De wereld verbeteren onder werktijd

Steeds meer werknemers willen op avontuur naast hun werk.

Bedrijven die daar open voor staan, scoren op de arbeidsmarkt.

Nog even en er wordt weer gevochten om talent. In 2010 is er mogelijk een tekort aan 75.000 hoger opgeleiden op de arbeidsmarkt, voorspelt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Maar met dure leasebakken en hoge startsalarissen zal niet snel meer worden gestrooid. Bovendien is de nieuwe lichting werknemers een stuk minder materialistisch. Trainingprogramma’s en persoonlijke begeleiding scoren beter dan een BMW.

Sterker, ze willen niet alleen groeien in hun vak, maar ook blijven investeren in zichzelf of de medemens. Door een paar maanden ontwikkelingswerk te doen bijvoorbeeld, of de Mount Everest te beklimmen. Lastig als de baas zegt: dat doe je maar in je eigen tijd. Dan rest weinig anders dan je wens weer inslikken of je hart volgen en ontslag nemen. Of niet? Er zijn ook werkgevers die juist op die behoefte inspelen en hun personeel tijd, ruimte en soms zelfs geld geven voor avontuurlijke uitstapjes.

Neem Anne Margo Reintsema (29), strategieconsultant bij Bain & Company, een mondiaal consultancybedrijf, en fanatiek sporter. Een halfjaar geleden werd haar gevraagd of ze met een Nederlandse delegatie de marathon over de Chinese Muur wilde lopen. „Ik was meteen enthousiast, een marathon met vierduizend traptreden. Ik was me al op de marathon in Berlijn aan het voorbereiden, maar voor de Chinese moest ik veel meer trainen. Moeilijk, want ik zat op een zwaar project. Werken in het buitenland zou helemaal belemmerend zijn.”

Het bleken onnodige zorgen, haar bedrijf gaf haar meteen de ruimte zich voor te bereiden op de zware race. Reintsema werd van het zware project afgehaald en kreeg de toezegging alleen binnenlandse projecten te hoeven doen. Uiteindelijk werd ze zelfs op een intern project gezet. „Zo kon ik iedere dag op tijd stoppen en trainen op de trappen van de Rembrandttoren in Amsterdam, waar ons kantoor zit.”

Reintsema is geen uniek geval bij Bain. Zo beklom iemand de Mount McKinley, Alaska’s hoogste berg, zette een andere werknemer een weeshuis in India op en stond een derde aan de wieg van vrijwilligersorganisatie Amsterdam Cares. En allemaal gingen ze er een tijdje tussenuit, zonder salaris, maar met behoud van verzekeringen, om na een paar weken of maanden weer terug te keren bij hun werkgever.

„Onze consultants gaan vaak direct na hun studie bij ons aan de slag”, zegt Bain-partner Geert van Engelen. „Ze zijn ambitieus en continu bezig met hun persoonlijke ontwikkeling. Dan is het ook goed om je buiten je werk te verbreden, om je zo nu en dan op te laden. We willen dat stimuleren en daarom zijn we flexibel in het accommoderen van zulke verzoeken.”

Ondanks het groeiend tekort aan talent maakt Bain & Company geen reclame voor de avonturen die de consultants er mogen beleven. „Het helpt op de wervingsmarkt, maar we zoeken mensen die hard willen werken, niet mensen die op secundaire arbeidsvoorwaarden een baan uitkiezen”, legt Van Engelen uit.

Ook postbedrijf TNT schreeuwt niet van de daken dat het ieder jaar een groepje werknemers naar een ontwikkelingsproject in Malawi stuurt, zij het om iets andere redenen. TNT werkt samen met het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Als het bedrijf het project in Malawi zou gebruiken als PR-stunt, loopt de oprechtheid van die samenwerking gevaar, vreest personeelsmanager Stefan Boskamp. „We willen vooral de wereld helpen verbeteren en zullen dat nooit gebruiken om specifiek mensen te werven.”

Vrome woorden, die niet wegnemen dat de samenwerking met het wereldvoedselprogramma goed is voor de reputatie van TNT. In brieven roemen sollicitanten de maatschappelijk verantwoorde instelling van het bedrijf en werknemers zijn trots op hun werkgever, zo blijkt uit eigen onderzoek. „Een belangrijke spin off”, beaamt Boskamp.

Sharon Campman (30), accountmanager bij TNT, is net terug uit Malawi. In twaalf weken organiseerde ze, volledig doorbetaald, de distributie van keukens en voedselvoorraadruimtes voor scholen. „Zoiets heb ik altijd willen doen”, zegt Sharon Campman. „Ik had al twee keer gesolliciteerd voor ik dit jaar werd geselecteerd. In Nederland ben ik alleen bezig met omzet draaien, maar daar zie je: ieder kind dat te eten heeft is er één.”

Ook na de twaalf weken wordt van deelnemers verwacht dat ze actief betrokken blijven bij het project. Iedereen wordt ambassadeur van het wereldvoedselprogramma en wordt geacht zijn of haar netwerk op te roepen om donaties te doen. Het betekent meer voedsel voor hongerend Malawi en nog meer mensen die een goed gevoel krijgen bij TNT als werkgever.

In de praktijk hebben vooral jonge hoogopgeleide werknemers hang naar avontuur, merken zowel Bain als TNT. Bij Bain maken de meeste consultants binnen vijf jaar een uitstapje. En hoewel TNT elk jaar een mix van werknemers naar Malawi stuurt, ook postbodes en bijna gepensioneerden, komen de aanvragen vooral van jonge hoogopgeleiden. Zeker in de strijd om jong talent kan zo’n eigen project van het bedrijf of een flexibele houding bij eigen initiatieven van werknemers het verschil maken. „Ik zou het heel moeilijk vinden om bij een bedrijf te werken waar dit niet zou kunnen”, zegt hardloopster Anne Margot Reintsema.