Persstem

Washington Post

Waar zijn de Fransen gebleven? Tot nu toe staan ze aan de kant

Tijdens de crisis in de betrekkingen tussen Israël en Libanon van deze zomer was Frankrijk gul met raad en waarschuwingen, zoals het hoort voor de grootmacht die het beweert te zijn. Maar nu de tijd is gekomen om de verantwoordelijkheid van een grootmacht te aanvaarden, lijkt Frankrijk opeens beschroomd.

Dit zou rampzalige gevolgen kunnen hebben voor het vredesakkoord dat het zelf tot stand heeft helpen brengen.

Tijdens de gevechten die begonnen toen Hezbollah op Israëlisch grondgebied twee soldaten ontvoerde en nog een aantal andere doodde, riep Frankrijk Israël op zijn militaire acties te staken.

Op een bepaald moment steunde het de Arabische eisen dat Israël zich zou terugtrekken voordat er een internationale troepenmacht ter plaatse was. Afgelopen week nog verklaarde de Franse minister van Buitenlandse Zaken dat Israël zijn blokkade van Libanese havens en vliegvelden zou moeten opheffen.

Maar ook al zette Frankrijk vraagtekens bij de Israëlische methodes, het stond naar eigen zeggen wel achter veel van de Israëlische doelstellingen. De blokkade was bedoeld ter voorkoming van Iraanse en Syrische wapenzendingen aan Hezbollah en Frankrijk beweerde voorstander te zijn van een einde aan de clandestiene wapenstroom.

De Israëlische inval was bedoeld om de militie van Hezbollah te ontwapenen of te verzwakken. En ook Frankrijk zei een Libanon te willen met maar één leger – de nationale strijdkrachten.

Hoe valt dit te rijmen? Volgens de resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, opgesteld door Frankrijk en de Verenigde Staten en vrijdag een week geleden eenstemmig aangenomen, zouden de Libanese strijdkrachten de enige bewapende macht in Libanon worden.

Zij zouden worden ingezet in het zuiden, waar Hezbollah een militair machtsmonopolie bezat. Zij zouden alle onwettige wapenzendingen naar het land beletten. Omdat ze zwak en slecht opgeleid zijn, zouden ze worden gesteund door een VN-macht van maar liefst 15.000 man.

En functionarissen van de Verenigde Naties werden in de waan gebracht dat Frankrijk een hoofdrol zou gaan spelen in de leiding en bij de troepenleveranties aan deze internationale strijdmacht, waardoor weer andere landen zouden worden aangemoedigd om ook deel te nemen.

Op de dag dat de resolutie over de legering van de VN-macht werd aangenomen, antwoordde de Franse VN-ambassadeur desgevraagd dat volgens hem alles „heel snel kon gaan”.

Maar het blijkt helemaal niet zo snel te gaan, en de troepenmacht wordt misschien ook wel lang niet zo groot. Nu Israël zich terugtrekt en de Hezbollah-strijders met de borst vooruit lopen, zegt de Franse president Chirac dat hij alleen bereid is een compagnie van 200 man genie te sturen, in aanvulling op de 200 man die op het ogenblik al dienen in de machteloze VN-macht in Libanon.

De Franse generaal die het bevel had over deze troepenmacht zal zijn termijn tot februari uitdienen; kennelijk is dit wat de Fransen in gedachten hadden toen ze het over „de leiding” van de strijdmacht hadden.

Franse functionarissen hebben verklaard dat ze een grotere bijdrage nog niet hebben uitgesloten. Het hangt allemaal af van de rules of engagement, de bijdrage van andere landen en nog meer gevoelige gespreksonderwerpen in New York.

Laten we hopen dat de 200 man van Jacques Chirac niet echt het laatste woord zijn. Andere landen zullen minder snel bijdragen als Frankrijk aan de zijlijn blijft staan, en zonder een substantiële troepenmacht heeft het vredesakkoord – dat toch al zo broos is – veel minder kans om stand te houden.

Ook dat lijkt weer precies het verkeerde voorbeeld voor een Europees land dat brandt om internationaal leiderschap te bieden en aan te tonen dat diplomatie en vredeshandhaving meer vermogen dan oorlog.