Ongetraind en hongerig de oorlog in

Israëlische reservisten hebben kritiek op het management van de oorlog tegen Hezbollah.

Oorlog is in orde, maar dan wel goed voorbereid.

Het kwam goed uit dat paracommando Nimrod Zohar, een reserveofficier en in het dagelijks leven fysiotherapeut, de plaatsvervangende bestuursvoorzitter van een van Israëls grootste banken kent uit de sportschool. De topbankier maakte tijdens de oorlog een tour langs het noordelijk front en ontmoette Nimrod, die klaagde over een tekort aan kogelwerende vesten. Een dag later, enkele uren voordat de paracommando’s Libanon introkken, werden op kosten van de bank 400 Kevlarvesten aangeleverd.

„Voor mijn hele compagnie had het leger niet één vest meer beschikbaar. Dat was niet goed voor ons zelfvertrouwen”, aldus Nimrod. In de mannenkleedkamer van sportclub Great Shape in Herzliya-Pituach, een voorstadje van Tel Aviv, vertellen teruggekeerde reservisten over verouderde pantservoertuigen waar zij nooit mee getraind hadden, te lichte bewapening, tekortschietende bevoorrading, een gebrek aan training, onduidelijke acties en de verrassend hoge organisatiegraad van Hezbollah.

In Israël, waar het leger een welhaast bovenmenselijke, mythische status heeft, is de onbesliste uitkomst van de militaire campagne tegen de fundamentalistisch-shi’itische beweging Hezbollah een zware teleurstelling.

Dat gevoel wordt aangescherpt door de kritische verhalen van de tienduizenden reservisten, die naar goed Israëlisch gebruik van hun frustraties geen geheim maken, zo blijkt uit de gesprekken met kranten, een open brief, enkele petities en een demonstratie voor het kantoor van premier Olmert.

Duizenden computerprogrammeurs, bankemployés, obers, advocaten, dokters en ondernemers moesten in juli en augustus van de ene dag op de andere hun werk neerleggen en zich binnen acht uur melden bij hun eenheid.

Avi Cohen, eigenaar van een in fotografie gespecialiseerde keten en reservekapitein: „Van een van de grote supermarkten kregen wij brood, yoghurt, kaas, tomaten en kip. In de tien dagen dat wij in Libanon waren hebben wij geleefd op de voorraad die wij van de supermarkt hadden gekregen. We moesten met chloortabletten slootwater koken en zuiveren. We hebben allemaal diarree opgelopen. Een andere compagnie heeft de waterflessen van gedode terroristen leeggedronken.”

Cohen: „Van het ene op het andere moment verlaat je je werk en je gezin en bevind je je midden in een oorlog en loop je een goede kans te sneuvelen. Ik had in geen jaren meer een granaat gegooid. We zouden speciale training krijgen. Daar was geen tijd meer voor. Wij hebben soldaten verloren, omdat we niet genoeg medische voorraden bij ons hadden en omdat de reddingshelikopters niet op tijd bij ons waren.”

Niv Singer, een purser van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al en een reserveluitenant, die net in New York was geland toen hij werd opgeroepen: „Slechte uitrusting, weinig eten en drinken zijn oplosbare problemen. Ik heb veel meer moeite met de gedachte dat er soldaten voor niets zijn gestorven. Er zijn jongens gesneuveld in dorpen die nu weer in handen zijn van Hezbollah. Wat is de zin van hun dood? We hadden moeten doorzetten, we hadden moeten doorgaan tot Hezbollah was vernietigd. Daarvan zijn wij allemaal vertuigd.”

De schrijvers van een open brief en de demonstranten bij het kantoor van premier Olmert protesteren niet tegen het feit dat de regering de aanval op Hezbollah inzette, zoals dat tijdens de eerste Libanese oorlog in 1982 gebeurde, maar tegen de politieke en militaire besluiteloosheid en tegen het „mismanagement van de oorlog”. Niv: „Ik heb er niets op tegen opgeroepen te worden, maar dan moeten we wél winnen.”

Nimrod Zohar: „Natuurlijk ga ik de volgende keer weer. We hebben deze oorlog gewoon verloren. Het is beter dat hardop te zeggen en daar lessen uit te trekken dan te doen alsof we een schitterende overwinning hebben behaald. Iedereen die er bij is geweest zal je vertellen dat dat onzin is. Maar goed, we weten nu wat we moeten doen als hier over paar maanden of een paar jaar de derde wereldoorlog uitbreekt.”

De stortvloed aan kritiek van de reservisten noopte minister van Defensie Peretz tot de instelling van een onderzoekscommissie onder leiding van oud-chefstaf Amnon Lipnik-Shahak. Maar de voormalige topofficier heeft zijn onderzoek alweer stopgezet, omdat de generale staf niet wil meewerken zonder gegarandeerde juridische onschendbaarheid.

Vooruitlopend op de uitkomst van eventuele officiële onderzoeken heeft de legerleiding al enkele operationele conclusies getrokken. De trainingen van reserve-eenheden worden opgevoerd, het materieel wordt verbeterd, jeeps en vrachtwagens die ook tijdens de Grote Verzoendagoorlog van 1973 werden gebruikt, zullen vervangen worden. „Ik dacht even terecht te zijn gekomen in een show van Amerikaanse oldtimers”, zei een westerse militaire attaché na een bezoek aan het front.

Volgens reservisten als Nimrod, Avi en Niv is dat niet voldoende. Nimrod: „Hezbollah is uitgerust als een leger en vecht als een leger. Wij hebben alleen maar ervaring met de Palestijnen.” Het Israëlische leger in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever wordt overwegend ingezet als een politiemacht, de Palestijnen beschikken bovendien niet over geavanceerde wapens en geoefende militaire eenheden, de zogeheten Qassamraketten zijn van amateuristische makelij.

Avi Cohen: „We kunnen een paar Palestijnen in het holst van de nacht arresteren. Daar zijn we goed in. Nu moeten we weer leren wat echt vechten is. Ook onze politieke leiders. Misschien zijn we wel te verwend geraakt. Misschien moeten we harder worden. Dat is volgens mij de belangrijkste les. We moeten klaar zijn voor de derde wereldoorlog.”