Van Aartsens testament

Dit is de zomer van het zelfgekozen moment. In de rij van Haagse hoofdpersonen die aankondigen de politiek te verlaten was het gisteren de beurt van voormalig VVD-aanvoerder Van Aartsen. Nadat de VVD dit voorjaar bij de gemeenteraadsverkiezingen tegenvallende resultaten had behaald, telde Van Aartsen zijn knopen. Hij trad terug ten gunste van de favoriet van de partij-elite, toenmalig staatssecretaris Rutte (Onderwijs).

Het valt te prijzen dat Van Aartsen na die stap in de Tweede Kamer bleef. Daar trachtte hij als een soort stille kracht tevergeefs de gebeurtenissen die volgden te beïnvloeden. In een brief aan Rutte kritiseert Van Aartsen terecht politici die de Tweede Kamer beschouwen „als een vergaarbak van ambities waaruit gekozenen wegvluchten wanneer het gedroomde plekje in een kabinet niet voor hen blijkt weggelegd”. Over zijn eigen ambities is de vertrekkende partijaanvoerder raadselachtig. Hij verlaat de Kamer omdat hij het moeilijk vond zich neer te leggen bij „een terughoudende rol”. De conclusie kan geen andere zijn dat hij nog steeds beschikbaar blijft voor een minder terughoudende rol.

Na zijn terugtreden barstte een verscheurende interne strijd los tussen Rutte en Verdonk om het lijsttrekkerschap. Sommige partijgenoten maakten Van Aartsen het verwijt dat hij door zijn onverhoedse vertrek indirect verantwoordelijk was voor deze riskante verkiezingsstrijd, die bijna leidde tot splijting in de VVD. Dat verwijt was onterecht. Van Aartsen verdient lof omdat hij onder ogen zag dat hij niet de juiste man was om een voor de VVD gunstige stembusuitslag te behalen, en daarnaar handelde. Zijn aanvankelijke schijnbewegingen achter de brede rug van partij-coryfee Wiegel waren minder fraai. De gedachte dat zij beiden op één ticket de verkiezingen even gingen winnen, Van Aartsen in de rol van lijsttrekker en Wiegel als stemmentrekkende kandidaat-premier, was niet realistisch.

Van Aartsen kampte gedurende zijn fractievoorzitterschap met het voortdurende knagen aan zijn stoelpoten van de vorige lijsttrekker, vice-premier Zalm. Twijfel aan zijn leiderschap werd verder veroorzaakt door zijn wat nonchalante stijl die leidde tot het aftreden van staatssecretaris Nijs (Onderwijs). Zij moest na een ruzie met minister Van der Hoeven (CDA) het veld ruimen. Ook het uittreden van Wilders, die na een verschil van mening met Van Aartsen over de koers voor zichzelf begon, droeg niet bij aan het gezag van de fractievoorzitter. Van Aartsen verspeelde verder veel steun in zijn fractie omdat hij toenmalig Kamerlid Hirsi Ali onvoldoende in de hand had.

Daar staat tegenover dat hij als enige leidinggevende politicus in de Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen vorig jaar een samenhangende visie op de toekomst van Nederland wist te formuleren. Ook laat hij de VVD een Liberaal Manifest na dat een poging doet zijn partij, die door velen vooral als een gezelligheidsvereniging wordt beschouwd, van een ideologische basis te voorzien. Van Aartsen schetst in zijn politiek testament de taak waarvoor zijn opvolger nu wordt gesteld. Rutte zal net als alle eerdere VVD-leiders de „richtingenstrijd” moeten overbruggen die in de VVD woedt tussen populisten en vrijzinnigen. Dat is geen lichte opgave. Dijkstal, Zalm noch Van Aartsen slaagde erin de omvang van het VVD-electoraat op peil te houden. Na de succesvolle periode-Bolkestein is Van Aartsen de derde VVD-leider die is mislukt.