God moet Van Buitenen alsnog aan succes helpen

Paul van Buitenen had teleurstellende eerste jaren in het Europees Parlement.

Hij hoopt alsnog op succes. Met hulp van God.

Paul van Buitenen verwierf eind 1998 wereldfaam door als Europees ambtenaar fraude bij de Europese Commissie bloot te leggen en daarmee het dagelijks bestuur van de EU ten val te brengen. In 2004 richtte hij zijn eigen partij op: Europa Transparant. „Wij worden een one-issue-partij, gericht op transparantie en controleerbaarheid van het Europees bestuur”, zei hij destijds.

Maar vorige week stond in nrc.next het artikel ‘Geen subsidie voor Europa Transparant’. Het was de volgende in een serie minder positieve berichten over de partij van Van Buitenen, die aanvankelijk met twee zetels in het Europees Parlement was vertegenwoordigd. De publiciste Els de Groen vergezelde hem enige tijd, maar helaas konden de twee slecht met elkaar overweg. Binnen een jaar gingen ze apart verder. Een rechtszaak over de boedelscheiding loopt nog. Andere tegenvaller voor Van Buitenen was dat hij stevige beschuldigingen aan het adres van de Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes, over malversaties vóór haar periode in Brussel, niet hard kon maken. Zijn positieve imago liep in Europa een flinke deuk op. Verder werd er weinig van hem vernomen. Behalve dan toen hij de publiciteit zocht met het vermoeden dat europarlementariërs werden afgeluisterd. Ook hiervoor waren geen bewijzen voorhanden.

Een slechte start, maar Van Buitenen houdt hoop. Hij verwacht op de helft van zijn termijn met „een doorbraak” te komen. „En dan heb ik het niet over de val van enkele commissarissen of zo, maar over de hele structuur van de EU”, zei hij in juni tegen het Nederlands Dagblad (ND). Als God het wil tenminste, want Van Buitenen laat zich leiden door wat God met hem en Europa voor heeft. Zo schrijft hij ook zijn verkiezingsoverwinning in 2004 toe aan de hogere macht. Van Buitenen in het ND: „Ik weet van mensen dat ze op een andere partij wilden stemmen, maar op weg naar het stemhok in hun gedachten kregen dat ze op mij moesten stemmen”.