VN-samenwerking in Libanon niet nieuw

In NRC Handelsblad van 9 augustus vroeg redacteur Joop Meijnen zich, onder de kop `Franse diplomatie baart `dode` letters` af wat Frankrijk mankeerde bij zijn pogingen een comeback te maken aan het diplomatieke front. In minder dan een week tijd, zo redeneerde hij, was de Franse diplomatie in de oorlog tussen Israël en Libanon hardhandig met de neus op de feiten gedrukt. Eerst moest het land bakzeil halen in de Europese Unie, toen het zich verkeek op de weerstand binnen de Europese gelederen tegen een oproep tot een `onmiddellijk staakt-het-vuren`. En vervolgens ging Frankrijk onderuit nadat een samen met de VS bij de VN-Veiligheidsraad ingediende ontwerpresolutie het niet haalde.

Op de Opiniepagina van 15 augustus komt E.P. Wellenstein, onder de kop `Nieuwe liefde tussen Amerika en Frankrijk` terug op de diplomatieke manoeuvres die leidden tot de aanvaarding van een tweede ontwerpresolutie. Hij schrijft dit vooral toe aan de Franse contacten met Beiroet die de weg vrijmaakten voor een aanpassing van de tekst, die nu voor alle betrokken partijen aanvaardbaar was. Hij spreekt in dit verband van `de onverwachte Amerikaans-Franse diplomatieke doorbraak in de Veiligheidsraad`.

In beide artikelen wordt eraan voorbij gegaan dat Washington en Parijs al eerder gezamenlijke initiatieven in de Veiligheidsraad hadden ontwikkeld als het ging om Libanon. Dat geldt zowel voor resolutie 1559 uit 2004 die uiteindelijk leidde tot de volledige terugtrekking - na ruim twintig jaar - van de Syrische troepen en het inlichtingenapparaat uit Libanon in het voorjaar van 2005 en de instelling van een VN-onderzoek naar de toedracht van de moord op de voormalige Libanese premier Hariri (in verband met mogelijke Syrische betrokkenheid). De samenwerking in VN-verband is dus van ouder datum en komt, anders dan Meijnen en Wellenstein veronderstellen, niet uit de lucht vallen.