Risicoprofiel centrale bank onvergelijkbaar

Jeroen Wester suggereert in de rubriek Lux, `Geen gezeik, iedereen rijk`, van 19 augustus dat de Nederlandsche Bank met 8 procent eigen vermogen zou kunnen volstaan.

Het is te kort door de bocht om te veronderstellen dat de hoogte van het noodzakelijke eigen vermogen aan het balanstotaal kan worden afgemeten. Er zijn namelijk veel meer factoren van belang bij een beoordeling van de hoogte van het noodzakelijke eigen vermogen.

Het in het artikel genoemde percentage is waarschijnlijk gekozen omdat het binnen het Bazelse Akkoord een norm is voor commerciële banken. Maar ook bij dat percentage gaat het niet om een percentage van het balanstotaal. Het is een percentage van een bedrag waarin alle risico`s zijn verdisconteerd die een bank neemt.

Een centrale bank is qua risicoprofiel onvergelijkbaar met een commerciële bank. Het beschikbare eigen vermogen (d.w.z. exclusief herwaarderingsrekeningen) van DNB bedraagt op dit moment ca. 5,5 mld ofwel 1,1 procent van het bruto binnenlands product. Dit cijfer is vergelijkbaar met het eigen vermogen van andere sterke centrale banken die deel uitmaken van het eurosysteem, zoals Oostenrijk, Frankrijk, Italië en Finland.