoners betekent het dat het brommertje moet worden verkocht. Armoede dus.

In het begin waren het de bommen. In oktober 2002 kwamen 202 jonge toeristen om het leven bij een aanslag op een disco midden in het rumoerige uitgaanscentrum van de badplaats Kuta. Maandenlang lag het eiland er daarna verlaten bij en het kwam pas heel langzaam uit het dal. Totdat het vorig jaar, ook weer in oktober, weer raak was met de zelfmoordaanslag in een restaurant in het rustiger Jimbaran, verder zuidelijk op het eiland. Twintig toeristen sneuvelden daarbij, plus drie daders.

Controles bij de ingang van de betere hotels zijn al sedert 2002 gebruikelijk. Maar het blijven voornamelijk gemoedelijke rituelen van een gespeelde staat van beleg. Zo buigt dit ‘eiland van de goden’ op een geheel eigen wijze niet voor terroristisch geweld.

De Indonesische president Yudhoyono gebruikte precies een jaar geleden de term ‘bommenseizoen’ voor het najaar. En inderdaad, tussen de twee aanslagen op Bali in was het elk jaar raak in Jakarta, in augustus 2003 in het Marriott hotel, in september 2004 de Australische ambassade. De vertegenwoordigster van de International Crisis Group in Jakarta, Sidney Jones, ziet ook aanwijzingen voor zo’n jaarlijkse klap. „Een van de documenten wijst erop dat de terroristische organisatie één keer per jaar een spectaculaire actie wil. Ze hebben in elk geval meer vrijwilligers voor zelfmoordacties dan ze nodig hebben.” Volgens haar heeft de Indonesische politie successen geboekt in de bestrijding van de terroristische Jemaah Islamiah, maar is de organisatie allerminst vleugellam.

In het eerste jaar na de discoaanslag daalde het aantal toeristen op Bali met bijna de helft. Maar het toerisme krabbelde vervolgens voorzichtig weer op en vorig jaar riep de minister van Toerisme van Indonesië zelfs dapper dat „Bali is hersteld”. Maar de getallen gaven hem alleen maar ogenschijnlijk gelijk en inmiddels zelfs dat niet meer. Want in vergelijking met vorig jaar gaat Bali er weer zo’n 20 procent op achteruit en structureel is de situatie al langer ernstig, want de verblijfsduur van de toerist is met een kwart gedaald.

Het zijn dan ook niet alleen de bommen die het hem doen. De aanvankelijke goodwill en sympathie waarmee met name de westerlingen uit het nabije Australië bleven komen, is weg.

Tijdens een rondreis langs reisbureaus in Australië ontdekten leden van de Balinese hotelassociatie dat de grote affiches van die prachtige Balinese panorama’s of van offerende Balinese vrouwen bij hun hindoetempeltjes waren verdwenen. Daarvoor in de plaats hingen attracties in Maleisië, in Thailand of op de Fiji-eilanden. En los van schoonheid en cultuur bleken Australiërs ook voor een goedkoop biertje en een zonnebrand niet meer als vanzelfsprekend aan Bali te denken.

Wie op Bali vraagt hoe dat komt, hoort telkens dezelfde codenamen: Corby, Leslie, Bali Nine. Het zijn namen die staan voor opzienbarende, onderhoudende drugsaffaires die nu al anderhalf jaar de tabloids in Australië beheersen en op gezette tijden ook doordringen tot de vergaderzalen van ministerraad en parlement.

Schapelle Corby is een jonge Australische schoonheidsspecialiste die maandenlang dagelijks nieuws was in haar land. Soms komt ze nog op televisie, gefilmd in een onheilspellende enscenering als slachtoffer in de gevangenis van Bali. Ze was op het vliegveld van Denpasar gearresteerd met ruim vier kilo marihuana in haar rugzak en samen met haar familie maakte ze er vervolgens een unieke puinhoop van. Want in plaats van naar ’s lands eer te zwijgen en de beschuldigingen weg te masseren, begonnen Corby en haar familie een spectaculaire mediacampagne tegen Indonesië. Corby bleef volhouden dat de marihuana door een onbekend persoon stiekem in haar rugzak was gestopt en haar ouders beschuldigden voor elke camera die langskwam de Indonesische autoriteiten van corruptie en discriminatie van vreemdelingen. Dat leverde Corby in eerste instantie 15 jaar gevangenisstraf op en in hoger beroep deed de Indonesische rechter er nog eens vijf jaar bovenop.

Minder ernstig maar nog veel nieuwswaardiger shownieuws waren de capriolen van het Australische fotomodel voor ondergoed, Michelle Leslie. Zij werd op een feestje op Bali gepakt met twee ecstasypillen in haar tas. Na drie maanden voorarrest verscheen zij voor haar rechters in Denpasar in een lang islamitisch gewaad en deed melding van een recente bekering tot Allah. Ze werd veroordeeld tot drie maanden en kon dus meteen naar huis en bij het verlaten van de gevangenis droeg het ondergoedfotomodel een tanktop – een provocerend bewijs dat Leslie weer back in business was.

De echte tragedie betrof de zogeheten Bali Nine – een netwerk van negen Australiërs die op serieuze schaal heroïne naar Australië smokkelden en daarbij Bali als tussenstation gebruikten. Twee van hen zijn inmiddels ter dood veroordeeld.

Al die mediaheisa heeft inmiddels zijn uitwerking niet gemist. Vraag Australiërs wat hen ervan weerhoudt nog naar Bali te komen en het antwoord is angst dat iemand drugs in je tas stopt.

Het effect is, aldus Burchett van de hotelassociatie, vooral zichtbaar bij de goedkopere hotels van twee en drie sterren.

Misschien is ook dit tijdelijk en komen ze straks weer terug. Mogelijk is ook dat Bali blijvend van toeristisch karakter zal veranderen nu in plaats van Australiërs en Japanners er ook Russische en Taiwanese toeristen arriveren met hun eigen zeden en gewoontes.

Maar het imago van paradijseiland vertoont krassen en de leverancier van de goedkoopste vluchten tussen Bali en het vasteland van Australië vliegt niet meer: Air Paradise is failliet.

Op het terras van een viersterrenresort zitten Jim en Martha uit het Australische Perth. Ze komen hier al tien jaar. Hij: „Lieve mensen zijn het hier, goed eten, goed bier en niet duur.” En Martha: „150 dollar kost onze luxe bungalow eigenlijk per dag, maar we kregen hem nu voor 80, great deals hier”.

Zij twijfelen niet: ook de Aussies zullen weer terugkeren.