Coolpolitics zeg je? Nooit van gehoord

Volgens Coolpolitics leeft politiek enorm bij jongeren (nrc.next, 18 augustus).

Deze visie is misleidend.

Over de politieke betrokkenheid van jongeren wordt veel geklaagd: ze vinden politiek saai, gaan bij verkiezingen niet stemmen en zijn ook op andere manieren nauwelijks actief. Politieke partijen zijn dan ook op zoek naar oplossingen om jongeren weer bij de publieke zaak te betrekken.

Coolpolitics is met zijn debatten op MTV en Lowlands een van de lievelingen van de politiek: een jonge, hippe organisatie die veel publiciteit trekt en grote groepen jongeren lijkt aan te spreken. Op een ochtend bij Lowlands slapen jongeren niet uit, maar gaan naar een politiek debat. Als we Coolpolitics-directeur Jaap Spreeuwenberg moeten geloven, is dit een teken dat de jeugd zich weer betrokken voelt bij de politiek. Dat klinkt aantrekkelijk en aannemelijk, maar is fundamenteel onjuist. Daarvoor bestaan drie redenen.

1 Een massale opkomst onder Lowlands-bezoekers zegt weinig over de aantrekkingskracht van politiek voor de rest van de jeugd. Op politiek gebied zijn er grote verschillen tussen groepen jongeren. Hoger opgeleiden zijn relatief geïnteresseerd en daardoor gemakkelijk te bereiken voor politieke organisaties. De echte doelgroep van initiatieven om politiek aantrekkelijker te maken, moeten dus de lager opgeleiden zijn. Deze vmbo’ers en mbo’ers vormen de grootste groep van de Nederlandse jeugd en laten het op politiek terrein massaal afweten. Coolpolitics geeft het zelf al aan: hun publiek is hoog opgeleid en kritisch. Uit mijn onderzoek naar politieke betrokkenheid onder jongeren blijkt dat lager opgeleiden niet naar debatten komen omdat ze dat zinloos vinden. Zij willen weten waarom ze ergens over mee moeten praten en doen dat alleen als er een duidelijke aanleiding toe is. Die is er tot twee weken voor de verkiezingen vrijwel nooit.

2Het is maar de vraag of discussies op Lowlands over politiek gaan. Coolpolitics stelt dat als je met jongeren over drugscontroles op Schiphol wilt praten, je moet beginnen over een lijntje coke dat sommigen van hen weleens hebben genomen, om zo een link te leggen met hun dagelijks leven. Je zou dan vanzelf bij smokkel, illegaliteit en andere politieke thema’s uitkomen. Uit mijn onderzoek blijkt dat deze visie het hoger opgeleide Coolpolitics-publiek inderdaad aanspreekt: voor hen kan alles politiek zijn, omdat zij het verband zien tussen hun alledaagse activiteiten en de bijbehorende politieke besluitvorming.

Lager opgeleiden geven aan exact dezelfde opmerkingen zelden een politieke invulling. Als laag opgeleiden bijvoorbeeld zeggen dat ze coke hebben gebruikt, hebben ze het wel over de drugsproblematiek, maar niet over maatregelen die deze tegengaan. Zo’n uitspraak duidt voor hoger opgeleiden wellicht op een begin van maatschappelijke betrokkenheid, voor lager opgeleiden is dat niet zo.

3Debatten zijn pas politiek relevant als ze ook gevolgen hebben. Politiek is niet alleen een kwestie van praten, maar ook van actie. Maar hoger opgeleiden gebruiken deze debatten om met leeftijdsgenoten terug te blikken op Lowlands en Geert Wilders af te kraken. Er komt geen actie uit voort. Geen jongere die na zo’n debat een krant gaat lezen of een demonstratie organiseert. Als hoger opgeleiden dat niet doen, doen lager opgeleiden het al helemaal niet.

Er is natuurlijk niets mis met het betrekken van hoger opgeleide jongeren, maar wel als het verhult dat er geen pogingen worden ondernomen om lager opgeleide jongeren voor politiek te enthousiasmeren. Projecten met leerlingen van het vmbo en mbo zijn veel moeilijker uitvoerbaar dan debatten bij Lowlands en worden minder druk bezocht. Projecten voor lager opgeleiden zijn zinvoller, maar ook riskanter en minder sexy. Laat Coolpolitics eens proberen alle jongeren aan te spreken.

Chris Aalberts promoveerde in mei 2006 aan de Universiteit van Amsterdam op politieke betrokkenheid van jongeren.