Violiste Jansen excelleert

Concerten: Europees Jeugdorkest o.l.v. Andrej Borejko m.m.v. Janine Jansen (viool) en Nationaal Jeugdorkest o.l.v. Reinbert de Leeuw. Gehoord: 20, 21 /8 Concertgebouw Amsterdam.

Na het Sjostakovitsj Festival van het Koninklijk Concertgebouworkest in de eerste helft van dit jaar gaat de herdenking van de honderdste geboortedag van Dmitri Sjostakovitsj (25 september) onverminderd door. In de maand september is er Amsterdam het festival ‘De Kamer van Sjostakovitsj’. En de afgelopen dagen speelden het Europees Jeugdorkest en het Nationaal Jeugdorkest Sjostakovitsj in de serie Zomerconcerten in het Concertgebouw.

Het Europees Jeugd Orkest gaf zondag in aanwezigheid van koningin Beatrix een compleet Sjostakovitsj-concert met Janine Jansen als een verbluffende soliste in het Tweede vioolconcert. Gedreven, energiek, vurig en met een vaak felle en krachtige attaque gaf ze een feilloze en fenomenale uitvoering van dit concert dat een breed scala van emoties en sferen telt, van weemoedig slavisch tot overrompelend zigeunerachtig.

Janine Jansen excelleerde hier ook in het samenspel met orkestleden, waarmee ze voortdurend contact zocht. Voor de na afloop door publiek, orkest en dirigent uitbundig gevierde violiste, de meest gedownloade klassieke artiest ter wereld, was dit concert het begin van een Janine Jansen-minifestival met vier optredens in het Concertgebouw. Eind december heeft ze in Utrecht haar eigen Internationaal Kamermuziekfestival.

Het was jammer dat dirigent Vladimir Ashkenazy om gezondheidsredenen had afgezegd. Hij was in 1961 aanwezig bij de wereldpremière van de Vierde symfonie van Sjostakovitsj, na de pauze op het programma. Die première kwam pas een kwart eeuw na voltooiing van dit overweldigende werk, een chaotisch wilde collage waarvan Sjostakovitsj in 1936 vreesde dat het na de kritiek op Lady Macbeth van Mtsensk (‘Chaos in plaats van muziek’) voor Stalin te revolutionair zou zijn.

Dirigent Andrej Borejko verving Ashkenazy met grote inzet en veel finesse in een overdonderende uitvoering, eindigend in etherisch geklingel op de celesta. De celesta zou de volgende avond ook telkens klinken bij het Nationaal Jeugdorkest, in de Vijftiende symfonie en in de twaalfdelige symfonie Stimmen... verstummen...van Sofia Goebaidoelina, die te beschouwen is als zijn muzikaal erfgename.

Beide stukken, onder leiding van Reinbert de Leeuw intens gespannen gespeeld, zijn onder andere te beluisteren als vluchtige en verwarde flarden muziekhistorie. Zo klinken in Sjostakovitsj’ laatste symfonie Rossini en Wagner. Daarna ontdekt men bij Goebaidoelina nog veel meer Wagneriaans, van Das Rheingold tot Siegfried. Goebaidoelina was er zelf bij en werd langdurig toegejuicht.