Spaanse kitsch

De Spaanse actrice Laura Maña (Barcelona, 1968) houdt in de films die zij regisseert van het soort magisch-absurd-realisme dat al sinds jaar en dag voor Latijns-Amerikaans doorgaat. Alle malle dingen uit een roman van Márquez op een stapeltje, zeg maar. In Nederland was haar Sexo por compasión waarin een Mexicaanse vrouw uit mededogen met alle mannen in haar dorp naar bed gaat, vijf jaar geleden te zien in de Tijger-competitie van het Filmfestival Rotterdam. Haar nieuwste Morir en San Hilario speelt zich af in een fictief Argentijns dorp. Het is zo`n dorpje waar de pastoor de heiligenbeelden opsluit omdat-ie ze anders stukgooit en de mensen pas tot leven komen als ze voor iemand een grootse begrafenis kunnen voorbereiden. Zo`n dorpje waar je als gevluchte bankovervaller maar beter niet voor een stervende frescoschilder kan worden aangezien. Maar ja, dat heb je niet altijd in de hand. Maña wil door de frivole toon van haar films vast en zeker vol goede bedoelingen allerlei taboes slechten die rondom katholicisme, seks en dood hangen. Maar de toon die zij aanslaat is vals als een instrument in de dorpsfanfare waarop te vaak hetzelfde liedje is gespeeld. Dat resulteert in Spaanstalige feelgood-kitsch waar je soms best even om kan glimlachen, maar vaker verbaasd naar kijkt. Maar dat kan ook die vermaledijde Hollandse nuchterheid zijn natuurlijk.

Morir en San Hilario. Regie: Laura Maña. Met: Lluís Homar, Ana Fernámdez, Ferran Rañé. In: 7 bioscopen.