Wel even schrikken bij het afkopen van de alimentatie

Met een scheiding worden de huwelijksbanden verbroken, maar vaak blijven de ex-partners verbonden via de alimentatie. Dit kan doorbroken worden door het alimentatiebedrag in een keer af te kopen. Helaas deelt de fiscus dan ook mee.

Levensonderhoud. Wie trouwt belooft elkaar in goede en slechte tijden bij te staan, ook financieel. Welke impact dat laatste heeft blijkt vaak na de scheiding, als een partner recht heeft op partneralimentatie omdat die een laag of geen inkomen heeft. De ander is volgens de wet maximaal twaalf jaar lang verplicht in het levensonderhoud van zijn of haar ex te blijven voorzien. Een lastige kwestie omdat daarmee partijen financieel aan elkaar gebonden blijven. Als de financiële middelen dat toestaan, kan de afkoop van de alimentatie dan ook een aantrekkelijke optie zijn.

Schrik daarbij niet van de bedragen. Dat de partneralimentatie over een periode van twaalf jaar moet worden afgekocht, betekent dat de afkoopsom al snel een omvang van enige jaarsalarissen heeft. Bij de precieze bepaling spelen onder andere het inkomen van de betaler, de rente, inkomensverwachting en leeftijd van de ontvanger een rol. Een goed opgeleide dertigjarige zal daardoor een lagere afkoopsom ontvangen dan een vijftiger zonder ervaring op de arbeidsmarkt.

Fiscaal. De alimentatie is bij de betalende partner aftrekbaar in box 1, maar dan moet er wel genoeg inkomen in deze box binnenkomen om daar optimaal gebruik van te maken. Frank van den Barselaar van Zantboer & Partners is gespecialiseerd in financieel advies bij scheidingen. Hij legt uit dat bij hoge bedragen het belastingvoordeel vaak kleiner is dan de belastingheffing. „Waardoor de fiscus per saldo dus geld ontvangt.” Ook de ontvanger van de alimentatiesom dient volgens de adviseur zeer alert te zijn. Door het progressieve karakter van de belastingheffing betaalt die al snel 52 procent belasting over een groot deel van de afkoopsom.

Spreiding. Creatieve adviseurs probeerden in het verleden de alimentatie bij de scheiding te verrekenen, bijvoorbeeld door de woning zonder verrekening van de overwaarde aan de partner toe te laten komen. Van den Barselaar benadrukt dat de fiscus zo’n constructie beschouwt als afkoop van alimentatie. „De overwaarde wordt bij de ontvanger dan ineens belast tegen 52 procent. Het jaar na de afkoop krijgt de ontvanger dan een forse belastingaanslag, terwijl geen geld beschikbaar is.”

Een oplossing lijkt voorlopig niet in zicht, al zijn er wel manieren om de belastingdruk bij de ontvanger enigszins te dempen. Bijvoorbeeld door het geld bij een verzekeraar onder te brengen in een lijfrente. De afkoopsom wordt op deze manier opgesplitst in relatief lage uitkeringen die daardoor tegen een lager tarief belast worden. Nadeel is dat de bijkomende kosten van zo’n lijfrente vaak hoog zijn.

Van den Barselaar legt uit dat ook de juiste spreiding van de bedragen enige fiscale verlichting kan bieden. „In mijn praktijk wordt vaak afgezien van een afkoopsom omdat dit fiscaal nadelig is. In plaats daarvan wordt een korte, hoge alimentatie afgesproken. De hoogte wordt dan zodanig gekozen dat het belastingnadeel beperkt blijft of zelfs omslaat in een voordeel.” De charme van de afkoop – direct van elkaar af zijn – is daarmee wel verspeeld, moet de adviseur toegeven.

Cleo Scheerboom

Meer informatie over partner- en kindalimentatie staat op www.alimentatie.nl en www.nibud.nl