Miljardair die de planeet ging redden

Ondernemer Paul Fentener van Vlissingen overleed gisteren aan kanker. Hij was lange tijd de hoogste baas van SHV. Daarna zette hij zich in voor de natuur.

Hij was niet bang voor de dood. Zoveel werd duidelijk in de vele interviews waarin Paul Fentener van Vlissingen, vanaf januari van dit jaar, zijn terminale ziekte aankondigde, zijn „laatste wandeling”.

In de Schotse krant Scotland on Sunday zei hij het eind april zo: „Ik kijk naar indianen. Als zij hun dood zien naderen, bezoeken zij hun goede vrienden en familieleden om samen terug te kijken op de fijne dingen die ze hebben meegemaakt. Daarna zoeken zij een rustig plekje uit om in stilte te sterven, onbevreesd voor wat er komen gaat.” Van Vlissingen verruilde die maand zijn Schotse landgoed Letterewe voor zijn kasteel Lunenburg op de Utrechtse Heuvelrug om zijn dood rustig af te wachten. Gisteren overleed hij op 65-jarige leeftijd, aan de gevolgen van pancreaskanker.

Van Vlissingen, in 1941 te Utrecht geboren, had dezelfde ziekte eerder overwonnen. Toen hij veertig was kreeg hij lymfeklierkanker, werd behandeld en genas. In zijn afscheidsrede in mei vorig jaar als president-commissaris bij familieconcern SHV noemde hij dat jaar, 1980, zijn „gezegende rampjaar”, waarin „de echte waarden binnen in mij werden vastgelegd”. De ziekte had hem de verdieping gegeven „die me tijdens mijn SHV-werk in staat stelde met humor en wijsheid te werken.”

Paul van Vlissingen, ‘PvV’, was een veelzijdig mens: zakenman, filosoof, publicist, fotograaf, natuurvorser en weldoener. Na zijn actieve carrière voor ‘de’ SHV (in 1896 ontstaan als groothandel in steenkool, later uitgegroeid tot conglomeraat van handelsactiviteiten en investeringsmaatschappij) nam hij doelbewust afscheid van het bedrijfsleven. Anders dan zijn eerder dit jaar overleden oudere broer Frits aanvaardde hij geen commissariaten.

Van Vlissingen ging zich vanaf zijn pensionering nog meer toeleggen op liefdadigheid, op vele gebieden. Hij was zich bewust van zijn bevoorrechte positie als iemand die met „een zilveren lepel in de mond” was geboren. Op de jaarlijkse rijkenranglijst van Quote stond hij steevast bovenin, met een geschat vermogen van ruim 2 miljard euro. Van Vlissingen steunde kunst en cultuur, kankeronderzoek (via de Ank Fentener van Vlissingen Stichting, vernoemd naar zijn eerste vrouw) en armlastige studenten (via de Stichting Functionarissennoodfonds voor Vindicat, het studentencorps in Groningen).

Maar vooral steunde Van Vlissingen de natuur. Het „redden van de planeet” werd zijn nieuwe missie. In zijn geliefde continent Afrika vond hij de ruimte en mogelijkheden om daadwerkelijk wat uit te richten voor planeet aarde, „ons enige ruimteschip”. „Daar moeten we zorgvuldiger mee omgaan”, zei hij in mei vorig jaar in deze krant. Via de African Parks Foundation kocht Van Vlissingen uitgestrekte natuurgebieden op in verschillende Afrikaanse landen, om die verantwoord te beheren. Daarmee redde hij de natuur en bestreed hij armoede. Hij stak er zelf al een slordige 50 miljoen dollar in, „de prijs van een F-16”.

Aanvankelijk wilde Paul van Vlissingen helemaal niet werken voor het familiebedrijf, zoals hij ook liever filosofie had willen studeren dan economie. Hij begon zijn loopbaan, na een kort verblijf bij SHV, in de Verenigde Staten bij olieconcern Amoco. In 1968 werd hij „geroepen” om terug te keren naar Utrecht. „In het belang van het totaal, het familiebedrijf, heb ik gehoor gegeven”, zei hij vorig jaar. Vanaf 1974 zat hij in de directie, in 1984 werd hij voorzitter – sindsdien president-directeur geheten – en van 1998 tot 2005 was hij president-commissaris.

De aandeelhouders, waarvan zijn familie met ruim 60 procent de grootste is, kunnen tevreden zijn geweest over ‘zijn’ jaren, zo zei hij meermaals. De omzet van SHV groeide in de periode 1984-2004 van 5,6 miljard euro naar 13,7 miljard, de winst van 57 miljoen euro naar 317 miljoen.

„Maar wat zijn de echte maatstaven?” vroeg hij zich in zijn afscheidsrede af. „Heb ik het goed gedaan?” Want hij realiseerde zich ook dat hij voor het succes ook had moeten reorganiseren, en mensen had moeten ontslaan. Voor Paul Fentener van Vlissingen, de miljardair, waren „de liefde voor het bedrijf en de liefde voor en van de mensen belangrijker dan inkomen”, predikte hij.

Het was ook de drijfveer voor zijn reddingspogingen van de aarde. De welvaart van de mens kwam voort uit de natuur. En dus, vond hij: „Wie wat wegneemt moet wat teruggeven.”