‘Rijk moet levensloop stimuleren’

Werknemers die meedoen aan de levensloopregeling waarmee zij kunnen sparen voor verlof, moeten van de overheid een jaarlijkse bijdrage krijgen van maximaal 300 euro.

Dat bepleit een groep van zes hoogleraren en andere deskundigen op dit gebied, onder wie CDA-econoom Lans Bovenberg, de bedenker van de levensloopregeling, en PvdA-senator Frans Leijnse. Zij sturen hun advies morgen naar de politieke partijen, in de aanloop naar de verkiezingen. De groep hoopt dat hun manifest ‘Naar een effectievere levensloopregeling’ zal leiden tot debat bij de verkiezingscampagne en bij de kabinetsformatie.

De levensloopregeling bestaat sinds 1 januari, maar trekt nog niet veel deelnemers. Naar schatting 5 tot 10 procent van de werknemers doet eraan mee. Volgens de groep van zes deskundigen komt dat door de concurrentie met het spaarloon, waaraan bijna de helft van de werknemers meedoet. Ook is de levensloopregeling financieel niet aantrekkelijk genoeg voor de lagere inkomens. Bovendien mag het gespaarde tegoed uit de levensloopregeling alleen worden gebruikt voor verlof, terwijl het spaarloon volledig naar eigen inzicht kan worden besteed.

In het manifest dat morgen openbaar wordt, stellen de zes voor om de levensloopregeling zo aan te passen dat deze aantrekkelijker wordt dan het spaarloon. Zo moet het fiscale voordeel van het spaarloon voor werknemers worden omgezet in een overheidsbijdrage aan de levensloopregeling. De overheid verstrekt nu alleen een bijdrage in de vorm van een heffingskorting bij opname van het levenslooptegoed. Die moet worden afgeschaft, en vervangen door een bijdrage vóóraf: tegenover elke euro die de werknemer inlegt, stort de overheid er eentje, tot maximaal 300 euro per werknemer per jaar. En wie een kind krijgt, zou een extra overheidsbijdrage moeten krijgen.

Werkgevers die een bijdrage willen storten, zouden die alleen nog hoeven te verstrekken aan werknemers die deelnemen aan de regeling, en niet meer – zoals nu – ook aan degenen die niet deelnemen. Andere voorstellen in het manifest zijn om stortingen in de levensloopregeling en opnames vrij te stellen van premieheffing, en om de bestedingsmogelijkheden uit te breiden.

Levensloop: pagina 15