Ontgroenen maakt je cv niet mooier

Studeren moet steeds sneller. Het aantal leden van studentenverenigingen daalt daardoor. Wie nu nog lid wordt van een vereniging, doet dat niet alleen voor de gezelligheid. Het moet ook iets opleveren.

Het is een broeierige middag tijdens de introductieweek El Cid in Leiden, en de leden van de Leidse Studenten Vereniging Minerva hangen loom en katterig over de balustrade van hun imposante gebouw aan de Breestraat. Binnen doorkruisen groepjes aankomende studenten met grote ogen het pand. Op de bovenste verdieping heeft tweedejaars Jeroen Tielbeek, halflang haar en een hip wit pak, het druk met het beantwoorden van alle vragen over Nederlands beroemdste en beruchtste studentencorps. Natúúrlijk mogen eerstejaars op het dakterras komen, vertelt Jeroen. En heus, het zijn écht niet allemaal ballen hier.

„Maar heb je veel verplíchtingen bij Minerva”, wil een meisje met een zwarte haarband weten. „Héél veel’’, lacht Tielbeek. „Nee hoor’’, zegt hij daarna snel. „Dat merk je bij heel veel eerstejaars”, vertelt hij als het groepje vertrokken is: „Ze denken: ik moet straks wél die 40 studiepunten halen.”

Studenten hebben steeds minder tijd. Universiteiten voerden eind jaren negentig het bindend studieadvies in: wie in het eerste jaar te weinig studiepunten haalt, kan vertrekken. En met ingang van het studiejaar 2007-2008 krijgen studenten leerrechten, wat betekent dat studenten zes jaar onderwijs ‘inkopen’ tegen het relatief lage wettelijke collegegeld van rond de 1.500 euro per jaar. Als ze eenmaal door hun rantsoen van leerrechten heen zijn, moeten ze vele duizenden euro’s meer collegegeld gaan betalen.

De studiedruk zou ten koste gaan van het verenigingsleven, zo werd gevreesd. In 1997 stuurde Minerva een brandbrief naar haar reünisten. Het ledental was teruggelopen van 3.000 naar zo’n 1.800. „Zonder ingrijpende koersverandering is Minerva binnen enkele jaren aan het einde van zijn Latijn”, aldus de brief.

Overigens is het al jaren zo dat het merendeel van de studenten géén lid is van een vereniging. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek stonden er afgelopen studiejaar ruim 205.000 mensen ingeschreven aan een universiteit. Volgens de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) waren van hen ruim 36.000 aangesloten bij een vereniging.

Anno 2006 telt Minerva 1.500 leden. Maar praeses Thijs Cohen Tervaert en zijn opvolger Peter Flierman zijn optimistisch over de toekomst – hoewel de Universiteit Leiden de drempel voor het bindend studieadvies voor dit jaar heeft verhoogd van 30 naar 40 studiepunten per jaar. Ook deze maatregel zal Minerva wel overleven, denkt Thijs. „Wij hebben de afgelopen 190 jaar wel voor hetere vuren gestaan.”

Natuurlijk hebben de verenigingen zich moeten aanpassen. „Aan de oude cultuur van tien jaar bier drinken is een einde gekomen”, vertelt Peter Flierman. Tijdens tentamenperiodes is het een stuk rustiger op Minerva. Wie zijn propedeuse niet heeft gehaald, mag niet actief worden op de vereniging. Zolang je de punten niet hebt, mag je zelfs geen bier tappen. Ook voerde de vereniging een systeem van studiementoren in. „Vroeger was het gaaf om je studieboeken het hele jaar in het plastic te laten zitten”, vertelt Maurits de Jongh (19), die vorig jaar is begonnen aan politicologie. „Maar ík kreeg in mijn studentenhuis meteen een twee jaar oudere jongen als mentor. Die zette mijn tentamendata in zijn agenda.”

De gevolgen zijn merkbaar. Uit een recent onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat studenten die lid zijn van een vereniging zelfs sneller afstuderen dan niet-leden. „Tegenwoordig beschouwen verenigingen het als een van hun taken om te zorgen dat hun leden goed studeren, dat is een groot verschil met een paar decennia geleden”, vertelt voorlichter Dini Hogenelst van de universiteit.

Meer nadruk op de studie dus. Maar zijn er dan nog wel voldoende vrijwilligers te vinden om de vereniging draaiende te houden? De Minervanen zeggen van wel. „De mensen die lid worden, zijn ook bereid tijd in de vereniging te steken”, zegt aanstaand praeses Peter Flierman. Maar volgens de Landelijke Kamer van Verenigingen hebben veel andere verenigingen moeite om bestuur en commissies gevuld te krijgen. „Vroeger was het een eer als je ergens voor werd gevraagd”, vertelt Francien Eppens, voorzitter van de LKVV. „Tegenwoordig moet het passen in de studieloopbaan. En moet het iets opleveren voor de carrière daarna.”

Vorig jaar enquêteerde de LKVV 92 bedrijven. Het rapport Brug tussen Student en Bedrijfsleven stelt dat studenten calculerender zijn geworden. Ze zijn jonger, en hebben minder gedaan naast hun studie, uit angst voor studievertraging. Wie tóch besluit om tijd te steken in een studentenvereniging, wil die tijd vaak ook ‘nuttig’ besteden. Werd vroeger de nadruk bij de corpora toch vooral gelegd op het gezelligheidsaspect, nu tellen andere motieven steeds zwaarder. Een bestuursjaar of commissieperiode vergroot je kansen op de arbeidsmarkt. „Mensen zijn bewust bezig met het invullen van hun cv”, zegt praeses Thijs Cohen Tervaert van Minerva. „Ik vind dat geen negatieve ontwikkeling.”

„Het moet wel zin hebben gehad”, zegt vijfdejaars Evert Nater. Hij zal pas na zes jaar klaar zijn met politicologie – tamelijk lang, anno 2006. „Bedrijven vinden het niet voldoende als ik zeg dat ik twee jaar lang tegen de bar aan mezelf heb ontdekt.” De rol die hij speelde als lid van de ontgroeningscommissie zal daarom op zijn curriculum vitae worden samengevat als ‘commissiewerk op de vereniging’. Ontgroenen is niet relevant voor werkgevers. Evert vertelt liever dat hij trainingen heeft verzorgd voor de Koninklijke Nederlandse Hockeybond. Daarmee geeft hij blijk van „leidinggevende capaciteiten”.

Bij alle zorgen over de toekomst hebben de leden van Minerva één zekerheid: hun vereniging geeft toegang tot een uitgebreid netwerk van reünisten, met topposities in bedrijfsleven en openbaar bestuur. Maurits de Jongh woont in een huis waar ooit de huidige burgemeester van een grote stad woonde. Laatst kwam de burgemeester even langs, en hij stelde De Jongh meteen voor dat hij maar eens stage moest komen lopen.

Ook de aankomend eerstejaars beschouwen het lidmaatschap van een vereniging als een onmisbaar element van hun cv. „Ik wil per se bij Minerva”, zegt Nienke van Greven (19), die rechten gaat studeren in Leiden. „Ik ben namelijk hyperambitieus. Ik wil straks aan de slag bij een groot advocatenkantoor. Ik weet dat dit helpt.”