Kabinet overweegt missie in Libanon

Het kabinet overweegt deelname aan de VN-vredesmissie in Zuid-Libanon (Unifil). De Tweede Kamer reageert terughoudend.

De Libanese minister van Buitenlandse Zaken, Fawzi Salloukh, vroeg gisteren minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) een marinefregat te sturen. Dit bevestigt een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Volgens hem vindt Bot het voorstel „bespreekbaar”.

Bot, die drie dagen op bezoek was in Libanon, wil eerst met minister Kamp (Defensie, VVD) overleggen. Daarna zal het voorstel „spoedig” worden besproken in de ministerraad. De zegsman kon niet zeggen of dat vrijdag al gebeurt.

Als het kabinet beslist deel te nemen aan Unifil, dan zal de Tweede Kamer nog moeten instemmen met een zogeheten artikel-100 brief. Daarin zet het kabinet details van de missie uiteen. Volgens Buitenlandse Zaken kan Nederland met het sturen van een fregat bijdragen aan het controleren van de Libanese kustwateren op wapensmokkel aan Hezbollah.

De regeringsfracties van CDA en VVD reageren terughoudend. Ze willen eerst meer duidelijkheid over het mandaat van Unifil. „Ik verbaas me over de rol van Frankrijk”, zegt Kamerlid Ormel (CDA). Dat land zou eerst de leiding krijgen over de missie. Nu voert Italië waarschijnlijk het commando. Ormel spreekt van „een valse start” van de missie. „Het verandert met de dag.” Kamerlid Van Baalen (VVD) zegt „zeer gereserveerd” te staan tegenover deelname aan Unifil. „Indien geen helderheid wordt gegeven over de ontwapening van Hezbollah wordt de VN-actie een mission impossible.” Hij eist eerst ontwapening van Hezbollah.

PvdA’er Koenders is dat met hem eens. „Er mag geen schijnveiligheid worden gecreëerd.” Farah Karimi (GroenLinks) zegt niet tegen Nederlandse steun te zijn, maar „bij een onduidelijk mandaat moeten we niet gaan”. Nederland liet eerder weten geen grondtroepen te sturen, omdat missies naar Afghanistan en Kongo nu de aandacht opeisen.