Niemand leest ‘Sloveense Ghandi’ de les

De Sloveense president Janez Drnovsek droomt van een betere wereld. In eigen land groeit het ongemak, zeker sinds de arrestatie van zijn ‘speciale vredesgezant’ in Soedan.

Op krap een uur rijden van de Sloveense hoofdstad Ljubljana wordt de klim naar boven steeds steiler. Een eenzame houtkapper vervangt in de berm van een haarspeldbocht een lekke achterband. Dan rijzen eindelijk de eerste schoorstenen op van het gehucht waar de president woont. „Hij is thuis, maar hij geniet van zijn rust”, zegt de bewaker in het hok bij de oprijlaan.

Achter hoge bomen gaat het huis van de Sloveense president Janez Drnovsek schuil. Zijn besluit om te verkassen naar een bergvilla, ver weg van het rumoer in de hoofdstad, werd met gemengde gevoelens ontvangen. De Sloveense politiek, die al zo weinig vat heeft op de eigenzinnige president, zag de verhuizing als een verdere verwijdering tussen regering en staatshoofd.

Maar onder de Sloveense bevolking kan Drnovsek niet meer stuk: „De president verkiest de natuur boven het gekakel, en dat kan de natuurminnende Sloveen wel waarderen”, zegt Marjeta Novak, medewerkster van een filantropische instelling. Voor Novak en veel andere Sloveense mensenrechten- en milieuactivisten is de president een lichtend voorbeeld.

Drnovsek (56) predikt de zegeningen van het vegetarisme, beoefent dagelijks yoga, steunt initiatieven van antiglobalisten en schreef onlangs het boek ‘Misli o zivljenu in zavedanju’ (Gedachtes over leven en bewustzijn), een verbeter-de-wereld-en-begin-bij-jezelf-handleiding die uitgroeide tot een bestseller in Slovenië.

De ‘Sloveense Ghandi’ wordt hij genoemd, op de cover van het kritische weekblad Mladina. Ironie of niet, het zal Drnovsek een zorg zijn. Hij heeft een missie en niemand leest hem de les.

Maar met die houding heeft hij zich nu in de nesten gewerkt. Geheel op eigen initiatief is Drnovsek actief in het door oorlog geteisterde Soedan, waar sinds 2003 al meer dan 200.000 doden vielen en ruim twee miljoen mensen op de vlucht zijn. Drnovsek zet zich persoonlijk in voor hulp aan vluchtelingen uit de Soedanese regio Darfur. Toonaangevende Sloveense activisten meldden zich als ‘speciale vredesgezanten’ aan, onder wie de fotograaf Tomo Kriznar.

Voor Kriznar liep de missie slecht af. Op 19 juli werd hij door de Soedanese politie gearresteerd. Hij had geen geldig visum en hij wordt verdacht van spionage en het ‘verspreiden van grove leugens’ over de Soedanese machthebbers. Hem hangt twee jaar cel boven het hoofd. Kriznar geeft de visumfout toe, maar ontkent de andere beschuldigingen.

De rel heeft de Sloveense kabinet in verlegenheid gebracht. Is het avontuur van hun president en zijn geestverwanten een bilateraal conflict met Soedan waard? Minister van Buitenlandse Zaken Dimitrij Rupel reageerde volgens Sloveense media veel te laat. Maar Rupel pareert die kritiek: „We beschouwen Kriznar als een politiek gevangene en we doen er alles aan om deze kwestie op te lossen.” Hij zei erbij niet blij te zijn met de missie. „President Drnovsek en zijn adviseurs hebben gehandeld in strijd met de wet. Als je aan zoiets begint moet je toch weten wat de internationale afspraken zijn.”

President Drnovsek, wiens ambt vooral van ceremoniële karakter draagt, kreeg de afgelopen jaren veel politieke speelruimte. Hij mengde zich in de gevoelige discussie over de status van de Servische provincie Kosovo. En nieuwe, strengere asielwetgeving noemde hij „onmenselijk”.

Door het respect dat Drnovsek geniet wordt hem veel vergeven. Ook de onwettige dochter, die hij onlangs publiekelijk opbiechtte, wordt hem niet kwalijk genomen. Maar de zaak-Kriznar is duidelijk een stap te ver. De Soedanese autoriteiten beschuldigen Slovenië van een politiek complot. „Mijn ministerie lijdt daaronder”, zegt Rupel.

Is de president een bevlogen idealist of een ongeleid projectiel? „De huidige new age-Drnovsek staat in schril contrast met de saaie technocraat Drnovsek zoals we hem vroeger kenden,” zegt activiste Marjeta Novak. Ze spreekt van een „ware metamorfose”.

Tot 1991 was Slovenië deelrepubliek van Joegoslavië. Drnovsek diende in de nadagen van de failliete Balkan-federatie zelfs nog kort als president van Joegoslavië. Zijn pogingen tot hervormingen mislukten; Slovenië verklaarde zich vervolgens op 25 juni 1991 onafhankelijk. Het was mede aan Drnovseks onderhandelingskunst te danken dat de afscheiding betrekkelijk rustig verliep. Die van Kroatië en Bosnië kostten honderduizenden mensen het leven.

Het verschafte Drnovsek het morele kapitaal waarmee hij de afgelopen vijftien jaar de Sloveense politiek kon domineren als een weldenkend man die boven de partijen stond. Maar diezelfde man ontpopt zich nu tot controversiële vredesduif. Novak: „Velen zeggen dat het door zijn ziekte komt, hij heeft kanker. Maar het zoeken naar een dergelijke verklaring vind ik onbelangrijk. De president is gewoon een mens van vlees en bloed.”

Wat Drnovsek zelf gaat ondernemen in de zaak-Kriznar is nog onduidelijk. Advocaten en in allerijl afgereisde diplomaten zijn in Soedan volop met de rechtszaak bezig. Minister Rupel kan zijn ongenoegen over Drnovsek als „de nieuwe ster van de tegenbeweging” amper nog verhullen. Drnovsek heeft „zich omringd met figuren uit de oppositie”, meent Rupel. „Daardoor is de president oppositieleider geworden. Dat is een recept voor verwarring en chaos.”