Afvalrace voor ambtenaren

Met rijkstraineeships wil de overheid concurreren met bedrijven om jong talent.

Een rijkstrainee is geen stagiair, maar gaat direct aan het werk op een ministerie.

Balkenende op de radio bij FunX, Donner in een rap, Halsema op Lowlands. Niet alleen doen politici er alles aan om twintigers en dertigers te bereiken, ze nemen ook het heft in eigen hand om zich actief met politiek te bemoeien en tonen ze zich maatschappelijk betrokken.

Diezelfde betrokkenheid vormt ook de belangrijkste vereiste voor een baan bij de overheid. Het rijkstraineeschap, de route om ambtenaar te worden bij een ministerie, blijkt onverminderd populair bij afgestudeerden. „Veel van onze trainees geven aan dat ze het spannend vinden om bezig te zijn met zaken die in het nieuws komen”, zegt Gerard Ulenberg, coördinator van het traineeprogramma.

In 1998 wilde de Rijksoverheid het imago als werkgever verbeteren en begon het Rijkstraineeprogramma om jonge talenten te interesseren voor een overheidsbaan. Het Rijk wilde de concurrentie aangaan met grote bedrijven. De ministeries vergrijsden en kampten met een duf imago. Ook was volgens Ulenberg behoefte aan jonge hoger opgeleiden die een brede blik konden werpen op overheidsbeleid.

De rijkstrainee is geen stagiair, maar gaat echt aan het werk. Een trainee heeft een volledige werkweek en mag verantwoordelijke taken uitvoeren. Het jaarsalaris bedraagt 27.500 euro bruto. Dit jaar meldden zich meer dan 2.000 afgestudeerden aan voor het rijkstraineeprogramma. De selectieprocedure ging eind april van start en moet in september 120 gemotiveerde starters afleveren bij elf departementen. Tot nu toe bleef 82 procent na de traineeperiode werken op een van de ministeries.

Het programma duurt twee jaar. Binnen die periode wordt een trainee op verschillende werkplekken ingezet, halverwege wordt de plek op het eerste ministerie ingeruild voor een functie op een ander departement, of bij een instelling van de Europese Unie.

De selectie bestaat uit een serie testen en beoordelingen die niet onderdoen voor sollicitatierondes bij bedrijven. In de eerste vragenlijsten wordt kandidaten een werksituatie voorgelegd, via meerkeuzevragen moet een reactie worden aangekruist. Een persoonlijkheidstest moet duidelijk maken of de deelnemer geschikt is voor een traineeship bij het Rijk.

Na deze ronde volgt mogelijk een uitnodiging voor een uitgebreide serie psychologische en vaardigheidstesten. Als ook deze fase is doorstaan, ligt de weg open voor een gesprek op één van de ministeries. Totaal neemt de procedure een kleine drie maanden in beslag.

Motivatie geeft de doorslag bij de keuze voor een kandidaat. Maatschappelijke betrokkenheid en een zeker idealisme staan hoog op het verlanglijstje van de departementen. Op welk ministerie je terechtkomt is niet het belangrijkste. „Het traineeship is ook bedoeld als oriënterende fase”, benadrukt Ulenberg. „Omdat trainees op verschillende departementen aan de slag gaan, hopen we verkokering te voorkomen. Het is juist de bedoeling dat ze breed inzetbaar worden.”

De slepende besluitvorming is een van de minder leuke kanten van een overheidsbaan. „Het is niet anders”, zegt Ulenberg. „Op een ministerie wordt beleid gemaakt over complexe zaken. Je moet rekening houden met de wensen van belangengroepen en politieke partijen. Daar moet je chocola van zien te maken.”