Op zijn plaats in een zetel

Jozias van Aartsen had sinds 1970 grote invloed binnen de VVD. In een brief aan Mark Rutte laat hij weten niet meer verkiesbaar te zijn voor de Kamer.

Je zou het een politieke daad kunnen noemen, de afscheidsbrief die oud-fractievoorzitter Jozias van Aartsen gisteren aan zijn opvolger en lijsttrekker Mark Rutte stuurde. Geen persoonlijke omstandigheden, geen aanbiedingen uit het bedrijfsleven, maar een politieke reden ligt ten grondslag aan het vertrek. Van Aartsen maakt zich zorgen over de toekomst van de VVD, zíjn VVD. „Het beeld dat in de lijsttrekkercampagne is ontstaan, heeft die verbindende rol moeilijker gemaakt”, schrijft hij aan Rutte over het leiderschap in de partij. En: „Ik merkte dat ik het moeilijk vond me bij die terughoudende rol neer te leggen. Ik ben daar kennelijk niet aan toe.”

De afscheidsbrief typeert Jozias van Aartsen (Den Haag, 1947). Sinds hij op 1 februari 1970 fractiemedewerker werd van zijn grote voorbeeld en vriend Hans Wiegel heeft zijn passie voor het liberalisme de boventoon gevoerd in zijn carrière. Van Aartsen zat sindsdien bijna altijd aan de knoppen. Samen met Wiegel schreef hij in 1972 het zogenoemde urgentieprogramma. Via de fractie belandde hij in 1974 als directeur op het wetenschappelijk bureau van de VVD en daarna op Binnenlandse Zaken waar hij tot 1994 bijna tien jaar als hoogste ambtenaar werkte.

In 1994 werd hij minister van Landbouw. Dat leidde niet alleen bij de agrarische sector tot opgetrokken wenkbrauwen, maar ook bij zijn politieke companen. Van Aartsen saneerde het groene bolwerk, met name de varkenshouderij, wat hem op felle kritiek in de Kamer en in het land kwam te staan. Voor het eerst in zijn leven werd hij ook fysiek bedreigd wegens zijn politieke werk.

Daarna volgde een ministerschap op Buitenlandse Zaken. Ogenschijnlijk een functie die de wat stijve Van Aartsen op het lijf geschreven was. Maar zijn voorstel om de diplomatieke dienst te saneren, stuitte direct op veel kritiek. De val van Paars II over de enquête over de enclave Srebrenica betekende het einde aan een moeizaam ministerschap.

Tot veler verrassing keerde Van Aartsen de politiek niet de rug toe, maar nam hij zitting in de Kamer. Die rol paste hem pas echt goed. Toen Gerrit Zalm na de val van het eerste kabinet Balkenende vice-premier werd en Frank de Grave naar voren wilde schuiven als zijn opvolger, wist Van Aartsen een meerderheid van de fractie achter zich te krijgen voor zijn kandidatuur als fractievoorzitter.

Van Aartsen ontpopte zich als een bevlogen fractieleider met visie. Anders dan bij de immer strak geleide CDA-fractie en anders dan de hiërarchische structuur onder zijn voorganger Dijkstal liet Van Aartsen zijn fractieleden nagenoeg volledig vrij. Dat leidde tot problemen. Zo stapte Geert Wilders uiteindelijk uit de VVD toen Van Aartsen de lijnen wel weer wilde aanhalen en botste Kamerlid Ayaan Hirsi Ali regelmatig met haar collega-VVD’ers. Van Aartsen schroomde niet zijn visie op het liberalisme neer te zetten. Hij oogstte alom lof voor zijn inbreng in zijn eerste Algemene Beschouwingen (2003) en ook zijn visie in 2005 op het Nederland in 2015 werd goed ontvangen.

Het ‘dualisme zonder brokken’ dat Van Aartsen aan de dag legde tegenover het kabinet kon verfrissend genoemd worden. Zijn goede persoonlijke verhouding met collega-fractievoorzitter Maxime Verhagen (CDA) zorgde ervoor dat de Kamer af en toe echt een vuist kon maken tegen het kabinet.

Van Aartsen hield van de VVD, maar de VVD hield niet altijd even veel van Van Aartsen. Dat werd duidelijk toen hij eind 2004 probeerde het politiek leiderschap te verwerven. Op een tumultueus verlopen congres ging Van Aartsen met de troostprijs naar huis: hij mocht zich sindsdien politiek aanvoerder van de partij noemen. Ook het deels omstreden Liberaal Manifest, dat Van Aartsen in mei 2005 grotendeels aangenomen wist te krijgen, droeg niet bij aan zijn populariteit in eigen kring.

De laatste maanden ging het snel met Van Aartsen. Hij trad terug als fractievoorzitter na de nederlaag bij de raadsverkiezingen. Tot zijn eigen frustratie was hij niet bij machte de kabinetscrisis over het paspoort van zijn beschermelinge Hirsi Ali te voorkomen.

In de nasleep van de lijsttrekkerverkiezing, die nipt door Rutte werd gewonnen, uitte Van Aartsen publiekelijk kritiek op kandidate Rita Verdonk. Zalm had moeten ingrijpen, vond Van Aartsen. Zijn afscheidsbrief aan Rutte past zo bezien in zijn waarschuwing aan de VVD, omdat, zoals hij het zelf schrijft „mijn betrokkenheid bij de politiek en mijn passie voor het liberalisme onverminderd zijn.”