Overal ging drank in

Altijd leuk om in andermans keuken te kijken. In het vorige week verschenen Studentenkookboek doet Merijn Tol dat bij Bekende Studenten en Bekende Ex-studenten. Tussen de Boris Dittrichen en Esther Vergeeren komen veel Bekende Ex-RechtenStudenten aan het woord. Zo kom ik te weten dat de broertjes Anker, de beroemde strafrechttweeling, tijdens hun studie nooit kookten. Ja, één keer maakte Willem kipschnitzel met puree en blikdoperwtjes voor zijn huisgenoten. Bij gebrek aan positieve reacties at hij daarna weer dagelijks met zijn broer in de mensa of haalde hij Chinees.

Dan had confrère Theo Hiddema zijn natje en zijn droogje beter geregeld. Op de vraag of hij in zijn studententijd weleens kookte, antwoordt de weledelgestrenge heer: „Nooit. Het schrikwekkend vooruitzicht van de afwas, de truttigheid die je dan in zo’n keuken ten deel valt, vermorzelt bij mij iedere aandrang om met potten en pannen aan de slag te gaan.” In plaats daarvan liet hij zich fêteren door „jongedames die begrepen dat ik tegen etenstijd het liefst zit te suffen, voor me uit koekeloer of wat rond ijsbeer en uit de buurt van de keuken blijf.”

Het boeiendst is het interview met Oscar Hammerstein. Er staat een suf fotootje bij van een vermoeide man in grijze coltrui. De keukentafel is gedekt met rieten placemats uit de Xenos, Wedgewoodservies en felgekleurde glazen die begin deze eeuw hip waren. Heel huiselijk allemaal – toen ik nog studeerde zou ik het waarschijnlijk zelfs burgerlijk noemen.

Wat mij treft is de manier waarop hij over eten praat. Met zoveel wellust. „In het najaar werd er veel wild geschoten. Weinig gerechten zijn zo lekker als een patrijs of fazant met zuurkool en aardappelpuree, een stukje spek en wat worst. (...) Wij maakten ook hazenpeper die je drie huizen verder nog kon ruiken. En overal ging drank in. Vooral wanneer er iets te vieren was. Dan werden recepten verzonnen van Engelse puddingen met cake en vruchten die dagen in de drank waren geweekt. Als je na twee happen scheel keek van de drank was het een groot succes.”

Tegen de onvermijdelijke kater maakte Hammerstein de volgende dag kippensoep. Die moest knalgeel zijn, met een heel dun laagje vet en hij at hem het liefst uit een Chinese, blauw met witte kom.

Ik heb ook rechten gestudeerd, ook in Leiden, maar blijkbaar in de verkeerde tijd. Ik kende niemand met een jachtgeweer en ik zou ook niet weten waar we een fazant hadden moeten schieten. Op het Rapenburg? In de Haarlemmerstraat?

Op mijn weblog vertelt Leo, die in Boskoop studeerde, over de nog warme eenden die ze van school naar huis fietsend van de weg raapten en stoofden met zuurkool en cranberry’s. Hij geeft er een recept bij waarin hij die eend vervangt door geruld gehakt en spekjes. Ook lekker, maar wel minder romantisch.

Janneke Vreugdenhil

Jagen studenten nog steeds of worden ze alleen maar aangeschoten?Praat mee op www.nrc.nl/kokenetc