Wie wil er naar Libanon?

Italië wil de leiding wel nemen in Zuid-Libanon.

Meer concrete toezeggingen uit Europa zijn er nog niet.

De opbouw van de internationale troepenmacht van 13.000 militairen ter versterking van de VN-vredesmacht UNIFIL (van 2.000 man) in Libanon verloopt moeizaam. De landen van de Europese Unie komen morgen in Brussel bijeen om te overleggen over hun aandeel. Tot de bijeenkomst werd afgelopen weekeinde opgeroepen door de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Philippe Douste-Blazy. „Wij willen van onze Europese partners weten wat zij op heel korte termijn denken te kunnen doen”, aldus de minister.

De Franse oproep volgde op telefonisch contact van de Franse president Jacques Chirac met de regeringsleiders van Italië, Turkije en EU-voorzitter Finland. Op een sterker Europees engagement werd ook aangedrongen door de Verenigde Staten en de Verenigde Naties. Zij zijn teleurgesteld over de Europese bijdrage. Gisteravond riep de Amerikaanse president Bush de internationale gemeenschap nogmaals op om haast te maken met het sturen van een vredesmacht. „De nood is hoog”, aldus Bush.

Buiten Europa hebben Bangladesh, Indonesië, Maleisië en Nepal hun medewerking toegezegd. Probleem is dat Israël bezwaar maakt tegen troepen uit landen die de joodse staat niet erkennen. Dat geldt voor de eerste drie landen. Andere niet-Europese landen die publiekelijk hebben laten weten mee te willen werken zijn Australië, Brunei, Marokko en Nieuw Zeeland. De VS willen zich beperken tot logistieke steun.

De stationering van de 13.000 extra VN-militairen in Zuid-Libanon werd tien dagen geleden overeengekomen. Uiterlijk 2 september moet een voorhoede van 3.500 soldaten (bovenop de 2.000 blauwhelmen) in de regio zijn. De resterende manschappen zouden respectievelijk op 5 oktober en 4 november paraat moeten zijn.

De VN-troepen moeten, tezamen met de eveneens 15.000 Libanese soldaten, de orde in het gebied tussen de rivier de Litani en de Israëlische grens herstellen na de oorlog tussen Israël en de fundamentalistisch-shi’itische beweging Hezbollah.

Frankrijk leidt de huidige missie van VN-blauwhelmen in Libanon. Parijs is bereid de leiding van de versterkte VN-troepenmacht op zich te nemen, maar verlangt meer helderheid over het militaire, humanitaire en financiële kader van de steun aan Libanon. Israël suggereerde Italië de leiding te geven, iets waartoe premier Prodi zich gisteren bereid verklaarde.

De Franse wens om meer duidelijkheid wordt in Europa breed gedeeld. Wordt dat ingewilligd dan zijn België, Bulgarije, Finland, Italië, Spanje en Turkije bereid troepen te sturen. Duitsland wil ook meedoen, maar geen gevechtstroepen leveren. Dat geldt ook voor Nederland (dat een verbindingseenheid beschikbaar stelt) en Groot-Brittannië (dat lucht- en marinesteun wil bieden).

De terughoudendheid van Europa heeft drie oorzaken. Het is bang dat de troepenmacht een te westers stempel krijgt. Dat zou het zoeken naar duurzame regelingen in de conflictregio bemoeilijken. Maar Europa is ook voorzichtig omdat de taak en mandaat van de VN-troepen onduidelijk is. Ten slotte vloeit de Europese prudentie voort uit de slechte ervaringen die blauwhelmen in het verleden in Zuid-Libanon en Bosnië hebben opgedaan met een beperkt of ontoereikend mandaat.