Nog steeds geharrewar over de tussen-n

Het geharrewar over de tussen-n heeft veel weg van een imperialistisch-fonetisch trekje van de randstedeling. Wanneer het de bedoeling is dat ook het Noorden en Oosten van het land zich kunnen vinden in de schrijfwijze van het Nederlands, dan is de tussen-n volledig correct.

De hele kwestie is: wat tast de taal meer aan, het niet uitspreken van een letter die er wel staat, of het wel uitspreken van een letter die er niet staat.

Van de eerste situatie wemelt het in de mij bekende talen van de voorbeelden. Van het Frans wordt naar mijn schatting zelfs nauwelijks de helft van de letters inderdaad uitgesproken.

Het uitspreken van een letter die er niet staat is daarentegen vreemd. In zo`n geval moet er wat aan de hand zijn.

Een Groninger zegt: `boek`nplank ( iets precieser: boekngplank) , pan`nkoek, een`nei.

Schrijft men officieel `pannenkoek`, dan laat de Groninger een `e` weg. Dit is in orde: een letter niet uitspreken mag.

Schrijft men: `boekeplank` dan zet de Groninger daar toch een `n` tussen. Het lijkt mij dat dit helemaal niet in orde is.

Als de randstedeling zich eens wat realistischer zou opstellen zou hij geen moeite moeten hebben met het wél schrijven van de tussen-n en hem niet uitspreken. Dit is een kleinere concessie dan van een Groninger te verlangen zijn taalgevoel geweld aan te doen door iets uit te spreken wat er niet staat.

Rectificatie / Gerectificeerd

H. Rubingh , inzender van de brief Nog steeds geharrewar over de tussen-n (23 augustus, pagina 7) is ten onrechte aangeduid als ‘uitgever’.