Britten vrezen nieuwe immigratiegolf

De Britse economie profiteert van de Oost-Europese migranten. Er komen er echter zó veel, dat stemmen opgaan voor beperkingen voor migranten uit Bulgarije en Roemenië, mochten deze landen toetreden tot de EU.

Floris van Straaten

Bij duizenden blijven de jonge Polen, Litouwers, Hongaren en Slowaken naar Groot-Brittannië trekken. Je komt ze overal tegen. Ze knippen je haar, zitten achter de kassa bij supermarkten, herstellen lekkages in je huis en bedienen in cafés en restaurants.

De meeste Britten, met name die uit de middenklasse, zijn zeer over de immigranten uit Oost-Europa te spreken. Ze zijn goedkoop en leveren meestal goed werk. Bovendien gaapt er geen cultuurkloof, zoals met migranten uit veel andere landen. „God zegene de buitenlanders die ons vuile werk doen”, schrijft columniste Yasmin Alibhai Brown vandaag in het dagblad The Independent.

De Britse regering heeft er dan ook geen spijt van dat ze, als enig groot West-Europees land, in 2004 geen restricties oplegde aan werknemers uit de nieuwe lidstaten.

Toch begint zich nu een kentering af te tekenen. Van veel kanten wordt er bij de regering op aangedrongen de poort niet opnieuw wijd open te zetten indien Roemenië en Bulgarije volgend jaar tot de Europese Unie toetreden.

Dat heeft alles te maken met de enorme schaal van de migratie van de Oost-Europeanen naar Groot-Brittannië. De regering van premier Tony Blair ging er twee jaar geleden van uit dat er hooguit 13.000 migranten per jaar uit die regio vielen te verwachten. Gisteren erkende ze dat het werkelijke aantal in de afgelopen twee jaar ruim twintig keer zo hoog is uitgevallen. Daarmee is het een van de grootste volksverhuizingen in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog geworden.

Die golf van honderdduizenden mensen, van wie overigens velen maar betrekkelijk kort blijven, moet ook ergens worden gehuisvest en, als ze ziek zijn, worden verzorgd. Tot dusverre zijn de gevolgen nog beperkt gebleven. Het overgrote deel van de migranten is jong en komt alleen. Ze slapen vaak met hele groepen tegelijk in kleine appartementjes en pas na een jaar vast werk hebben ze recht op toegang tot de Britse sociale voorzieningen. Tot dusverre hebben slechts 768 migranten een werkloosheidsuitkering gekregen.

Het lijkt echter onvermijdelijk, net als met de gastarbeiders uit Zuid-Europa en Noord-Afrika enkele decennia geleden, dat na verloop van tijd ook familieleden zullen volgen. Daarmee zal de druk op de voorzieningen in de gezondheidszorg en het onderwijs snel toenemen. Nu al worstelt de Nationale Gezondheidsdienst (NHS) met de talrijke buitenlanders, die willen worden behandeld. Het is voor de artsen en ziekenhuizen vaak onmogelijk ter plekke uit te maken wie wel en wie niet recht op zorg heeft. In de praktijk helpen ze dus iedereen, illegale migrant of asielzoeker of niet. „Wij zijn er niet om als politieagenten op te treden”, stellen sommige artsen.

Ook groeit de bezorgdheid dat het bij een aanhoudende stroom migranten moeilijk wordt voor sommige ‘inheemse’ Britten nog werk te vinden. Die klacht valt af en toe al te beluisteren in een sector als de bouwindustrie. Mocht de Britse economie in recessie raken, waar het op het ogenblik overigens niet naar uitziet, dan zullen meer Britten aan den lijve de concurrentie van de migranten voelen.

Daarom zijn de laatste weken aan veel kanten stemmen opgegaan om wel degelijk enige beperkingen op te leggen aan arbeidsmigranten uit Roemenië en Bulgarije. Lagerhuisleden van zowel Labour als de Conservatieven hebben er bij de regering op aangedrongen een ‘pauze’ in te lassen op het gebied van migratie. Minister van Binnenlandse Zaken John Reid heeft verklaard dat het goed zou zijn limieten te stellen aan de aantallen migranten. Ook andere ministers hebben gezinspeeld op beperkingen. De regering neemt echter pas dit najaar een besluit. De politici kijken ook met een schuin oog naar de boulevardpers, die al lange tijd campagne voert tegen de open grenzen.

Maar ook de werkgeversorganisatie CBI, tot dusverre een krachtig voorstander van het toelaten van werknemers uit de nieuwe lidstaten, erkende dat er iets voor is te zeggen om even pas op de plaats te maken en zorgvuldig te kijken wat de invloed van de invasie van Oost-Europeanen per saldo is. Zelfs de anders zo liberale zakenkrant Financial Times gaf vandaag in een commentaar toe dat er wat is te zeggen voor beperkingen.

Sommigen werkgevers, in het bijzonder boerenbedrijven, zijn echter tegen restricties. Velen van hen zouden het hoofd niet boven water kunnen houden zonder goedkope Oost-Europese seizoensarbeiders. Veel Polen zijn bereid voor een uurloon van minder van vijf pond te werken, iets waarvoor de meeste Britten hun neus ophalen.

Mervyn King, de gouverneur van de Bank of England, heeft er voorts op gewezen dat de aanwezigheid van zoveel goedkope arbeidskrachten een dempend effect heeft op looneisen. De Britse lonen zijn gemiddeld minder gestegen dan op grond van de economische groei had mogen worden verwacht. Dat is volgens hem goed geweest voor het concurrentievermogen van de Britse economie.