Die ogen, dat decolleté

In Volver voert Cruz’ schoonheid de boventoon.

Zelfs de homoseksuele regisseur Almodóvar werd opgewonden van haar.

Zeven jaar geleden zei Pedro Almodóvar tegen Penélope Cruz dat hij een filmrol voor haar had bedacht: ze zou een dochter spelen die haar vermeende vader neerstak. De film – Volver - is nu eindelijk gemaakt, en Cruz speelt niet de dochter maar diens moeder – en ze is mooier dan ze als dochter ooit geweest kan zijn. Zelfs Almodóvar raakte opgewonden van haar, en dat was de homoseksuele regisseur naar eigen zeggen bij een vrouw sinds 1982 niet meer overkomen. Maar Cruz heeft dan ook het soort schoonheid dat seksuele voorkeuren overstijgt. Het is in Volver bijna onmogelijk niet voor haar te vallen. Die ogen, dat haar, die lach, dat decolleté.

Cruz is in staat een vaak weggemoffelde of geminachte reden voor bioscoopbezoek weer eens triomfantelijk aan de oppervlakte te brengen: de ongegeneerde adoratie voor een gezicht. Asta Nielsen. Mary Pickford. Greta Garbo. Penélope Cruz. Of ze nu tomaten snijdt of een lijk vervoert; haar schoonheid voert de boventoon. Het is jammer dat de jury in Cannes, waar Volver in mei in première ging, die onbeschaamdheid niet wilde bekronen. De prijs voor de beste actrice ging daar niet naar Cruz maar naar alle vrouwen die in Volver acteren.

Penélope Cruz Sanchez werd op 18 april 1974 geboren in Madrid. Haar vader was automonteur, haar moeder schoonheidsspecialiste. Als kind wilde ze balletdanseres worden, maar toen ze op haar zestiende Almodóvars Atame! (Tie Me Up, Tie Me Down) zag, wist ze dat ze actrice moest worden. Bovendien was ze als ballerina waarschijnlijk niet goed genoeg om soliste te worden, en opgaan in het corps de ballet lag haar niet. Acteren beloofde nog wel de kans solo te schitteren.

Haar filmdebuut maakte Cruz in 1992 in Jamón, Jamón van Bigas Luna, en meteen was ze een ster. Veertien films later speelde ze haar eerste rol voor Almodóvar. In Carne trémula (1997) had ze maar een klein rolletje, maar wel een die insloeg als een bom. ,,Het waren de eerste acht minuten van de film en Penélope verslond letterlijk het doek’’, schreef Almodóvar later. Cruz speelt een prostituee die in een rijdende bus bevalt van een zoon die de latere hoofdpersoon van de film wordt.

Een jaar later speelde ze al in haar eerste grote Amerikaanse film, de western The Hi-Lo Country van Stephen Frears (1998). En weer een jaar later was ze opnieuw in een film van Almodóvar te zien, ditmaal als een non die zwanger raakt van een travestiet in Todo sobre mi madre (All about my mother, 1999). Cruz verhuisde naar Los Angeles, maar bleef zowel in Amerikaanse als in Europese films spelen. In Italië won ze bijvoorbeeld de prijs voor beste actrice voor haar rol in Non ti muovere (Sergio Castellitto, 2004). In Frankrijk speelde ze in Fanfan la Tulipe (2003), een remake van de klassieker uit 1952 uit de stal van Luc Besson de rol die oorspronkelijk door Gina Lollobrigida gespeeld werd.

In Amerika bleef Cruz ook aan de weg timmeren, met All the Pretty Horses (2000, Billy Bob Thornton), en Blow (Ted Demme, 2001). Toch werd ze in de VS vooral beroemd door haar romances met tegenspelers, onder wie Matt Damon, Tom Cruise en Matthew McConaughey. Met Cruise speelde ze in 2001 in Vanilla Sky van Cameron Crowe, een remake van een van haar grootste Spaanse successen, Abre Los Ojos van Alejandro Amenábar uit 1997.

In Amerika waagde ze zich daarna ook aan wat commerciële projecten, zoals de avonturenfilm Sahara met toenmalige beau Matthew McConaughey en Bandidas met vriendin Salma Hayek als de nieuwe Brigitte Bardot en Jeanne Moreau (ooit samen te zien in Mexico in Viva Maria!). Het was een film die het vooral van de fysieke schoonheid van de dames moest hebben.

Cruz had er Almodóvar voor nodig om die schoonheid weer naar een hoger plan te tillen. In Cannes, waar Volver in première ging, raakte hij er niet over uit gepraat. ,,Die ogen, haar nek, haar schouders, haar borsten! Penélope heeft een van de meest spectaculaire decolletés uit de geschiedenis van de cinema!’’

Maar Almodóvar had één bezwaar: haar billen vond hij te mager. In de film draagt Cruz daarom een bilprothese. Hoewel dat er mooi uitziet, is het ook wel een beetje jammer. Want het geeft aan dat Cruz in Volver toch niet haar eigen schoonheid mag uitdragen. Die wordt geënt op Zuid-Europese schoonheden uit het verleden. Ook in haar kleding doet ze denken aan de moederlijke schoonheden, de mamma’s, die vooral in Italiaanse films van vlak na de oorlog schitterden. Op een televisie in Volver even Anna Magnani in Visconti’s Bellissima (1951) te zien.