Oud en bang

Een grijs gebied, zo kan de huidige politieke discussie over de AOW met recht worden genoemd. Met nog enkele maanden te gaan tot de parlementsverkiezingen belooft de financiering van de vergrijzing in Nederland een van de belangrijkste strijdperken te worden. Dat is terecht, maar het is jammer dat de discussie beheerst wordt door angst. Sinds PvdA-voorman Wouter Bos eerder dit jaar opperde dat ouderen, wat zijn partij betreft, in principe zelf meer moeten gaan meebetalen aan de AOW is duidelijk geworden dat de oude dag een brisant politiek onderwerp is. Rivaal CDA denkt nu met bezuinigen en ‘inverdienen’ de rechtstreekse belasting van ouderen te kunnen vermijden. De VVD lijkt een eerder idee om de pensioengerechtigde leeftijd op te schroeven, te laten varen. Geconfronteerd met de gepeilde kiezersreacties op zijn eerdere plan en met de vermijdingstactiek van zijn belangrijkste politieke tegenstanders, zal Bos zijn boodschap beduidend afzwakken.

Toch kan het probleem niet worden weggeredeneerd. Nederland wordt ouder en de kosten van de vergrijzing gelden niet alleen het levensonderhoud van ouderen maar ook de zorg, die begrijpelijkerwijs intensiever wordt naarmate de leeftijd toeneemt. Tegelijk vallen tegen de tijd dat de vergrijzing oprukt ook de inkomsten van Nederland weg uit het aardgas. Op dat laatste werd decennia geleden mede de verzorgingsstaat gebouwd die nu aan alle kanten onder druk staat.

Een gunstiger prognose voor de ontwikkeling van de overheidsfinanciën, die het Centraal Planbureau met Prinsjesdag bekend zal maken, helpt. Maar zij is op de middellange termijn wat zij is: een prognose. Het inboeken van 4 procent rendement op pensioenbeleggingen zoals het ABP verwacht, in plaats van 3 procent, zoals het Centraal Planbureau denkt, maakt fors uit voor de toekomst. Maar ook hier betreft het een voorspelling, en geen feit.

Intussen zal de effectieve pensioenleeftijd al omhoog kruipen door het kariger worden van bestaande regelingen voor vervroegd pensioen. En omdat een steeds groter deel van de AOW al wordt betaald uit algemene middelen – en dus door alle belastingbetalers, ook gepensioneerden – is de bijdrage van ouderen aan de AOW al lang aan de gang.

Bovendien: als een officieel plan voor de fiscalisering van de AOW, en dus het betalen van AOW-premies door ouderen, achterwege blijft, zal het geld moeten komen uit bezuinigingen. Die vinden deels plaats in de zorg en grijpen in in faciliteiten waar ouderen zelf gebruik van maken.

De burger weet dit zelf ook. Volgens het principe van de rationele verwachtingen zal hij of zij zich hoe dan ook voorbereiden op een duurdere en latere oude dag. De angst van de grote politieke partijen voor de toorn van de kiezer is begrijpelijk, maar dat het beestje niet bij de naam mag worden genoemd, is spijtig. Het zal enkel betekenen dat maatregelen stilaan zullen worden doorgevoerd binnen het mandaat van volgende regeringen, zonder dat de kiezer zich hierover op voorhand heeft kunnen uitspreken.