Rugbybond maakt schoon schip

Gesjoemel met spelerskaarten zette de rugbysport in Nederland afgelopen voorjaar in een kwaad daglicht. De bond nam de fraude hoog op.

Mark Hoogstad

Hadden ze de zaak financieel en organisatorisch net weer een beetje op orde, blijkt nota bene de landskampioen zich schuldig te hebben gemaakt aan fraude. Daar werd de bondsvoorzitter dus niet vrolijk van. „Een klap in ons gezicht, en niet zo’n kleintje ook”, zegt Gerard Kemps vijf maanden later, op de slotdag van de Haagsche Rugby Dagen.

Boosdoener was Castricum. Ruim een week voor de start van de play-offs bleek de club uit Noord-Holland te hebben gesjoemeld met de spelerskaarten, zodat twee niet-speelgerechtigde Nieuw-Zeelanders alsnog inzetbaar waren. „Een auto besturen zonder geldig rijbewijs”, in de woorden van Kemps, onder wiens leiding in de afgelopen twee jaar een faillissement van de Nederlandse rugbybond (NRB) werd afgewend.

Castricums vergrijp ontmaskerde het toch al veelgeplaagde rugby in Nederland maar weer eens als een studentikoze sport, die gegijzeld wordt door onkundige amateurs. Pijnlijk voor Kemps en zijn mede-bestuursleden waren vooral de bijtende commentaren in de pers, waarin hun sport werd afgeserveerd als een vorm van bezigheidstherapie waar de titel te koop zou zijn.

Die geluiden voedden Kemps’ vaste voornemen om „voor eens en voor altijd” schoon schip te maken. „Groot zijn we toch al niet, en als dan ook nog eens je geloofwaardigheid op het spel staat, dan moet je onmiddellijk ingrijpen.’’ Castricum kreeg – conform de bondsreglementen – de maximale boete (4.538 euro) opgelegd, al leek uitsluiting van deelname aan de play-offs een passender sanctie. Kemps schudt het hoofd. „Sporters mogen niet boeten voor blunders die in de bestuurskamers worden gemaakt.”

Een door de bond aangewezen commissie, bestaande uit twee niet-clubgebonden leden, deed vervolgens wekenlang nauwgezet onderzoek. Alle clubs uit de ereklasse (Kemps: „Als je daarin speelt, heb je een voorbeeldfunctie”) werden doorgelicht. Wat bleek? Vier andere clubs (ARC, RC Hilversum, DIOK en USRC) hadden het ook niet zo nauw genomen met de regels. Een voor een kregen zij, aldus Kemps, „een passende sanctie”.

Verdenkingen over ‘vals spel’ bestonden al langer in het ons-kent-ons-wereldje van het Nederlandse rugby. „Vrijwel iedereen bleek op de hoogte van het gesjoemel, maar niemand deed wat”, zegt voorzitter John de Vries van HRC uit Den Haag, die optrad als een van de aanklagers van „het stuitende gedoogcultuurtje”. „Een van mijn collega’s – ik noem geen namen – maakte het zelfs zo bont door te stellen dat het weliswaar een besmette beker was, maar goed: het was wel mooi een beker.’’

Komend weekeinde begint de competitie in de ereklasse. Kemps durft, een jaar voor het 75-jarige bestaan, zijn handen er voor in het vuur te steken dat de zelfreinigende maatregelen het gewenste effect hebben gehad. „Er gaat op het bondsbureau geen spelerskaart de deur meer uit voordat we die grondig bestudeerd hebben. Mocht het desondanks toch opnieuw gebeuren, dan zullen wij niet schromen keihard in te grijpen. Heel simpel. De clubs weten dat.”

Ook De Vries heeft goede hoop dat frauduleuze handelingen tot het verleden behoren. „Het kwaad is weggesneden. Dat moet je de bond nageven: ze hebben er werk van gemaakt.” Kemps wil vooral weer vooruit kijken en „weer bouwen”. „Het heeft even geduurd, maar het fundament ligt er, het huis is weer schoon, en dus kunnen we weer gasten ontvangen.”

Ook al is het vooralsnog bouwen met bescheiden middelen. Net als de basketbal- en ijshockeybond is de NRB getroffen door de herverdeling van de lottogelden, met als gevolg dat „we in twee jaar tijd tachtig procent van onze topsportsubsidie kwijt zijn”, zegt Kemps. Met sportkoepel NOC*NSF hoopt hij de komende maanden alsnog tot een „billijk vergelijk” komen, want: „Dit is de doodsteek voor onze topsport.”

En die heeft het al moeilijk. De nationale ploeg werd dit voorjaar uitgeschakeld in de derde voorronde van de WK-kwalificatie. Intussen zoekt de bond een nieuwe bondscoach, omdat Iain Krysztofiak zijn taken heeft moeten neerleggen wegens een overvolle agenda.

In de ereklasse spelen dit seizoen bovendien slechts negen in plaats van de gebruikelijke tien clubs, na de terugtrekking van Ascrum. De studentenclub uit Amsterdam kan naar verluidt geen representatief team op de been brengen. Het doorschuiven van een club uit de eerste klasse stuitte op tal van bezwaren. Kemps: „Neem alleen al het krachtsverschil. Wat heeft het voor zin elke week met 100-0 te worden afgedroogd?”