De dag dat cricket een beetje stierf

Een cricketwedstrijd verliezen is voor Pakistanen op zich al erg genoeg.

Maar bij de beschuldiging van valsspelen is het hele land gekrenkt in zijn trots.

Pakistan is sinds zondag een land in woede. Een cricketwedstrijd verliezen is één, al wordt dat enkele feit in sommige Pakistaanse kringen beschouwd als een nationale ramp. Maar beschuldigd worden van cheating , valsspelen, bedriegen, is onvergeeflijk.

De Pakistaanse toorn richt zich op één man: de Australische scheidsrechter Darrell Hair, die afgelopen zondag in Londen de overwinning toekende aan Engeland in de testmatch tegen Pakistan. Hair had de Pakistaanse cricketers ervan beschuldigd te hebben geknoeid met de wedstrijdbal. De zaak is inmiddels uitgegroeid tot een internationale rel in drie cricketgekke landen.

In Australië wordt Darrell Hair gezien als een held die de moed heeft om zijn neus te steken in de donkerste krochten van een sport waarin de belangen steeds groter worden, in Pakistan wordt hij vergeleken met een ‘mini-Hitler’ die iets tegen donkere mensen heeft. Want boven alles speelt de gekrenkte trots van een natie die zich in haar integriteit voelt aangetast.

De feiten. Scheidsrechter Hair kende in de testmatch Engeland-Pakistan zondag zonder waarschuwing vijf runs toe aan de battende partij, Engeland, omdat de spelers van Pakistan, de veldpartij, met de bal zouden hebben geknoeid. Het bewijs daarvoor is nog niet geleverd, maar de aanvoerder van Pakistan, Inzamam-ul-Haq, die vrijdag in een hoorzitting voor de internationale cricketorganisatie ICC moet verschijnen, hangt een lange schorsing boven het hoofd. Hij wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor een team dat heeft geknoeid met de bal, maar dat ook de sport in diskrediet heeft gebracht door te weigeren verder te spelen. Want dat was het Pakistaanse antwoord op de puntenstraf: het team bleef na de pauze in de kleedkamer.

Wat de zaak zo precair maakt is dat scheidsrechter Hair tot nu toe geen enkel bewijs toonde voor zijn beschuldiging dat de Pakistanen knoeiden met de bal. Ook op de televisiebeelden van Sky Sports, de zendgemachtigde die niet minder dan 26 camera’s had staan in het stadion – camera’s die tegenwoordig kunnen inzoomen tot op de vulling in de kies van een toeschouwer aan de andere kant van het veld – is tot nu toe geen enkel bewijs gevonden voor onsportief gedrag.

Dat hoeft niet te betekenen dat er niets is gebeurd. In de cricketwereld twijfelt niemand eraan dat op professioneel niveau wordt geknoeid met de bal om het swing bowlen te vergemakkelijken. Het probleem is dat het nauwelijks valt te controleren of een speler met een bal knoeit, omdat op één dag soms zes uur met één en dezelfde bal wordt gespeeld. Een scheidsrechter moet ook op andere dingen letten.

Maar de beschuldiging van valsspelen raakt de Pakistanen in het diepst van hun ziel. In het recente verleden werden Pakistaanse spelers vaker beschuldigd, bijvoorbeeld van het onderhouden van duistere contacten met illegale wedkantoren of het gokken op de uitslag van wedstrijden waaraan zij zelf deelnamen. Vaak bleef het bij beschuldigingen, tot grote woede van de miljoenen fans in Pakistan.

Zoals tijdens de tour van de Pakistaanse cricketers door Engeland in 1992, toen de Engelse media massaal over de Pakistanen heenvielen met dezelfde klacht: ball tampering. Destijds richtten de pijlen zich op swingbowlers Waqar Younis en Wasim Akram, omdat zij en hun leermeester Imran Khan met mysterieuze, onnavolgbare ballen die op het laatste moment van koers veranderden een ravage konden aanrichten onder de Engelse batsmen. Maar het bleef vooral bij mediakabaal. Tot zes jaar geleden. Toen werd dezelfde Waqar Younis een duel geschorst wegens het knoeien met de bal, nadat hij via tv-beelden was betrapt. Inmiddels is Waqar bowlingcoach van het Pakistaanse elftal.

De opvolger van Waqar, fastbowler Shoaib Akhtar, nu afwezig door een enkelblessure, kreeg in 2002 een waarschuwing voor het knoeien met de bal in een wedstrijd tegen Zimbabwe, en werd een jaar geschorst omdat hij opnieuw in de fout ging in een wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland.

Maar scheidsrechters worstelen met hun eigen regels. In 2001 werd de Indiase sterspeler Sachin Tendulkar bestraft, niet wegens knoeien met de bal, maar omdat hij tijdens een wedstrijd met zijn nagel een plukje gras van de bal haalde zonder de scheidsrechters daarover van tevoren in te lichten. Haalde hij gras weg of knoeide hij met de bal? In elk geval stond India in lichterlaaie.

Overigens zijn het niet alleen Aziatische spelers. De toenmalige Engelse aanvoerder Michael Atherton kreeg in 1994 een boete van 3.000 pond (ruim vierduizend euro) nadat hij door een camera was betrapt op het bewerken van de bal met een handvol aarde uit zijn broekzak. En vorig jaar degradeerde de Engelse county Surrey uit de hoogste divisie nadat het elftal acht punten in mindering had gekregen wegens het knoeien met de bal in hun eigen stadion, The Oval in het zuiden van Londen – dezelfde plek waar het internationale cricket afgelopen zondag een klein beetje stierf.