Waarschijnlijk trokken zij zich straks terug in zijn studentenhol

Het is erg om een eerstejaars student te zijn. Het is nog erger om net twee dagen eerstejaars student te zijn.

Ze zaten met zijn honderden op de vloer van de Amsterdamse discotheek Escape. Het was klaarlichte dag, en de Vrije Universiteit had de disco afgehuurd voor een theatermiddag. Er was een improvisatietheatergroep bezig die niet wist dat je Idols niet hoeft te persifleren. Want dat doe Idols zelf wel.

De eerstejaars waren heel stil. Ze zaten allemaal hetzelfde: in kleermakerszit. „Noem een titel van een niet-bestaand lied”, riep een van de improvisatiemensen. „De groene haan”, klonk een ijle stem uit de zaal. De rest zweeg. Als deze eerstejaars een collectief bewustzijn hadden, en als dat collectief bewustzijn een stem had, en zou spreken, dan had het gezegd: ‘Wat doe ik hier in godsnaam?’ Maar het collectief bewustzijn zweeg.

Ach, misschien was dit wel het mooiste moment van hun eerste jaar. Volgende week zouden ze alleen op hun kamertje zitten en een gids met budgettips voor studenten lezen, waarin stond dat je een theezakje twee keer kunt gebruiken als je het in de ijskast bewaart.

De improvisaties waren afgelopen, het licht ging aan. Twee begeleiders spraken hun groepje toe. „Het volgende programmaonderdeel is een tentoonstelling over, eh... hindoes”, zei de mannelijke begeleider, die een T-shirt met het woord Doggystyle droeg. „Maar dat gaan we even skippen. We zien jullie wel weer om half zes, op het Stadionplein.” Het groepje keek hem geshockeerd aan. Het Stadionplein, waar was dat? De vrouwelijke mentor ging op haar hurken zitten en legde uit hoe ze naar het Stadionplein moesten komen. Met haar handen beeldde ze straten uit, en rijrichtingen. Toen de eerstejaars haar blanco bleven aanstaren, pakte ze er een enorme kaart van Amsterdam bij. Doggystyle keek naar haar. Het was duidelijk dat hij de vrouwelijke begeleidster leuk vond. Waarschijnlijk trokken zij zich straks terug in zijn studentenhol om tot half zes te gaan neuken, vijftien eerstejaars in complete vertwijfeling over de ligging van het Stadionplein achterlatend. Ik had zin om de begeleiders te vermoorden.

Doggystyle gaf aan dat het wel mooi geweest was met het gepraat over het Stadionplein, en maakte aanstalten om weg te gaan. „Tot half zes!” riep hij luchtig naar de groep.

Eén jongen durfde het te vragen. „Maar wat moeten we dan nu gaan doen?”